Wat als onze samenleving zou begrijpen dat ouderen geen kostenpost zijn, maar een levende schat aan ervaring, kennis en levenswijsheid?
Wat als onze AOV niet werd gezien als een uitgave, maar als een investering in menselijke waardigheid?
En wat als wij eerlijk durven te vragen: kan een oudere in Suriname vandaag werkelijk rondkomen van zijn of haar AOV?
Criticus Sonny Khoeblal vindt dat Suriname deze vraag niet langer kan ontwijken. Volgens hem gaat het debat over de Algemene Oudedagsvoorziening niet alleen over geld, maar vooral over waardigheid, rechtvaardigheid en de manier waarop een samenleving omgaat met de mensen die haar hebben opgebouwd.
Hoe behandelen wij degenen die Suriname hebben opgebouwd?
“Een samenleving wordt niet alleen gemeten aan haar economische groei, haar gebouwen of haar politieke instituties”, stelt Khoeblal.
Volgens hem wordt een samenleving uiteindelijk beoordeeld aan de hand van één fundamentele vraag: hoe behandelt zij de mensen die haar hebben opgebouwd?
De Algemene Oudedagsvoorziening is volgens Khoeblal daarom geen cadeau en geen gunst. Het is onderdeel van de sociale overeenkomst tussen burger en samenleving.
Gedurende hun actieve leven hebben mensen bijgedragen aan de economie. Zij hebben gewerkt, gezinnen onderhouden, belasting betaald en onder vaak moeilijke omstandigheden meegebouwd aan Suriname.
“Wanneer wij ouder worden, mag de maatschappij dus niet zeggen: ‘Uw bijdrage behoort tot het verleden.’ Integendeel. Een rechtvaardige samenleving zegt: ‘Uw bijdrage heeft waarde gehad, en daarom zorgen wij ervoor dat u waardig kunt leven.’”
AOV vanaf 60 jaar
De AOV is de Algemene Oudedagsvoorziening voor personen die de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt en aan de wettelijke voorwaarden voldoen.
Volgens de overheid komen Surinamers die in Suriname wonen en de Surinaamse nationaliteit hebben vanaf hun 60e in aanmerking. Ook bepaalde niet-Surinamers kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op de voorziening.
De AOV vormt daarmee een belangrijk onderdeel van het sociale vangnet voor ouderen.
Het aantal AOV-gerechtigden is de afgelopen jaren bovendien aanzienlijk toegenomen. Volgens het Financieel Jaarplan 2026 waren er in 2024 ongeveer 75.917 AOV-begunstigden.
Van SRD 2.250 naar SRD 3.250
De reguliere AOV bedraagt momenteel SRD 2.250 per maand. In maart 2026 werd dit bedrag officieel aan AOV-gerechtigden uitgekeerd.
Daarnaast werd in april een extra bedrag van SRD 1.000 uitgekeerd als aanvullende ondersteuning. Daarmee kwam het bedrag voor die periode uit op SRD 3.250.
Khoeblal kijkt echter verder dan alleen het nominale bedrag.
De vraag is volgens hem wat een oudere daadwerkelijk met dat geld kan doen wanneer de kosten van levensonderhoud stijgen.
De harde realiteit van de armoedegrens
De regering heeft de officiële armoedegrens per 31 december 2024 vastgesteld op SRD 7.337 per maand voor één volwassene of een éénpersoonshuishouden.
Wanneer wordt uitgegaan van SRD 3.250 aan AOV inclusief de aanvullende SRD 1.000, ligt dat bedrag ongeveer SRD 4.087 onder de officiële armoedegrens.
Dat betekent dat een oudere die uitsluitend over deze SRD 3.250 beschikt, nog geen 45 procent van het bedrag van de vastgestelde armoedegrens ontvangt.
Daarmee wordt volgens Khoeblal een fundamenteel probleem zichtbaar.
Een bedrag kan op papier zijn verhoogd, maar nog steeds onvoldoende zijn om daadwerkelijk bestaanszekerheid te bieden.
Wat betekent SRD 3.250 in het dagelijks leven?
Een oudere moet eten. Er moeten elektriciteit, water en andere huishoudelijke kosten worden betaald. Er kunnen kosten zijn voor medicijnen, medische zorg en vervoer.
Ook ouderen hebben te maken met stijgende prijzen.
Voor iemand die geen aanvullend pensioen, spaargeld of financiële ondersteuning van familie heeft, kan de AOV daarom ontoereikend zijn om zelfstandig de maand door te komen.
Khoeblal stelt daarom de vraag of Suriname niet anders moet kijken naar de manier waarop de AOV wordt vastgesteld.
“Wat als iedere oudere onder ons zekerheid had over voeding, wonen, energie en zorg, zonder angst om afhankelijk te worden van familie?”
Ouderen mogen niet afhankelijk worden
Niet iedere oudere heeft kinderen die financieel kunnen bijspringen. Niet iedereen heeft familie die ondersteuning kan bieden.
En niet iedere oudere wil afhankelijk worden van familie om de maand door te komen.
Volgens Khoeblal moet ouder worden daarom staan voor waardigheid en niet voor afhankelijkheid.
Een samenleving die haar ouderen waardeert, moet volgens hem niet alleen zorgen voor een maandelijkse uitkering, maar ook kijken naar betaalbare gezondheidszorg, huisvesting, voedselzekerheid, energie en mobiliteit.
De vraag van rechtvaardigheid
Tegelijkertijd ontstaat in Suriname regelmatig maatschappelijke discussie over de inkomens en vergoedingen van personen in publieke functies.
Wanneer bedragen van rond de SRD 130.000 of meer voor parlementaire functies worden genoemd, ontstaat volgens Khoeblal een bredere vraag over maatschappelijke balans.
Het gaat hem daarbij niet om de vraag of volksvertegenwoordigers een passende vergoeding mogen ontvangen voor hun verantwoordelijkheid.
De vraag is volgens hem fundamenteler:
Kan een samenleving rechtvaardig worden genoemd wanneer de afstand tussen de inkomens van beleidsmakers en de bestaansmiddelen van kwetsbare ouderen zo groot wordt dat menselijke waardigheid onder druk komt te staan?
Het gaat om balans
Suriname heeft sterke instituties nodig. Het land heeft bestuurders nodig. En het heeft vooral bekwame professionals nodig.
Maar het land heeft ook ouderen nodig die niet iedere maand hoeven te kiezen tussen basisbehoeften.
Niet tussen voedsel en medicijnen.
Niet tussen elektriciteit en vervoer.
Niet tussen huur en gezondheidszorg.
Wanneer ouderen onvoldoende worden ondersteund, verdwijnt het probleem bovendien niet. Het verschuift naar kinderen, familieleden en uiteindelijk naar de samenleving als geheel.
AOV moet gekoppeld worden aan de werkelijke kosten van levensonderhoud
Khoeblal pleit daarom voor een modernere sociale visie op de AOV.
Volgens hem moet de hoogte van de AOV niet alleen worden bepaald door wat de overheid op een bepaald moment kan begroten. Er moet ook worden gekeken naar de werkelijke kosten van levensonderhoud.
Een structurele koppeling aan de ontwikkeling van de koopkracht en de inflatie zou volgens hem moeten worden onderzocht.
Een uitkering die jarenlang hetzelfde blijft terwijl prijzen stijgen, verliest immers ieder jaar een deel van haar waarde.
Indexering betekent in die visie niet alleen een hoger bedrag. Het betekent dat de koopkracht en daarmee de waardigheid van de oudere worden beschermd.
Extra bescherming voor ouderen onder het bestaansminimum
Daarnaast is volgens Khoeblal extra bescherming nodig voor ouderen die onder het bestaansminimum leven.
Niet alle noodzakelijke medische kosten worden volledig door verzekeringen gedekt. Voor ouderen met chronische aandoeningen of andere gezondheidsproblemen kunnen medische uitgaven daarom een groot deel van hun inkomen opslokken.
Een effectief ouderenbeleid zou volgens hem daarom verder moeten kijken dan de AOV alleen.
Er moet een sociaal vangnet zijn voor ouderen die ondanks de AOV onder het bestaansminimum blijven.
De oplossing ligt niet alleen in een hogere AOV
Een hogere AOV is volgens Khoeblal belangrijk, maar niet voldoende.
Er is een breder nationaal ouderenbeleid nodig waarin ouder worden wordt gezien als een volwaardig onderdeel van sociale en economische ontwikkeling.
Dat betekent aandacht voor inkomen, gezondheidszorg, huisvesting, energie, mobiliteit en sociale participatie.
Ook moet worden voorkomen dat ouderen financieel volledig afhankelijk worden van hun kinderen.
Ouderen zijn geen kostenpost
Wat als wij eindelijk begrijpen dat de waarde van een mens niet eindigt op de dag dat hij of zij stopt met werken?
Mensen die vandaag 60, 70, 80 of ouder zijn, hebben jarenlang bijgedragen aan Suriname.
Zij hebben kinderen opgevoed. Zij hebben bedrijven opgebouwd. Zij hebben in de overheid, het onderwijs, de zorg en andere sectoren gewerkt. Zij hebben belasting betaald en hun kennis en ervaring doorgegeven aan volgende generaties.
Hun waarde kan daarom niet worden uitgedrukt in een maandelijkse uitkering.
Een samenleving die haar ouderen beschermt, beschermt haar toekomst
De ware kracht van een land moet volgens Khoeblal niet alleen zichtbaar zijn in hoeveel geld het produceert.
De kracht moet ook zichtbaar zijn in hoeveel respect het toont voor degenen die het land hebben opgebouwd.
“Als wij als samenleving onze ouderen beschermen, doen we dat ook voor onze eigen toekomst als natie”, stelt hij.
Want iedere werkende van vandaag kan morgen zelf afhankelijk zijn van een pensioen of sociale voorziening.
De discussie over de AOV gaat daarom niet alleen over de huidige generatie ouderen.
Het gaat ook over de vraag hoe wij willen dat Suriname met óns omgaat wanneer wij oud worden.
Een sterk land beschermt niet alleen zijn toekomst. Het eert ook degenen die het fundament hebben gelegd.
En misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste vraag:
Willen wij een Suriname waarin ouderen moeten overleven, of een Suriname waarin zij waardig kunnen leven?






