De oproep tot rust en vertrouwen van NDP-parlementariër Ebu Jones klinkt op het eerste gehoor verstandig.
In een land dat al jaren kampt met economische onzekerheid, institutionele zwakte en maatschappelijk wantrouwen, is stabiliteit geen overbodige luxe.
Toch roept zijn betoog ook fundamentele vragen op: wanneer wordt “rust” een noodzakelijke voorwaarde voor herstel, en wanneer verandert het in een politiek schild tegen terechte kritiek?
Vertrouwen vraagt om richting, niet om geduld alleen
Jones stelt dat de eerste zeven tot acht maanden van president Jennifer Simons vooral in het teken staan van herstel en vertrouwen.
Maar vertrouwen ontstaat niet vanzelf door kalmte te prediken. Het vereist zichtbare richting, duidelijke keuzes en transparantie.
Juist daar wringt de schoen. De oppositie wijst op het uitblijven van concreet beleid en een onduidelijke financiële koers. Die zorgen verdwijnen niet door burgers op te roepen geduld te hebben; ze vragen om inhoudelijke beantwoording.
Minder ambities, meer daadkracht: een terechte constatering
De pleidooi van Jones om te focussen op twee of drie concrete prioriteiten is een zeldzaam realistisch geluid in de Surinaamse politiek.
Te vaak verzanden regeerprogramma’s in lijsten vol goede bedoelingen die uiteindelijk niet worden waargemaakt. Toch blijft ook hier de vraag: welke prioriteiten zijn daadwerkelijk gekozen, en hoe worden die gemeten?
Zonder tijdlijnen, verantwoordelijken en publieke verantwoording blijft zelfs een beperkte agenda vooral een belofte.
Parastatalen: structureel probleem, geen snelle oplossing
Het verbeteren van de bedrijfsvoering bij parastatale ondernemingen is al decennialang een terugkerend thema. Jones heeft gelijk dat efficiënt en eerlijk bestuur daar grote financiële winst kan opleveren. Maar juist dit dossier vraagt om radicale transparantie en politieke moed.
Parastatalen zijn niet alleen economische entiteiten, maar ook machtscentra waar partijpolitiek, benoemingen en belangenverstrengeling samenkomen. Zonder harde keuzes en openheid dreigt “opschonen” een hol begrip te blijven.
Straatprotest als risico of als correctiemechanisme?
Het meest controversiële deel van Jones’ betoog is zijn waarschuwing tegen straatacties. Natuurlijk heeft hij gelijk dat protest niet mag ontaarden in chaos of misbruik door politieke krachten. Maar het frame dat protest vooral een bedreiging vormt voor stabiliteit is gevaarlijk eenzijdig.
In een democratie is straatprotest vaak juist een signaal dat institutionele kanalen onvoldoende functioneren. Het probleem is niet protest op zich, maar een overheid die kritiek onvoldoende serieus neemt.
Stabiliteit zonder kritiek is schijnrust
Jones benadrukt dat hij kritisch zal blijven, maar dat stabiliteit nu prioriteit heeft. De vraag is echter of echte stabiliteit mogelijk is zonder ruimte voor scherpe kritiek en maatschappelijke druk.
Rust die wordt afgedwongen door oproepen tot kalmte, zonder gelijktijdige duidelijkheid en verantwoording, is fragiel.
Suriname heeft geen behoefte aan schijnrust, maar aan vertrouwen dat voortkomt uit zichtbaar beleid en meetbare vooruitgang.
De woorden van Jones zijn deels begrijpelijk, deels problematisch. Ja, Suriname heeft rust nodig. Maar rust mag nooit een excuus worden om vragen uit te stellen, kritiek te marginaliseren of maatschappelijke onvrede te wantrouwen.
Vertrouwen wordt niet gevraagd; het wordt verdiend.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








