De Surinaamse regering heeft besloten de geplande brug over de Corantijnrivier volledig zelfstandig te financieren en uit te voeren. Daarmee stapt Suriname af van het oorspronkelijke plan om het infrastructurele megaproject gezamenlijk met Guyana te realiseren.
Minister Stephen Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening maakte het besluit bekend tijdens de behandeling van de begroting 2026 in De Nationale Assemblée.
Volgens de minister heeft de regering gekozen voor volledige Surinaamse financiering en zal de brug een Surinaams project worden.
Project krijgt mogelijk nieuwe planning
Volgens minister Tsang betekent de gewijzigde aanpak dat het project mogelijk opnieuw moet worden aanbesteed. Afhankelijk van de uiteindelijke financieringsconstructie zal een nieuwe internationale aanbestedingsprocedure noodzakelijk kunnen zijn.
Hij gaf aan dat het ministerie van Financiën verschillende financieringsmodellen onderzoekt, waaronder de mogelijkheid om de investering via tolheffing terug te verdienen.
Guyana zegt niet vooraf te zijn geïnformeerd
De aankondiging kwam voor de regering van Guyana als een verrassing. President Irfaan Ali verklaarde tegenover Guyanese media dat hij niet op de hoogte was van het besluit.
Volgens Ali had de Surinaamse president Jennifer Simons hem eerder verzekerd dat beide landen nog werkten aan de afronding van de bestaande bilaterale afspraken rond het gezamenlijke brugproject. Guyana zou zijn administratieve voorbereidingen inmiddels hebben afgerond.
Ali benadrukte dat zijn regering nog altijd uitgaat van de oorspronkelijke overeenkomst, waarin beide landen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van de brug.
Bilaterale afspraken blijven volgens Guyana uitgangspunt
De Guyanese president stelde dat Georgetown uitsluitend vasthoudt aan de bestaande verdragen en afspraken die de gezamenlijke ontwikkeling van de Corantijnbrug regelen.
Hij gaf aan dat de brug vanaf het begin als een gezamenlijk project is opgezet en dat Guyana vooralsnog geen officiële mededeling heeft ontvangen waaruit blijkt dat dit beleid formeel is gewijzigd.
Daarmee lijkt Guyana de uitspraken van minister Tsang vooralsnog niet te beschouwen als een definitieve wijziging van het intergouvernementele beleid.
Brug moet regionale verbinding versterken
De geplande Corantijnbrug, met een lengte van ongeveer 3,1 kilometer, wordt gezien als een belangrijk infrastructuurproject voor de regio. De brug moet de huidige veerverbinding tussen South Drain in Suriname en Moleson Creek in Guyana vervangen.
Het project, met een geraamde waarde van circa 236 miljoen Amerikaanse dollar, moet de handel, het toerisme en de economische samenwerking tussen Suriname en Guyana versterken.
Op langere termijn wordt de brug ook beschouwd als een belangrijke schakel in de verbinding tussen Frans-Guyana, Brazilië en de Amazonieregio.
Onzekerheid over gevolgen voor samenwerking
Vooralsnog is onduidelijk welke gevolgen de eenzijdige financieringskeuze van Suriname heeft voor de bestaande bilaterale overeenkomsten tussen beide landen.
Tsang gaf geen nadere toelichting over de diplomatieke of juridische consequenties van het besluit of over eventuele voorafgaande consultaties met Guyana.
Van Guyanese zijde bleef een verdere inhoudelijke reactie uit. Minister van Openbare Werken Juan Edghill verwees naar de verklaring van president Ali en gaf aan daar niets aan toe te voegen.







