Het voorgestelde wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering moet opsporingsdiensten ruimere wettelijke mogelijkheden bieden om strafbare feiten te onderzoeken, waaronder complexe en digitale criminaliteit.
Het voorstel omvat onder meer stelselmatige observatie, infiltratie, het opnemen van vertrouwelijke communicatie en heimelijk onderzoek in computersystemen.
Tegelijkertijd worden voorwaarden en controlemechanismen voorgesteld om de toepassing van deze ingrijpende bevoegdheden binnen wettelijke grenzen te houden.
De Commissie van Rapporteurs (CvR) is nader geïnformeerd over de voorgestelde wijzigingen. De presentatie werd verzorgd door de commissie Herziening Wetboek van Strafvordering, onder leiding van waarnemend voorzitter Jimmy Kasdipowidjojo. Minister van Justitie en Veiligheid Harrish Monorath was eveneens aanwezig.
Verdachten volgen en infiltreren
Een van de voorgestelde bevoegdheden is stelselmatige observatie, waarmee een verdachte onder bepaalde voorwaarden langdurig of systematisch kan worden gevolgd zonder diens medeweten.
Daarnaast moet het mogelijk worden dat een opsporingsambtenaar, op bevel van de officier van justitie, deelneemt aan een groep personen die mogelijk strafbare feiten beraamt of pleegt. Daarbij geldt uitdrukkelijk dat de opsporingsambtenaar niet mag aanzetten tot het plegen van andere strafbare feiten.
Het voorstel omvat verder mogelijkheden voor pseudokoop en pseudodienstverlening. Ook kan onder bepaalde voorwaarden heimelijk informatie over een verdachte worden ingewonnen zonder bekend te maken dat sprake is van een opsporingsonderzoek.
Heimelijk onderzoek in computersystemen
Het wetsvoorstel richt zich nadrukkelijk op de opsporing van digitale criminaliteit. Het voorziet in mogelijkheden voor onderzoek in computers en andere geautomatiseerde systemen die bij een verdachte in gebruik zijn.
Ook het heimelijk verzamelen van digitale gegevens en het opvragen van communicatie- en gebruikersgegevens maken deel uit van de voorgestelde wijzigingen.
Heimelijk onderzoek in een geautomatiseerd systeem kan volgens het voorstel uitsluitend onder specifieke voorwaarden worden toegepast wanneer sprake is van een ernstige inbreuk op de rechtsorde.
Daarnaast wordt voorgesteld om onder bepaalde voorwaarden besloten plaatsen, met uitzondering van woningen, te kunnen betreden voor onderzoek, het veiligstellen van sporen of het plaatsen van technische hulpmiddelen.
Opnemen van vertrouwelijke communicatie
Een andere ingrijpende bevoegdheid betreft het opnemen van vertrouwelijke communicatie. Dit zou mogelijk worden wanneer sprake is van een ernstige inbreuk op de rechtsorde en het onderzoek de maatregel dringend vereist.
Voor de inzet van dergelijke bevoegdheden gelden specifieke wettelijke voorwaarden. In bepaalde gevallen is voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris vereist, op vordering van de officier van justitie.
Hiermee beoogt het voorstel vast te leggen onder welke omstandigheden opsporingsdiensten deze methoden mogen inzetten en welke juridische controle daarbij noodzakelijk is.
Waarborgen voor privacy en grondrechten
Naast de uitbreiding van de opsporingsmogelijkheden bevat het wetsvoorstel regels voor het vastleggen, bewaren, gebruiken en vernietigen van onderzoeksgegevens en processen-verbaal.
De toepassing van de bijzondere bevoegdheden moet worden opgenomen in de processtukken. Ook moet de betrokkene op de hoogte worden gesteld zodra het onderzoeksbelang dit toelaat.
Verder worden bepalingen voorgesteld over de vernietiging van processen-verbaal en voorwerpen na afloop van een zaak en over het gebruik van bepaalde verkregen gegevens in andere strafzaken.
Tijdens de toelichting stelden de commissieleden vragen over de praktische toepassing van de voorgestelde bevoegdheden, de voorwaarden voor inzet en de wettelijke controlemechanismen. Daarbij was ook aandacht voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en andere grondrechten.
Wetsvoorstel nog onderwerp van behandeling
Met de presentatie is de CvR, onder voorzitterschap van Edgar Sampie, nader geïnformeerd over de voorgestelde aanpassingen van het Wetboek van Strafvordering (S.B. 1977 no. 94, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2023 no. 135).
De beoogde herziening moet een duidelijker en uitgebreider wettelijk kader bieden voor de opsporing van strafbare feiten.
De uitdaging is daarbij een evenwicht te waarborgen tussen effectieve criminaliteitsbestrijding en rechtsbescherming.
De voorgestelde bevoegdheden en voorwaarden maken deel uit van het wetsvoorstel en zijn afhankelijk van de verdere parlementaire behandeling en eventuele aanvaarding.






