NPS-parlementariër Poetini Atompai heeft kritisch teruggeblikt op het eerste regeringsjaar van de regering-Simons/Rusland.
Volgens de volksvertegenwoordiger is de verandering waarop veel Surinamers hadden gehoopt, na één jaar nog onvoldoende zichtbaar.
Atompai herinnerde eraan dat hij op 25 mei door de kiezers is gekozen om het Surinaamse volk in De Nationale Assemblee te vertegenwoordigen. Nu de regering op 16 juli 2026 precies één jaar in functie is, trekt hij een duidelijke conclusie.
“Ons doel is nog niet bereikt. Neks no kenki, die nieuwe weg moeten we nog zien”, aldus de parlementariër.
Waarheid blijven benoemen
Volgens Atompai sprak hij deze boodschap eerder uit en ziet hij geen reden om zijn standpunt te wijzigen. Hij benadrukt dat zijn kritiek niet voortkomt uit een verlangen om zich tegen de regering te keren, maar uit zijn overtuiging dat de werkelijkheid eerlijk moet worden benoemd.
De parlementariër erkent dat zijn boodschap hard kan overkomen, maar vindt het noodzakelijk dat iemand de situatie eerlijk onder woorden brengt.
“Ja, die boodschap is hard. Dat besef ik. Maar iemand moet de waarheid durven uitspreken.”
Onverstoorbaar ondanks kritiek
Atompai stelt dat hij zich niet laat ontmoedigen door aanvallen of pogingen om zijn geloofwaardigheid aan te tasten. Volgens hem is het geen verrassing dat er mensen zijn die hem in een kwaad daglicht proberen te stellen.
Hij maakte duidelijk dat dergelijke beschuldigingen hem niet zullen weerhouden van zijn werk als volksvertegenwoordiger.
“Wie men ook betaalt. Wat men ook over mij zegt. Welke aanvallen er ook komen. Ik zal de waarheid blijven spreken.”
Focus op het belang van het volk
De NPS-parlementariër benadrukte dat zijn inzet uiteindelijk niet draait om zijn eigen persoon, maar om het welzijn van de Surinaamse samenleving.
Hij zegt zich te zullen blijven inzetten voor een beter Suriname en de belangen van de bevolking centraal te stellen.
“Ik zal blijven werken. Werken voor een beter Suriname. Want uiteindelijk gaat het niet om mij. Het gaat om het Surinaamse volk.”







