De Paracetamol van president Jennifer Simons is op, wat nu? Het is belangrijk dat u met uw hoofdpijn dit artikel goed leest. Vooral de mensen uit de ghetto die op de NDP hebben gestemd.
Suriname praat al jaren over multi-etnische politiek. Over nationale eenheid. Over “wan pipel, wan natie, wan fesi”. Politieke partijen proberen zich steeds meer te presenteren als brede volksbewegingen die boven etniciteit zouden staan.
Maar achter die mooie slogans schuilt een veel hardere en pijnlijkere realiteit. De waarheid is dat etnische politiek in Suriname nooit is verdwenen.
Zij heeft alleen een modern jasje gekregen. En misschien nog gevaarlijker: zij heeft zich vermengd met economische uitbuiting van de armste groepen in de samenleving.
Want als we eerlijk zijn, moeten we vandaag een ongemakkelijke vraag durven stellen: wat is discriminatie eigenlijk? Is discriminatie alleen iemand uitschelden vanwege zijn afkomst of huidskleur?
Of is de ergste vorm van discriminatie misschien het bewust misbruiken van arme en kwetsbare bevolkingsgroepen voor politieke macht, terwijl men zelf veilig woont in villa’s aan de rivier en de bevolking laat stikken in armoede, inflatie en uitzichtloosheid?
Juist daar begint het grote morele failliet van de Surinaamse politiek. En juist daar komt de huidige NDP-regering van Jennifer Simons en Gregory Rusland keihard in beeld.
Politiek racisme als nieuwe ziekte van Suriname
Suriname heeft een nieuw soort racisme ontwikkeld. Geen racisme dat altijd openlijk schreeuwt over huidskleur of afkomst, maar een veel subtielere en gevaarlijkere vorm. Een vorm die zich vermomt als solidariteit, sociale rechtvaardigheid en volksverbondenheid. Ik noem het “politiek racisme”.
Politiek racisme is het systematisch gebruiken van economisch zwakke bevolkingsgroepen als politieke brandstof, terwijl dezelfde groepen bewust arm, afhankelijk en manipuleerbaar worden gehouden zodat zij electorair bruikbaar blijven. Dat is de harde realiteit van Suriname anno nu.
Politiek racisme werkt niet alleen via etniciteit. Het werkt via armoede, achterstand, emotie en afhankelijkheid. Het gebruikt voedselpakketten, partijbanen, straattaal, populistische toespraken en angstretoriek om kwetsbare groepen te binden aan politieke machtssystemen.
De tragiek is dat veel slachtoffers van dit systeem niet eens beseffen dat zij slachtoffer zijn. Dat maakt deze vorm van discriminatie misschien nog gevaarlijker dan klassieke vormen van racisme, omdat zij zich vermomt als zorg voor het volk, terwijl zij in werkelijkheid afhankelijkheid produceert.
De Picoletstrategie
Hier komt de zogenaamde “Picoletstrategie” om de hoek kijken. De picolet, een bekende Surinaamse lokvogel, wordt gebruikt om andere vogels te verleiden en te trekken. In de Surinaamse politiek is dat exact wat partijen doen.
Partijen zetten strategisch bepaalde gezichten naar voren om specifieke bevolkingsgroepen emotioneel aan zich te binden, zonder dat die groepen werkelijk structurele macht, economische vooruitgang of gelijkwaardige vertegenwoordiging krijgen. Dat is de kern van de Picoletstrategie.
Een partij presenteert zich zogenaamd multi-etnisch. Men zet een Marron op het podium, een Javaan in een commissie, een Hindostaan in de top, een Creool als campagnevoerder en een Inheemse kandidaat op een lijst. Alles oogt inclusief. Alles lijkt nationaal. Maar achter de schermen blijven de echte machtsstructuren vaak exact hetzelfde.
De bedoeling is niet om werkelijk macht te delen. De bedoeling is stemmen trekken. De Surinaamse kiezer wordt daarmee emotioneel verleid via symboliek in plaats van inhoudelijk overtuigd via beleid.
Juist de arme buurten en de ghetto zijn daar het meest kwetsbaar voor, omdat economische onzekerheid mensen vatbaar maakt voor politieke manipulatie.
De “Ghetto-Vieze Patatstrategie”
Maar de Surinaamse politiek heeft inmiddels een nieuwe laag toegevoegd aan deze manipulatie. Naast de Picoletstrategie zien we nu steeds vaker wat ik de “Ghetto-Vieze Patatstrategie” noem.
Iedereen in Paramaribo kent nog de legendarische “Vieze Patat”-stand aan de Waterkant. Het was rommelig, vettig en ongezond, maar tegelijkertijd onweerstaanbaar populair.
Mensen stonden ervoor in de rij, ondanks dat iedereen wist dat het niet bepaald goed voor hen was. En precies zo functioneert vandaag een groot deel van de Surinaamse politiek.
De ghetto krijgt telkens opnieuw kleine slierten “vieze patat” voorgehouden als lokkertje. Een voedselpakket hier. Een baantje daar. Een SRD-uitkering vlak voor verkiezingen. Een feestje.
Een concert. Een populistische speech. Een emotionele aanval op “de elite”. Net genoeg om hoop levend te houden, maar nooit genoeg om mensen werkelijk economisch onafhankelijk te maken.
Dat is de essentie van de Ghetto-Vieze Patatstrategie. Men voedt geen structurele ontwikkeling. Men voedt tijdelijke afhankelijkheid.
De ghetto als politieke melkkoe
De NDP heeft zichzelf jarenlang gepresenteerd als de partij van de volksklasse. De partij van de vergeten man. De partij van de ghetto. Men sprak de taal van de straat, gebruikte de emoties van arme mensen en creëerde het gevoel dat de elite eindelijk zou worden bestreden.
Maar wat zien we vandaag? Diezelfde ghetto die jarenlang werd gebruikt als stemmachine krijgt nu te horen dat alles duurder gaat worden.
Basisproducten stijgen verder in prijs. Brandstof wordt duurder. Importgoederen worden duurder. Bouwmaterialen worden duurder. Het leven wordt duurder, terwijl salarissen achterblijven en de armoede explodeert.
Volgens cijfers van het Algemeen Bureau voor de Statistiek lag de armoedegrens voor een gezin van twee volwassenen en twee kinderen eind 2025 al boven SRD 17.000 per maand. Voor veel gezinnen is dat bedrag compleet onhaalbaar geworden.
Het betekent dat een enorm deel van de bevolking structureel onder de bestaansgrens leeft. En wie wonen daar vooral? Niet de politieke elite. Niet de ministers. Niet de vrienden en familie van de macht. Nee.
Het zijn de mensen uit de volksbuurten. De mensen die iedere maand moeten kiezen tussen eten, stroom betalen of schoolspullen kopen voor hun kinderen.
Verborgen discriminatie
In Suriname denken veel mensen bij racisme direct aan etnische beledigingen tussen bevolkingsgroepen. Maar racisme en discriminatie hebben ook een economische en sociale vorm.
Wanneer politieke elites doelbewust arme bevolkingsgroepen afhankelijk houden, manipuleren en gebruiken voor stemmen, terwijl zij zelf profiteren van macht en privileges, dan spreken we over een verborgen vorm van discriminatie.
De ghetto wordt romantisch gebruikt tijdens verkiezingen. Politici lopen tussen de mensen. Men danst, eet barbecue, deelt voedselpakketten uit en houdt vurige toespraken over solidariteit. Maar direct na de verkiezingen verdwijnen dezelfde politici achter donkere ramen, beveiligde woningen en geklimatiseerde kantoren.
De ghetto blijft achter met modderwegen, slechte gezondheidszorg, criminaliteit, drugsproblematiek, seksueel overdraagbare aandoeningen, werkloosheid en gebroken gezinnen. Dat is geen emancipatie. Dat is misbruik.
Conclusie
De grootste tragedie van Suriname is niet dat het land multi-etnisch is. Dat is juist haar kracht. De grootste tragedie is dat politieke partijen etniciteit, armoede en emotionele afhankelijkheid zijn gaan gebruiken als instrumenten om macht te behouden.
De ghetto wordt niet bevrijd. De ghetto wordt gemanaged. De arme bevolking wordt niet sterker gemaakt. Zij wordt afhankelijk gehouden.
Suriname heeft geen behoefte meer aan politieke fastfood, slogans en toneelstukken over nationale eenheid terwijl de bevolking steeds armer wordt.
Wat het land nodig heeft, is authentiek leiderschap dat mensen economisch zelfstandig maakt in plaats van politiek afhankelijk.
Dr. Ashwin Ramcharan RO
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








