Een goede kennis van mij uit Nederland was onlangs op vakantie in Suriname. Een succesvolle Nederlandse vrouw van boven de veertig met wie ik tijdens haar verblijf veel heb gesproken.
Wij hebben lange gesprekken gevoerd over Suriname, Nederland, geld, kansen en vooral over de manier waarop mensen naar hun eigen toekomst kijken.
Op een gegeven moment zei ze iets wat ik eerlijk gezegd niet snel zal vergeten. “Surinamers moeten nu ook eens leren om te vechten tegen de armoede.”
Ik moest daar even over nadenken. Niet omdat ik vind dat Surinamers niet hard werken. Maar omdat zij iets benoemde wat ik zelf steeds vaker zie.
Wij praten ontzettend veel over armoede
Mijn kennis vertelde mij dat zij tijdens haar eerste bezoek aan Suriname opvallend veel geklaag had gehoord. Mensen vertelden haar hoe moeilijk ze het hebben, hoe duur alles is geworden en hoe weinig er overblijft van hun inkomen.
Ze begreep dat.
Maar ze vroeg zich tegelijkertijd af waarom zij zoveel gesprekken hoorde over het probleem en zoveel minder over mogelijke oplossingen. Die opmerking raakte mij.
Want laten wij eerlijk zijn. Wij kunnen iedere dag opnieuw vertellen dat alles duur is. Wij kunnen uren praten over lage salarissen en de economische problemen van het land. Maar als het gesprek daar iedere keer eindigt, verandert er helemaal niets.
Armoede verdwijnt niet doordat je er iedere dag over klaagt.
Ook in Nederland moet je vechten voor een beter leven
Wat ik interessant vond aan haar verhaal, was haar vergelijking met Nederland.
Nederlanders hebben het misschien economisch gemakkelijker dan veel Surinamers, maar ook daar moet je ervoor werken. Mensen scholen zich om, volgen opleidingen, werken extra, beginnen ondernemingen en proberen voortdurend hun positie te verbeteren.
Zij zei tegen mij dat je eigenlijk overal ter wereld tegen armoede moet vechten.
Dat betekent niet dat iedereen dezelfde kansen heeft. Natuurlijk spelen afkomst, economie, opleiding, beleid en omstandigheden een grote rol.
Maar ik geloof wel dat wij als Surinamers vaker moeten kijken naar wat wij zelf kunnen doen.
Niet wachten, maar in beweging komen
Ik vind dat wij onze kinderen daarom anders moeten leren denken. Leer ze niet alleen dat het leven moeilijk is. Leer ze hoe ze met die moeilijkheden moeten omgaan.
Leer ze een vak. Leer ze ondernemen. Leer ze sparen. Leer ze investeren. Leer ze kansen herkennen. En vooral, leer ze dat een moeilijke financiële situatie niet automatisch betekent dat je je erbij moet neerleggen.
De overheid heeft een enorme verantwoordelijkheid. Daar bestaat voor mij geen twijfel over. Maar ook wij als burgers hebben een verantwoordelijkheid.
Mijn Nederlandse kennis hield mij met één simpele uitspraak een spiegel voor.
Misschien moeten wij in Suriname minder tijd besteden aan het vertellen hoe arm we zijn en veel meer tijd aan de vraag hoe we eruit kunnen komen. Armoede verdient geen medelijden alleen. Armoede verdient strijd.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






