Ik heb de sterke indruk dat Nederlandse humor in Suriname lang niet altijd wordt begrepen.
Sterker nog, in mijn eigen kringen merk ik regelmatig dat Nederlandse grappen hier behoorlijk kunnen doodvallen.
Onlangs was ik bij een paar Nederlandse vriendinnen in Paramaribo. Er waren ook enkele Surinamers op bezoek.
Voor wat vermaak zetten mijn vriendinnen oude filmpjes van André van Duin en later Geer en Goor op de televisie. Zij kenden de fragmenten, herkenden de humor en begonnen vrijwel onmiddellijk te lachen.
Aan de andere kant gebeurde iets heel anders. “Waar gaat dit over?” “Wat bedoelt hij?” “Waarom is dit grappig?”
En daar zat iedereen dan. Mijn Nederlandse vriendinnen lagen soms dubbel, terwijl de Surinaamse gasten er vooral verbaasd bij zaten.
Humor zit vaak verstopt in cultuur
Ik denk dat taal daarbij een enorme rol speelt. Nederlandse humor zit vaak vol woordgrappen, dubbelzinnigheden, accenten, Nederlandse uitdrukkingen en verwijzingen naar situaties die vooral in Nederland bekend zijn.
Als je die achtergrond niet hebt, mis je een belangrijk deel van de grap.
Daar komt bij dat Nederlandse humor vaak nogal droog, overdreven of absurdistisch is.
Een personage dat zichzelf compleet voor gek zet wordt in Nederland juist als hilarisch ervaren. In Suriname kan dezelfde scène eerder vreemd of zelfs ongemakkelijk overkomen.
Wat wij grappig vinden is niet universeel
Surinamers hebben natuurlijk volop humor. Wij lachen alleen niet noodzakelijk om hetzelfde.
Onze humor is sterk verbonden met onze eigen taal, cultuur, familie, straattaal en dagelijkse ervaringen. Een grap over iets wat iedereen hier onmiddellijk herkent, hoeft voor een Nederlander helemaal niet grappig te zijn.
Misschien moeten we daarom wat minder snel zeggen dat iemand geen gevoel voor humor heeft. Soms ontbreekt niet de humor, maar simpelweg de culturele sleutel om de grap te begrijpen.
En eerlijk gezegd vond ik het die avond vooral grappig om te zien dat de grootste lachsalvo’s uit één hoek van de kamer kwamen.
De Nederlanders lachten om André van Duin. De Surinamers lachten vooral om de Nederlanders die zo hard om André van Duin moesten lachen. Misschien was dát uiteindelijk wel de beste grap van de avond.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






