Wanneer een staatsbedrijf drie directeuren benoemt waar vroeger één directeur voldoende was, zou de eerste vraag van iedere journalist moeten zijn: waarom?
Niet omdat drie directeuren per definitie slecht zijn, maar omdat iedere uitbreiding van de top van een staatsbedrijf uiteindelijk door de belastingbetaler wordt gefinancierd.
Opmerkelijk genoeg ging vrijwel alle berichtgeving over de namen van de nieuwe functionarissen en nauwelijks over de rekening die uiteindelijk bij de samenleving terecht komt.
Grassalco krijgt voortaan een president-directeur, een operationeel directeur en een financieel directeur. Johan Seymor wordt president-directeur, Berto Sampi operationeel directeur en Jerney Noordzee financieel directeur.
Daarnaast is er een vernieuwde Raad van Commissarissen met Marlon Cotino als president-commissaris en Lindsey Sanné als commissaris. Minister David Abiamofo verklaarde dat deze bestuursstructuur beter aansluit bij de ambities en toekomstige ontwikkeling van het staatsbedrijf.
Dat klinkt indrukwekkend, maar het beantwoordt niet de belangrijkste vraag: waarom zijn drie directeuren opeens noodzakelijk in een organisatie die jarenlang met één directeur werd geleid?
Nog opvallender is dat vrijwel niemand heeft gevraagd hoeveel deze uitbreiding gaat kosten en welke concrete resultaten de samenleving hiervoor terug mag verwachten.
De stille groei van het accommodatiemodel
Suriname heeft een politieke traditie ontwikkeld waar vrijwel niemand nog verbaasd over is. Na iedere verkiezing verschuiven niet alleen de politieke machtsverhoudingen, maar ook de bezetting van staatsbedrijven. Nieuwe regeringen brengen nieuwe bestuurders. Nieuwe bestuurders brengen nieuwe vertrouwelingen.
Nieuwe vertrouwelingen brengen nieuwe structuren. Zo groeit de overheid langzaam maar zeker verder. Dat betekent niet dat iedere benoeming een vriendendienst is. Maar het betekent wel dat iedere extra bestuursfunctie automatisch ruimte creëert voor politieke accommodaties.
Een directiestoel is immers meer dan een functie. Het is een salaris, een auto, invloed, status en toegang tot netwerken. Waar vroeger één directeursstoel beschikbaar was, zijn er nu drie. Dat vergroot automatisch de ruimte om meer mensen onder te brengen binnen het staatsapparaat.
Juist daarom is transparantie essentieel. Wat gaat deze nieuwe directiestructuur jaarlijks kosten? Hoe hoog zijn de salarissen? Welke prestatie-indicatoren zijn afgesproken?
Wanneer wordt geëvalueerd of deze uitbreiding daadwerkelijk succesvol is? Het zijn vragen die in iedere volwassen democratie onmiddellijk zouden worden gesteld. In Suriname blijven ze opvallend vaak onbeantwoord.
De rekening die niemand lijkt te zien
De timing van deze uitbreiding maakt de zaak nog opmerkelijker. Suriname heeft de afgelopen jaren voortdurend discussies gevoerd over geldgebrek. Leerkrachten staken voor betere arbeidsvoorwaarden. Politieambtenaren vragen om uitbetaling van toelagen. Ambtenaren pleiten voor koopkrachtverbetering.
Tegelijkertijd horen burgers dagelijks dat de overheid voorzichtig moet omgaan met financiële middelen. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk dat vrijwel niemand belangstelling toont voor de kosten van extra topfuncties binnen staatsbedrijven. Drie directeuren betekenen immers drie directiesalarissen.
Drie representatie budgetten. Drie dienstauto’s. Drie ondersteunende structuren. Mogelijk extra pensioenvoorzieningen, extra administratieve ondersteuning en extra faciliteiten. Uiteindelijk wordt dat allemaal betaald uit publieke middelen. Wanneer een onderwijzer om een salarisverhoging vraagt, wordt iedere SRD omgedraaid.
Wanneer nieuwe directeursfuncties worden gecreëerd, lijkt die financiële nieuwsgierigheid plotseling te verdwijnen. Dat verschil in benadering is moeilijk uit te leggen aan de gewone burger die iedere maand moet rekenen om rond te komen.
Waar zijn de vrouwen?
Misschien nog opvallender dan het aantal mannen aan tafel is het ontbreken van vrouwen aan tafel. Grassalco presenteerde zijn nieuwe directie alsof het 1995 is. President-directeur: man. Operationeel directeur: man. Financieel directeur: man. Drie functies. Drie mannen. Geen enkele vrouw.
Dat is opmerkelijk in een tijd waarin diversiteit niet langer een modewoord is maar een strategische noodzaak. Grote internationale ondernemingen hebben de afgelopen tien jaar juist actief gewerkt aan meer vrouwelijke vertegenwoordiging in bestuurskamers.
Niet uit liefdadigheid, maar omdat onderzoek steeds opnieuw laat zien dat divers samengestelde teams betere besluiten nemen. Diversiteit zorgt voor andere perspectieven, meer discussie, minder groepsdenken en vaak betere resultaten. Blijkbaar geldt die les niet voor Grassalco.
Of moeten we werkelijk geloven dat er in heel Suriname geen enkele vrouw rondloopt met voldoende ervaring in financiën, management, governance of de mijnbouwsector?
Dat is een moeilijk te verdedigen standpunt. Zeker wanneer men bedenkt dat Suriname de afgelopen jaren juist steeds meer hoogopgeleide vrouwen heeft voortgebracht die leidinggevende functies vervullen binnen de overheid, het bedrijfsleven en internationale organisaties.
Een mannenclub in de olie- en mijnbouwjaren
Wat deze ontwikkeling extra opmerkelijk maakt, is dat Suriname zich voorbereidt op een periode waarin de economie ingrijpend zal veranderen door olie-inkomsten en verdere ontwikkeling van de natuurlijke hulpbronnensector.
Juist in zo’n periode zou je verwachten dat staatsbedrijven bewust kiezen voor een zo breed mogelijk palet aan kennis, ervaring en perspectieven. In plaats daarvan lijkt Grassalco te kiezen voor een klassieke mannenclubstructuur.
Dat is niet alleen een symbolische boodschap, maar ook een strategische keuze. Iedere organisatie wordt uiteindelijk gevormd door de mensen die aan tafel zitten. Wanneer iedereen uit dezelfde bestuurlijke cultuur komt, dezelfde netwerken kent en dezelfde manier van denken heeft, neemt het risico op groepsdenken toe. Juist daarom investeren moderne bedrijven in diversiteit.
Niet omdat het politiek correct is, maar omdat het bedrijfseconomisch verstandig is. Sommige cynici zullen zich zelfs afvragen of vrouwen misschien te kritisch worden gevonden. Of zij wellicht te veel vragen stellen. Of zij minder gemakkelijk meegaan in traditionele machtsstructuren.
Niemand kan bewijzen dat dit een rol heeft gespeeld, maar het feit dat dergelijke vragen überhaupt gesteld kunnen worden, laat zien hoe opvallend de samenstelling van deze directie is.
Waarom zwijgt de pers?
Misschien is de meest interessante vraag uiteindelijk niet waarom Grassalco drie directeuren krijgt. Misschien is de meest interessante vraag waarom zo weinig journalisten lijken te willen weten wat die drie directeuren gaan kosten. Bij iedere salarisverhoging van leerkrachten, verpleegkundigen of politieagenten ontstaat onmiddellijk een discussie over betaalbaarheid.
Maar zodra het gaat om nieuwe topfuncties binnen staatsbedrijven verdwijnen die vragen opvallend snel naar de achtergrond. Dat is vreemd. Want geld blijft geld. En publieke middelen blijven publieke middelen. De taak van de pers is niet om benoemingen klakkeloos door te geven. De taak van de pers is om vragen te stellen die burgers zelf zouden stellen als zij toegang hadden tot de besluitvorming. Waarom drie directeuren? Waarom juist nu? Wat kost het? Wat levert het op? Waarom ontbreekt iedere vrouwelijke vertegenwoordiging in de top van het bedrijf? Dat zijn geen vijandige vragen. Dat zijn normale vragen in een democratische samenleving.
Volk eh pay, Grassalco eh wai!
Misschien blijkt over enkele jaren dat deze uitbreiding een groot succes was. Misschien wordt Grassalco efficiënter, winstgevender en transparanter. Misschien blijkt dat drie directeuren daadwerkelijk noodzakelijk waren om het bedrijf naar een hoger niveau te tillen.
Dat zou uitstekend nieuws zijn voor Suriname. Maar totdat die resultaten zichtbaar zijn, blijft één vraag overeind staan. Waarom krijgt een staatsbedrijf dat uit een periode van bestuurlijke problemen komt meer directeuren, meer bestuurslagen en meer kosten, terwijl niemand precies uitlegt waarom dat nodig is?
En zolang die uitleg uitblijft, zullen veel Surinamers zich blijven afvragen of Grassalco bezig is met het versterken van de mijnbouwsector of met het uitbreiden van de politieke familie aan de top van het staatsbedrijf. Dat is uiteindelijk de kern van de discussie.
Niet de personen zelf, maar het systeem dat steeds opnieuw ruimte creëert voor meer functies, meer bestuurslagen en meer kosten zonder dat de samenleving vooraf weet wat daarvoor terugkomt. Want uiteindelijk betaalt de burger altijd de rekening. En juist daarom heeft diezelfde burger recht op antwoorden.
Dr. Ashwin Ramcharan RO








