Minister Stephen Tsang van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Milieu (OWRO) heeft aangegeven dat de bouw van een tweede brug over de Surinamerivier richting Commewijne volgens hem noodzakelijk wordt.
De bewindsman wees daarbij op de verwachte economische groei die gepaard zal gaan met de verdere ontwikkeling van de olie- en gassector.
Tijdens het wekelijkse persmoment voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Ministers benadrukte Tsang dat de huidige infrastructuur tijdig moet worden aangepast aan de toekomstige behoeften van het land.
Groei van olie- en gassector vraagt om uitbreiding infrastructuur
Volgens de minister zal de verwachte uitbreiding van economische activiteiten leiden tot een grotere verkeersstroom tussen Paramaribo en Commewijne.
Hierdoor ontstaat op termijn behoefte aan extra capaciteit om personen- en goederenverkeer efficiënt af te handelen.
Tsang stelde dat infrastructuurontwikkeling hand in hand moet gaan met de economische ontwikkelingen die Suriname de komende jaren te wachten staan.
Daarbij ziet hij een tweede verbinding over de Surinamerivier als een belangrijke investering in de toekomstige bereikbaarheid van het gebied.
Jules Wijdenboschbrug heeft waarde bewezen
De minister wees erop dat de Jules Wijdenboschbrug sinds de ingebruikname een cruciale rol heeft gespeeld in de verbinding tussen Paramaribo en Commewijne. Volgens hem heeft de brug haar maatschappelijke en economische waarde ruimschoots bewezen.
Met het oog op de verdere groei van de economie en de toenemende activiteiten binnen de energie-industrie acht Tsang het echter noodzakelijk om vooruit te kijken naar aanvullende infrastructurele voorzieningen.
Voorbereiden op toekomstige economische kansen
De bewindsman benadrukte dat Suriname zich nu moet voorbereiden op de ontwikkelingen die de komende jaren worden verwacht.
Volgens hem is het belangrijk dat de infrastructuur niet achterblijft bij de economische groei die voortkomt uit de olie- en gassector.
Een tweede brug over de Surinamerivier zou volgens Tsang kunnen bijdragen aan een betere doorstroming van het verkeer, een hogere economische efficiëntie en een sterkere verbinding tussen de verschillende districten van het land.







