De discussie over het niveau van Surinaamse leerkrachten krijgt een nieuw vervolg.
Nadat Suriname-analist R. Pinas in meerdere artikelen van GFC Nieuws harde kritiek uitte op de algemene kennis en taalvaardigheid van een groot deel van de onderwijsgevenden, heeft Bert Groeneweg onze redactie via WhatsApp benaderd.
De gepensioneerde zegt vanuit zijn ervaring in het Nederlandse hoger onderwijs een deel van de zorgen te herkennen, maar vindt dat vooral naar de kwaliteit van de opleidingen en het complete onderwijssysteem moet worden gekeken.
Ervaring met toelating uit Suriname
Groeneweg zegt dat hij als leidinggevend hogeschooldocent betrokken was bij een Nederlandse masteropleiding voor schooldirecteuren.
Daarbij moest hij naar eigen zeggen soms beoordelen of schooldirecteuren uit Suriname konden instromen.
Volgens hem voldeden de kandidaten die hij beoordeelde niet aan het vereiste instroomniveau.
Ook stelt hij dat Surinaams opgeleide leerkrachten met een Hoofdakte bij vervolgopleiding in Nederland niet automatisch als volledig Nederlands pabo-opgeleid worden beschouwd.
Een actueel voorbeeld ondersteunt in ieder geval dat aanvullende opleiding nodig kan zijn.
Hogeschool Viaa vermeldt dat een leerkracht die in Suriname met een Hoofdakte is opgeleid via een praktijkassessment kan instromen in het tweede jaar van een driejarige deeltijd-pabo.
Dat is geen landelijke uitspraak over de kwaliteit van alle Surinaamse leerkrachten, maar laat wel zien dat het Surinaamse diploma niet automatisch gelijkstaat aan een volledig afgeronde Nederlandse pabo.
DUO beslist over erkenning
Voor wie met een buitenlands lerarendiploma blijvend in Nederland wil werken, gelden formele erkenningsregels.
DUO vermeldt dat de opleiding minimaal op Nederlands hogeronderwijsniveau moet liggen en een vergelijkbare lesbevoegdheid moet geven. DUO kan daarbij advies vragen aan Nuffic over het buitenlandse diploma.
Groeneweg vindt daarom dat de discussie verder moet gaan dan individuele leerkrachten.
“Er moet een grote verbetering plaatsvinden bij de leerkrachtopleidingen in Suriname en een leerkrachtenregister zou ook heel goed zijn”, schrijft hij.
Volgens hem is uitsluitend meer salaris betalen onvoldoende.
Verbetering moet volgens Groeneweg de hele keten omvatten, van opleiding en professionele kwaliteitsbewaking tot het ministerie van Onderwijs.
Zijn ervaringen vormen geen representatief onderzoek naar alle Surinaamse onderwijsgevenden.
Ze voegen wel een nieuwe invalshoek toe aan de discussie die Pinas aanwakkerde: niet alleen het functioneren van leerkrachten, maar ook de opleiding die hen voorbereidt op het klaslokaal verdient nader onderzoek.






