Ik geef het meteen toe: Julian With was nooit mijn favoriete auteur. Hij schreef vaak met een hardheid die meer wondde dan overtuigde.
Maar wie zijn boek Het komt nooit meer goed vandaag opnieuw leest, ontkomt niet aan een ongemakkelijke gedachte: wat als hij, hoe onplezierig ook, op wezenlijke punten gelijk heeft?
In de samenvatting van zijn boek wordt duidelijk dat With taboes doorbrak over bestuurlijk falen, vriendjespolitiek, verdeeldheid, zelfoverschatting en het hardnekkige onvermogen om collectief verantwoordelijkheid te nemen voor de staat waarin Suriname verkeert.
Nieuwe politieke fase, oude patronen
Juist daarom dringt zijn titel zich opnieuw op nu Suriname onder president Jennifer Geerlings-Simons een nieuwe politieke fase is binnengegaan.
Zij trad in juli 2025 aan na een krappe verkiezingsuitslag en een coalitievorming met zes partijen. Tegelijk staat het land voor een belofte die ook een gevaar is: de verwachte olie-inkomsten vanaf 2028.
Wie in zulke omstandigheden denkt dat een nieuwe president automatisch een nieuw land schept, begrijpt weinig van politiek. Precies daar raakt With nog steeds een pijnlijke waarheid.
Zijn stelling was niet dat Surinamers niets kunnen, maar dat Suriname zichzelf blijft saboteren zolang het meer energie steekt in schuldverschuiving dan in zelfcorrectie.
Politieke cultuur als rem op vooruitgang
Zolang partijen vooral worden gezien als voertuigen voor toegang tot macht, gunsten en posities, blijft bestuur ondergeschikt aan overleving.
Zolang burgers elke vijf jaar hopen op verlossing door een nieuwe naam, maar intussen dezelfde politieke cultuur belonen, verandert de uitkomst niet wezenlijk.
Olie-economie zonder sterke instellingen vergroot vaak niet de rechtvaardigheid, maar de hebzucht. Een brede coalitie zonder gedeelde bestuursmoraal levert niet vanzelf stabiliteit op, maar juist nieuwe handel in loyaliteiten.
En een bevolking die moe, afhankelijk of cynisch is, wordt gemakkelijk opnieuw verleid met symbolen in plaats van structurele hervorming.
De spiegel voor samenleving en kiezer
Dat is precies de spiegel die With de gemiddelde Surinaamse kiezer en burger voorhoudt: niet alleen de leiders falen, ook de samenleving kijkt te vaak weg van haar eigen aandeel.
Dat klinkt hard. Misschien te hard. Maar soms is hardheid noodzakelijk wanneer zelfbedrog een nationale gewoonte is geworden.
Suriname zal niet gered worden door nostalgie, etnische trouw, partijreflexen of de mythe dat natuurlijke rijkdom vanzelf nationale beschaving voortbrengt. Het land wordt alleen beter als burgers eindelijk méér van de politiek eisen dan charisma, afkomst of emotie.
Ligt de sleutel bij de burger?
Dus komt het nooit meer goed met Suriname? Dat hangt niet eerst af van de president, maar van de Surinamer die stemt, zwijgt, goedpraat of eindelijk weigert mee te doen aan het oude spel. Dáárin heeft Julian With misschien zijn meest verontrustende gelijk.
RIP Julian.
Johan Blomhoff
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








