Suriname spreekt al jaren de ambitie uit om de ‘voedselschuur’ van het Caribisch gebied te worden.
Het klinkt goed, het oogt strategisch en het past perfect binnen de regionale behoeften van CARICOM. Maar terwijl wij blijven praten over potentie, laat buurland Guyana zien wat uitvoering betekent.
De vraag dringt zich steeds nadrukkelijker op: waarom loopt Suriname telkens achter?
Ambitie zonder uitvoering
Suriname beschikt over alles wat nodig is: vruchtbare grond, water, een gunstig klimaat en een strategische ligging. Toch blijft de agrarische sector steken in kleinschaligheid, inefficiëntie en beperkte exportcapaciteit.
Het probleem is niet een gebrek aan visie, maar een gebrek aan daadkracht. Beleidsdocumenten stapelen zich op, maar concrete implementatie blijft uit.
Productieoptimalisatie – essentieel om internationaal te concurreren – wordt al jaren genoemd, maar zelden structureel aangepakt.
Intussen groeit de afhankelijkheid van import, terwijl de kans om zelf producent en exporteur te zijn blijft liggen.
Guyana bewijst dat het wél kan
Onder leiding van Irfaan Ali zet Guyana agressief in op landbouwontwikkeling. Grootschalige cacao- en koffieproductie, uitbreiding van aquacultuur en investeringen in voedselhubs zijn geen plannen meer, maar concrete stappen die op korte termijn worden gerealiseerd.
Wat Guyana onderscheidt, is niet alleen ambitie, maar snelheid en schaal. De overheid werkt actief samen met de private sector, trekt investeringen aan en bouwt infrastructuur die productie en export ondersteunt.
Terwijl Suriname blijft discussiëren over randvoorwaarden, creëert Guyana die randvoorwaarden zelf.
De structurele problemen in Suriname
De achterstand van Suriname is geen toeval, maar het resultaat van terugkerende knelpunten:
Gebrekkige infrastructuur: Slechte wegen, beperkte opslag en inefficiënte logistiek maken grootschalige productie moeilijk.
Beperkte toegang tot financiering: Boeren en ondernemers krijgen onvoldoende ondersteuning om te investeren en te groeien.
Fragmentarisch beleid: Initiatieven missen samenhang en continuïteit, waardoor vooruitgang telkens wordt onderbroken.
Weinig innovatie en technologie: Moderne landbouwtechnieken worden onvoldoende toegepast.
Zonder het oplossen van deze structurele problemen blijft elke ambitie slechts een papieren werkelijkheid.
Concurrentie wacht niet
De wereld verandert snel. Voedselzekerheid is een geopolitiek thema geworden, zeker na crises zoals COVID-19 en internationale conflicten. Landen investeren massaal in hun voedselproductie en logistieke ketens.
Guyana speelt hier slim op in en positioneert zich als regionale en zelfs mondiale speler. Suriname daarentegen riskeert niet alleen achter te blijven, maar ook irrelevant te worden in een sector waar het juist een natuurlijke voorsprong heeft.
Van potentie naar productie
De kernvraag is simpel: wanneer gaat Suriname van praten naar produceren?
Dat vereist meer dan goede intenties. Het vraagt om:
duidelijke prioriteiten in landbouwbeleid
gerichte investeringen in infrastructuur en technologie
sterke samenwerking tussen overheid en private sector
meetbare doelen en harde deadlines
Zonder deze elementen blijft de ‘voedselschuur’-ambitie een slogan zonder inhoud.
Tijd is de grootste vijand
Suriname heeft nog steeds de kans om een belangrijke speler te worden binnen de regio. Maar elke vertraging vergroot de voorsprong van landen zoals Guyana.
De vraag “waar blijft Suriname?” is dan ook geen retorische vraag meer, maar een urgente oproep tot actie. Want in de wereld van vandaag geldt: wie te laat komt, verliest niet alleen de race, maar ook de markt.
D. Karamat-Ali
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








