De Nederlandse regering blijft zich inzetten voor erkenning van het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de huidige samenleving.
Dat benadrukte minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Heerma, tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer deze week.
Aanleiding waren vragen van Kamerlid Tseggai (PRO) over de houding van Nederland ten aanzien van een recente VN-resolutie en een internationale conferentie in Ghana over de trans-Atlantische slavenhandel.
Kabinet benadrukt erkenning en dialoog
Volgens de minister zijn sinds de officiële excuses voor het slavernijverleden eind 2022 belangrijke stappen gezet op het gebied van bewustwording, educatie, onderzoek, herdenking en maatschappelijke initiatieven.
Hij wees erop dat Nederland de trans-Atlantische slavernij heeft erkend als een misdaad tegen de menselijkheid en dat de gevolgen daarvan voor veel mensen nog steeds merkbaar zijn.
De regering blijft volgens Heerma investeren in partnerschappen die zijn gebaseerd op wederzijds respect, gelijkwaardigheid en open dialoog, zowel binnen het Koninkrijk als met internationale partners.
Onthouding bij VN-resolutie toegelicht
De minister lichtte toe waarom Nederland zich heeft onthouden van stemming over de recente VN-resolutie die door Ghana werd ingediend.
Volgens hem kon Nederland zich niet vinden in onderdelen van de tekst die volgens het kabinet een terugwerkende kracht van het internationaal recht suggereren en mogelijk juridische verplichtingen impliceren voor historische gebeurtenissen.
Daarnaast heeft Nederland principiële bezwaren tegen onderdelen van de resolutie die een hiërarchie zouden aanbrengen tussen misdrijven tegen de menselijkheid. Om die reden onthield Nederland zich, evenals de overige lidstaten van de Europese Unie, van stemming.
Aanwezigheid bij conferentie in Ghana
Naar aanleiding van vragen over de afwezigheid van Nederlandse bewindspersonen tijdens de conferentie in Ghana verduidelijkte Heerma dat Nederland wel vertegenwoordigd was via de Nederlandse ambassadeur in Accra.
Tijdens de bijeenkomst werd onder meer gesproken over de teruggave van cultureel erfgoed dat tijdens de koloniale periode onrechtmatig is verkregen.
De minister gaf aan dat de signalen vanuit Ghana en andere Afrikaanse en Caribische landen serieus worden genomen en zorgvuldig zullen worden bestudeerd.
Meer overleg met Caribische landen
Tijdens het debat kwam ook de communicatie met de Caribische landen binnen het Koninkrijk aan de orde. Heerma erkende dat voorafgaand aan de stemming over de VN-resolutie onvoldoende overleg had plaatsgevonden met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.
Hij gaf aan dat hierover inmiddels contact is geweest en dat het kabinet in de toekomst nadrukkelijker zal inzetten op afstemming met de Caribische partners.
Brief aan Tweede Kamer vóór commissiedebat
Op verzoek van Kamerleden zegde de minister toe dat de Tweede Kamer voorafgaand aan het commissiedebat over het slavernijverleden, dat na het zomerreces gepland staat, een uitgebreide brief ontvangt.
Daarin zal worden ingegaan op de gesprekken met internationale partners, de stand van zaken rond het slavernijverleden en onderwerpen die betrekking hebben op Suriname en de Caribische delen van het Koninkrijk.
Aanpak discriminatie blijft kabinetsprioriteit
In reactie op vragen over discriminatie en racisme gaf Heerma aan dat het kabinet blijft werken aan verschillende maatregelen, waaronder de uitbreiding van de Algemene wet gelijke behandeling, de versterking van antidiscriminatievoorzieningen, de invoering van een discriminatietoets en de wettelijke verankering van de Nationale Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR).
Hoewel de minister geen extra financiële middelen toezegde, benadrukte hij dat het kabinet de bestrijding van discriminatie en racisme onverminderd als prioriteit beschouwt.







