De afbeelding die momenteel circuleert op sociale media over ex-minister Riad Nurmohamed bevat een ernstige beschuldiging.
Er wordt gesteld dat pompen die bestemd waren voor infrastructurele werken gedurende vijf jaar ongebruikt zijn gebleven, waardoor opslagkosten zouden zijn opgelopen tot zes miljoen euro. Daarnaast wordt gesuggereerd dat bepaalde personen financieel voordeel zouden hebben gehaald uit deze situatie.
Wanneer dergelijke aantijgingen worden gedaan, kan de samenleving niet volstaan met politieke slogans, verdachtmakingen of campagnes op sociale media.
Evenmin kan de overheid volstaan met stilzwijgen. De omvang van de beschuldigingen raakt immers rechtstreeks aan de besteding van publieke middelen en aan het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur.
De samenleving heeft recht op de waarheid
Indien daadwerkelijk sprake is geweest van pompen die jarenlang ongebruikt zijn opgeslagen terwijl de staat miljoenen euro’s aan opslagkosten heeft betaald, dan is dat geen administratieve vergissing maar een kwestie van nationaal belang.
Surinamers hebben het recht om te weten waarom deze pompen niet zijn ingezet. Wie heeft de beslissing genomen om de materialen niet te gebruiken? Welke contracten lagen eraan ten grondslag?
Welke ambtenaren, ministers, aannemers of andere betrokkenen waren verantwoordelijk voor het beheer van deze activa? En vooral: wie heeft financieel geprofiteerd van de ontstane situatie?
Deze vragen kunnen niet worden beantwoord via politieke posters of Facebookberichten. Zij vereisen een onafhankelijk, diepgaand en transparant onderzoek.
Het parlement mag niet wegkijken
Juist daarom rust er een belangrijke verantwoordelijkheid op De Nationale Assemblée. Het parlement heeft niet alleen een controlerende taak, maar ook de plicht om op te treden wanneer er aanwijzingen bestaan dat staatsmiddelen mogelijk onrechtmatig of onbehoorlijk zijn beheerd.
Indien uit onderzoek blijkt dat een minister bewust heeft gehandeld in strijd met de belangen van de staat, dat er sprake is geweest van grove nalatigheid of zelfs van handelingen die strafrechtelijke consequenties kunnen hebben, dan moet de vraag naar een staatsrechtelijke en politieke afrekening niet worden geschuwd.
Niemand die een openbaar ambt bekleedt, mag immuun zijn voor verantwoording.
Een onderzoek tot op de bodem
Wat deze kwestie nodig heeft, is geen politieke spin, maar een forensisch onderzoek. Alle relevante documenten dienen openbaar te worden gemaakt.
Contracten, opslagovereenkomsten, betalingsbewijzen, aanbestedingsdossiers en correspondentie moeten door onafhankelijke deskundigen worden onderzocht.
Alleen dan kan worden vastgesteld of de vermeende zes miljoen euro aan opslagkosten daadwerkelijk is betaald, of deze kosten vermijdbaar waren en of er sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur, belangenverstrengeling of corruptie.
Zolang die antwoorden ontbreken, blijven zowel de beschuldigingen als de verdedigingen speculatief.
Indien bewezen, moet een staat van beschuldiging volgen
Een democratische rechtsstaat kan slechts functioneren wanneer bestuurders verantwoordelijkheid dragen voor hun handelen.
Wanneer uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat een minister de staat bewust schade heeft berokkend, publieke middelen heeft verspild of betrokken is geweest bij handelingen die de integriteit van het openbaar bestuur aantasten, dan mag de zwaarste parlementaire maatregel niet worden uitgesloten.
In dat geval dient De Nationale Assemblée serieus te overwegen de betreffende minister in staat van beschuldiging te stellen. Niet uit politieke wraak, maar uit respect voor de rechtsstaat en het fundamentele beginsel dat niemand boven de wet staat.
De samenleving mag verwachten dat dezelfde normen die gelden voor gewone burgers ook gelden voor degenen die belast zijn met het beheer van publieke middelen.
Geloofwaardigheid van de democratie staat op het spel
Deze kwestie gaat uiteindelijk over meer dan pompen, opslagkosten of individuele politici. Het gaat over vertrouwen.
Vertrouwen dat belastinggeld zorgvuldig wordt beheerd. Vertrouwen dat bestuurders handelen in het algemeen belang. Vertrouwen dat misstanden worden onderzocht, ongeacht de politieke kleur van de betrokkenen.
Wanneer ernstige beschuldigingen onbeantwoord blijven, ontstaat ruimte voor wantrouwen en speculatie. Wanneer zij daarentegen grondig worden onderzocht en waar nodig worden gevolgd door juridische en politieke consequenties, wordt de democratische rechtsorde juist versterkt.
Daarom verdient deze zaak geen politieke slogan, maar volledige opheldering. Tot op de bodem.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








