Wie dagelijks door Suriname rijdt, loopt of fietst, kan het nauwelijks ontgaan: langs wegen, in bermen, bij kreken en op verlaten terreinen liggen stapels afval.
Plastic zakken, huisvuil, bouwafval en soms zelfs grote hoeveelheden grofvuil worden zonder enige schaamte langs de openbare weg gedumpt.
Wat voor sommigen een “kleine daad” lijkt — een zak afval uit het raam gooien of een oude koelkast ergens achterlaten — draagt bij aan een groter maatschappelijk probleem.
De vraag die steeds luider gesteld moet worden is: waarom blijven wij als samenleving dit gedrag accepteren? Waarom vinden sommige Surinamers het normaal om hun eigen leefomgeving bewust te vervuilen?
Een schoon land wordt niet alleen gemaakt door vuilophaaldiensten, ministeries of districtsbesturen. Een schoon land begint bij de houding van iedere burger. De overheid heeft een verantwoordelijkheid, maar de burger heeft die ook.
De overheid krijgt vaak de schuld, maar de burger speelt een cruciale rol
Wanneer afval zich opstapelt, klinkt vaak de kritiek richting de overheid: “Er wordt niet genoeg opgehaald”, “Er zijn onvoldoende vuilnisbakken”, “De overheid moet optreden”.
Deze kritiek is soms terecht. Een overheid moet zorgen voor een goed afvalbeleid, voldoende inzamelpunten, effectieve controle en handhaving.
Maar tegelijkertijd moeten wij eerlijk durven kijken naar ons eigen gedrag. Niet elk stuk afval op straat ligt daar omdat de overheid tekortschiet.
Veel afval wordt bewust door burgers achtergelaten. Mensen rijden naar een afgelegen plek om hun vuil te dumpen, gooien etensverpakkingen uit voertuigen of plaatsen vuilniszakken naast een openbare container die al vol zit, zonder melding te maken of naar alternatieven te zoeken.
Een samenleving kan geen duurzame verandering verwachten wanneer burgers hun eigen verantwoordelijkheid blijven afschuiven.
Afvaldumping is meer dan een milieuprobleem
Afvaldumping gaat niet alleen over een vieze straat of een onaantrekkelijke omgeving. Het raakt de volksgezondheid, economie en leefbaarheid van ons land.
Zwerfvuil trekt ongedierte aan, veroorzaakt verstoppingen van waterafvoer en vergroot het risico op wateroverlast tijdens zware regenbuien.
Plastic afval komt terecht in onze kreken en rivieren en bedreigt ecosystemen. Daarnaast beïnvloedt een vervuild straatbeeld hoe bezoekers, investeerders en toekomstige generaties naar Suriname kijken.
Een land dat zichzelf wil ontwikkelen, kan niet tegelijkertijd toestaan dat openbare ruimtes veranderen in illegale vuilstortplaatsen.
Het probleem zit dieper: een gebrek aan gemeenschapsgevoel
De kern van het probleem is niet alleen afval. Het gaat om de vraag hoe wij omgaan met ruimtes die van ons allemaal zijn.
Veel mensen zorgen keurig voor hun eigen erf, maar zodra zij de poort uitgaan, lijkt de verantwoordelijkheid te verdwijnen.
De straat, de berm, de kreek en het plein worden gezien als “niemands grond”. Maar openbare ruimte is geen niemands grond. Het is gezamenlijke grond.
De manier waarop een volk omgaat met zijn omgeving zegt iets over de normen en waarden binnen die samenleving. Schoonhouden is geen luxe of een kwestie van rijkdom. Ook landen met beperkte middelen kunnen schoon en georganiseerd zijn wanneer burgers verantwoordelijkheid nemen.
Handhaving alleen lost het probleem niet op
Er wordt regelmatig gepleit voor strengere boetes en controles. Dat is noodzakelijk, omdat bewust afval dumpen een overtreding is die gevolgen moet hebben. Wie moedwillig zijn afval in de natuur of op de openbare weg achterlaat, moet daarvoor verantwoordelijk worden gehouden.
Maar wetten en boetes alleen veranderen geen mentaliteit. Een duurzame oplossing vraagt om opvoeding, bewustwording en sociale controle.
Kinderen moeten vanaf jonge leeftijd leren dat afval niet op straat hoort. Scholen, gezinnen, kerken, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben hierin allemaal een rol.
Een cultuurverandering begint wanneer mensen elkaar durven aanspreken: “Gooi dat niet daar weg.” Niet vanuit vijandigheid, maar vanuit zorg voor de gemeenschap.
Suriname verdient beter dan een wegwerpmentaliteit
Suriname is gezegend met een uitzonderlijke natuur: uitgestrekte bossen, rivieren, biodiversiteit en een unieke leefomgeving. Tegelijkertijd vernietigen wij soms zelf wat anderen van buitenaf bewonderen.
Hoe kunnen wij trots zijn op onze natuurlijke rijkdommen wanneer wij onze eigen straten en buurten vervuilen? Hoe kunnen wij spreken over ontwikkeling en duurzaamheid wanneer afval nog steeds achteloos wordt achtergelaten?
Een schoon Suriname vraagt niet om perfecte mensen, maar om verantwoordelijke mensen. Iedereen maakt afval, maar niet iedereen hoeft afval te maken tot een probleem voor een ander.
Tijd voor een nationale mentaliteitsverandering
De strijd tegen afvaldumping begint niet bij een schoonmaakactie die één dag duurt. Het begint bij een besluit: wij accepteren vervuiling niet langer als normaal.
Overheid en burger moeten samenwerken. Er moeten betere voorzieningen komen, maar ook meer bewustzijn en strengere naleving van regels. Bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen en burgers moeten beseffen dat hun gedrag gevolgen heeft.
De vraag is niet alleen: “Wanneer gaat de overheid onze straten schoonmaken?” De vraag moet ook zijn: “Wanneer nemen wij als Surinamers de verantwoordelijkheid om ze schoon te houden?”
Een schoon Suriname is geen taak van iemand anders. Het is een gezamenlijke opdracht.
H. Smeltz
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








