Het klinkt misschien als vloeken in de kerk, maar het salaris van DNA-leden in Suriname verdient een eerlijkere blik dan de publieke verontwaardiging die nu vaak overheerst.
Het bedrag van 130.000 SRD per maand wordt al snel weggezet als buitensporig hoog. In de huidige economische realiteit ligt dat echter genuanceerder.
Wie de cijfers naast elkaar legt en ze in een bredere context plaatst, ziet een ander beeld ontstaan.
Omgerekend tegen een koers van 45 SRD voor 1 euro komt dat neer op ongeveer 2.888 euro per maand. Dat is geen schokkend hoog bedrag wanneer je het internationaal vergelijkt.
Ter illustratie: een lid van de Tweede Kamer in Nederland verdient grofweg rond de 8.000 euro bruto per maand, exclusief vergoedingen.
Dat verschil is aanzienlijk en maakt duidelijk dat het Surinaamse bedrag, zeker in harde valuta gemeten, eerder bescheiden is dan buitensporig.
Schijn en werkelijkheid lopen uiteen
De kritiek dat DNA-leden te veel zouden verdienen komt vaak voort uit een vergelijking met het inkomen van de gemiddelde Surinamer.
En ja, in verhouding met de doorsnee werknemer ligt het salaris van parlementariërs veel hoger. Maar dat zegt meer over hoe laag de inkomens in brede lagen van de samenleving zijn dan over een vermeende overbetaling aan de top.
Het probleem zit dus dieper. De kosten van levensonderhoud zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Huur, voeding, nutsvoorzieningen en transport drukken zwaar op het budget van vrijwel iedereen.
In zo’n context voelt elk hoger salaris als excessief, terwijl dat in werkelijkheid niet altijd zo is wanneer je het internationaal en economisch relativeert.
Tijd voor een eerlijker perspectief
Wat we nodig hebben, is een andere manier van kijken naar bedragen. Niet alleen relatieve vergelijkingen binnen Suriname, maar ook een bredere blik op koopkracht, wisselkoersen en internationale standaarden.
Ja, DNA-leden verdienen relatief meer dan de ‘gewone man’. Maar als je het totale plaatje bekijkt, verdienen ze niet uitzonderlijk veel.
Dat betekent overigens niet dat de situatie rechtvaardig is. Integendeel. Het echte probleem is dat de gemiddelde werknemer in Suriname simpelweg te weinig verdient om waardig rond te komen.
Dáár zou de verontwaardiging zich minstens zo sterk op moeten richten.
Het is dus geen kwestie van óf-of, maar van én-én. Parlementariërs zijn niet per definitie overbetaald, en de doorsnee burger is zonder twijfel onderbetaald.
Beide realiteiten bestaan naast elkaar. En zolang dat niet eerlijk wordt erkend, blijft de discussie scheefgetrokken en weinig productief.
J. Huizinga
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








