Zolang de Surinaamse regering het geld niet bij de goudsector gaat halen, zal er een begrotingstekort blijven bestaan. Chan Santokhi heeft het geprobeerd, Simons durft het niet. En zo zal het blijven.
Suriname heeft honderd jaar bauxietwinning gekend. Peh a moni deh? Newmont heeft volgens de aangehaalde cijfers meer dan US$ 4 miljard aan de staat betaald. Peh a moni deh?
Staatsolie genereert jaarlijks honderden miljoenen Amerikaanse dollars. Peh a moni deh? Wanneer gaan de casino’s belasting betalen?
Waarom komt het volk nu niet in opstand tegen het belastingbeleid van Simons, Wijnerman en haar adviseurs?
Suriname heeft geen belastingbeleid nodig dat vooral angst en ontwrichting veroorzaakt. Het land heeft een inkomstenstrategie nodig die de staatskas versterkt zonder de economie te verstikken.
De stagflatie in Suriname dreigt steeds ernstiger te worden. De volgens mij onrealistische en moeilijk uitvoerbare belastingplannen van Wijnerman maken handhaving tot een groot probleem.
Wie betalingsonmacht behandelt als betalingsonwil, riskeert bedrijven en gezinnen verder in de problemen te brengen. Daarmee wordt ook de economische basis aangetast waarop de overheid haar toekomstige belastinginkomsten moet bouwen.
Begin bij de grote geldstromen: goud, casino’s, cambio’s en luxe-importen
Als de regering daadwerkelijk extra inkomsten nodig heeft, moet zij niet uitsluitend kijken naar belastingbetalers die al bij de Belastingdienst bekend zijn. Zij moet ook onderzoeken waar grote geldstromen omgaan en waar de bestaande controle tekortschiet.
De goudsector, goudhandel, cambio’s, casino’s en andere risicovolle activiteiten verdienen een professionele aanpak. De controles moeten aansluiten bij de omvang van de geldstromen en de risico’s die bij deze activiteiten kunnen bestaan.
Ook de douane en de controle op luxe-importen verdienen aandacht. Onjuiste waarderingen, gebrekkige registratie en aantoonbare belastingontduiking kunnen de overheid inkomsten kosten. Dat betekent nadrukkelijk niet dat iedereen in deze sectoren verdacht is.
Het betekent dat de controlecapaciteit moet worden ingezet waar risicoanalyses en verifieerbare aanwijzingen daar aanleiding toe geven.
De regering moet concrete vragen beantwoorden. Hoeveel belastingaanslagen staan open? Welk deel daarvan is daadwerkelijk inbaar? En welk deel betreft schulden van ondernemingen die niet meer bestaan?
Hoeveel geld loopt de staat mis door onjuiste aangiften, onderwaardering van goederen, niet-geregistreerde transacties of onvoldoende controle op specifieke sectoren?
Hoeveel belasting wordt na controles geïnd? Wat kosten die controles? En welke maatregelen leveren structureel meer op dan ze aan uitvoering kosten?
Zonder zulke cijfers kan niemand serieus beoordelen of een strengere wet ook een betere wet is.
Het is bovendien onvoldoende om de Belastingdienst simpelweg meer bevoegdheden te geven als de administratie, controleprocessen en behandeling van belastingplichtigen niet op orde zijn. Meer macht zonder voldoende transparantie en waarborgen vergroot het risico op willekeur.
Een goed functionerende Belastingdienst moet juist vertrouwen opbouwen door duidelijke regels, voorspelbare procedures en gelijke behandeling.
De maatstaf moet niet zijn hoeveel beslagleggingen de staat kan uitvoeren, maar hoeveel verschuldigde belasting zij duurzaam en rechtmatig weet te innen.
Een begrotingstekort los je niet op zoals Wijnerman en haar adviseurs het bedenken
Minister van Financiën Adelien Wijnerman en haar adviseurs willen de overheid ruimere mogelijkheden geven om belastingschulden te innen. Voorstellen rond beslaglegging, hoge invorderingskosten en zelfs lijfsdwang roepen daarbij stevige vragen op.
Tijdens de behandeling van de nieuwe belastingwetgeving in De Nationale Assemblée is onder meer bezorgdheid geuit over de rechtsbescherming van burgers en ondernemingen die hun belastingverplichtingen niet kunnen nakomen.
Parlementariërs willen terecht weten welke waarborgen voorkomen dat iemand die financieel aan de grond zit, op dezelfde manier wordt behandeld als iemand die bewust weigert te betalen.
De discussie gaat daarmee over veel meer dan de technische inrichting van de Belastingdienst. Zij raakt aan de vraag hoe de overheid haar financiële problemen wil aanpakken en welke rekening zij daarvoor bij de samenleving neerlegt.
Laat er geen misverstand over bestaan: belastingen moeten worden betaald, belastingontduiking moet worden bestreden en ondernemers of particulieren die bewust vermogen verbergen om hun verplichtingen te ontlopen, mogen niet rekenen op straffeloosheid.
Een staat die niet in staat is verschuldigde belastingen te innen, ondermijnt haar eigen financiële positie. Bovendien benadeelt zij de belastingbetaler die wel aan zijn verplichtingen voldoet.
Wat wil de overheid met deze plannen bereiken?
De discussie moet beginnen bij de vraag wat de overheid met haar belastingbeleid wil bereiken. De adviseurs van Wijnerman moeten niet beginnen met dreigen, maar met rekenen.
Hoe groot is het begrotingstekort werkelijk? Hoeveel extra inkomsten zijn noodzakelijk? En uit welke bronnen kunnen die inkomsten op een realistische, controleerbare en economisch verantwoorde manier worden gehaald?
Als het tekort bijvoorbeeld SRD 10 miljard of SRD 20 miljard bedraagt, moet de regering dat vertalen naar een concreet inkomstenplan.
Daarin moet zichtbaar worden welk deel kan worden opgevangen door betere inning van bestaande belastingen, welk deel door het aanpakken van aantoonbare ontduiking en welk deel eventueel door aanpassing van belastingtarieven of andere beleidsmaatregelen moet worden gerealiseerd.
Het tekort moet eerst worden gekwantificeerd. Vervolgens moeten de inkomstenbronnen worden onderzocht. Pas daarna kan worden bepaald welke maatregelen nodig zijn.
Zonder die volgorde dreigt belastingbeleid te veranderen in een verzameling steeds strengere regels. De economische gevolgen worden dan onvoldoende doorgerekend en de daadwerkelijke opbrengst voor de staatskas blijft onduidelijk.
De gemakkelijkste belastingbetaler is niet automatisch de juiste belastingbetaler
Een ondernemer met een winkel, een kleine fabriek, een transportbedrijf of een dienstverlenende onderneming is doorgaans relatief gemakkelijk zichtbaar voor de overheid. Er zijn facturen, banktransacties, werknemers, vergunningen en administratieve verplichtingen.
Dat maakt controle mogelijk. Tegelijkertijd ontstaat het risico dat de overheid zich vooral richt op degenen die al binnen het formele systeem opereren. Hun activiteiten zijn immers gemakkelijker te controleren dan geldstromen die minder transparant verlopen.
Wanneer de staat vervolgens de invorderingskosten verhoogt, beslag legt op werkkapitaal of zware dwangmiddelen inzet zonder voldoende onderscheid te maken tussen betalingsonmacht en betalingsonwil, kan zij juist de ondernemingen treffen die werkgelegenheid creëren, producten leveren en belastinginkomsten genereren.
Neem een onderneming die door tegenvallende omzet, hoge financieringskosten of achterstallige betalingen van klanten tijdelijk niet in staat is haar belastingschuld te voldoen.
Wanneer de overheid onmiddellijk beslag legt op de rekening waarmee salarissen en leveranciers worden betaald, kan een tijdelijk liquiditeitsprobleem veranderen in een bedrijfsstilstand.
Als die onderneming vervolgens personeel ontslaat of failliet gaat, verliest de staat mogelijk niet alleen een deel van de openstaande belastingvordering, maar ook toekomstige inkomsten uit winstbelasting, loonbelasting en andere heffingen.
De overheid kan dan formeel gelijk hebben dat een schuld bestaat, terwijl haar aanpak economisch averechts uitpakt.
Daarom moet een moderne Belastingdienst niet alleen streng zijn, maar vooral onderscheidend en professioneel opereren.
Wie aantoonbaar fraudeert, activa wegsluist of bewust weigert te betalen ondanks voldoende financiële middelen, vraagt om een andere aanpak dan de ondernemer die zijn verplichtingen erkent, maar tijdelijk geen liquide middelen heeft.
Een betalingsregeling, een proportionele invorderingsmaatregel of een zorgvuldig bezwaarproces kan in zulke gevallen uiteindelijk meer opleveren dan hard optreden dat de bron van toekomstige inkomsten vernietigt.
Lijfsdwang is bovendien een uitzonderlijk ingrijpend middel. Het mag niet worden verward met een gewone strafrechtelijke gevangenisstraf.
Juist daarom moeten de noodzaak, wettelijke voorwaarden, rechtsbescherming en proportionaliteit glashelder zijn voordat zo’n instrument wordt toegepast.
De goudsector: controleer de cijfers voordat u de rekening bij anderen legt
De goudsector maakt deze discussie bijzonder relevant. De overheid kan daar niet alleen via algemene belastingen inkomsten ontvangen, maar ook via contractuele afspraken.
In het geval van het Merian-project is in de Mineral Agreement een royalty van 6 procent vastgelegd over de zogenoemde Net Smelter Returns (NSR).
Dit is een contractueel gedefinieerde grondslag. Het is dus niet zonder meer hetzelfde als 6 procent van de bruto-omzet of 6 procent van de nettowinst.
De overeenkomst geeft de staat bovendien het recht om de relevante administratie en gegevens over de royaltyberekening te controleren.
Dat recht is belangrijk. Een royaltyafspraak heeft alleen waarde als de berekeningsgrondslag controleerbaar is en de verschuldigde bedragen daadwerkelijk worden betaald.
Daarom moet de regering transparant maken welke inkomsten Suriname uit de goudwinning ontvangt, hoe de verschillende inkomstenstromen zijn opgebouwd en hoe de controle op contractuele verplichtingen wordt uitgevoerd.
Het gaat daarbij niet alleen om royalty’s, maar ook om belastingen, de economische deelname van de staat en andere betalingen die volgens de toepasselijke afspraken verschuldigd zijn.
Die bedragen moeten afzonderlijk worden gepresenteerd. Omzet, royalty’s, belastingen, dividenden en lokale economische bestedingen mogen niet door elkaar worden gehaald. Alleen dan kan het parlement beoordelen of de staat ontvangt waar zij contractueel recht op heeft.
Kijk hoeveel Newmont uit Suriname wegdraagt: US$ 66 miljard in tien jaar?
De rekensom rond US$ 66,7 miljard laat zien waarom nauwkeurigheid in deze discussie essentieel is.
Als een royalty van 6 procent zou worden toegepast op een grondslag van US$ 66,7 miljard, zou dat rekenkundig ongeveer US$ 4 miljard aan royalty’s opleveren. Maar dat is uitsluitend een hypothetische berekening.
Het is geen bewijs dat Newmont daadwerkelijk US$ 4 miljard aan royalty’s heeft betaald, noch dat Merian een NSR-grondslag van US$ 66,7 miljard heeft gerealiseerd.
De contractuele grondslag is bovendien niet gelijk aan de bruto-omzet.
De juiste politieke vraag is daarom niet hoe we een indrukwekkend getal als vaststaand feit kunnen presenteren. De vraag is hoeveel er werkelijk is geproduceerd, welke bedragen volgens de overeenkomst verschuldigd waren, hoeveel daadwerkelijk is betaald en hoe die cijfers onafhankelijk kunnen worden gecontroleerd.
De staat moet zulke controles niet alleen aankondigen wanneer er publieke discussie ontstaat. Zij moet ze structureel uitvoeren en de uitkomsten begrijpelijk verantwoorden.
Als de overheid inkomsten misloopt doordat bestaande afspraken onvoldoende worden gecontroleerd of geïnd, ligt daar een directe taak voor de minister van Financiën.
Het zou moeilijk uit te leggen zijn als de staat enerzijds steeds zwaardere sancties wil opleggen aan kleinere belastingplichtigen, maar anderzijds niet overtuigend kan aantonen hoe zij haar eigen inkomstenrechten bij grote geldstromen controleert en benut.
Een belastingwet moet de economie versterken, niet verstikken
Suriname heeft behoefte aan een belastingstelsel dat begrijpelijk, uitvoerbaar en betrouwbaar is. De regels moeten ondernemers in staat stellen vooruit te plannen en de overheid in staat stellen inkomsten te innen.
Dat betekent niet dat iedere belastingplichtige moet worden ontzien. Het betekent wel dat maatregelen moeten worden beoordeeld op hun werkelijke effecten.
Een tariefverhoging die investeringen ontmoedigt, een invorderingsmaatregel die een levensvatbaar bedrijf omverwerpt of een boete die buiten verhouding staat tot de overtreding, kan op papier streng lijken. Uiteindelijk kan zo’n maatregel echter de belastingbasis verkleinen waarop de staat steunt.
Dat is extra belangrijk voor een economie die haar productie wil verbreden en zich wil voorbereiden op toekomstige inkomsten uit olie en gas.
Suriname heeft ondernemingen nodig die investeren, personeel aannemen, exporteren, lokale leveranciers inschakelen en hun activiteiten uitbreiden.
Dat lukt niet wanneer ondernemers het gevoel krijgen dat de overheid vooral een schuldeiser is die bij de eerste tegenslag de deurwaarder stuurt, terwijl duidelijke betalingsregelingen, snelle bezwaarprocedures en voorspelbare fiscale regels ontbreken.
Rechtszekerheid is geen gunst aan het bedrijfsleven. Het is een voorwaarde voor economische activiteit en daarmee ook voor duurzame belastingopbrengsten.
Wijnerman moet daarom niet alleen uitleggen welke bevoegdheden zij wil toevoegen. Zij moet vooral aangeven welk probleem iedere maatregel oplost, hoeveel extra inkomsten die naar verwachting oplevert en welke bescherming belastingplichtigen krijgen tegen disproportioneel optreden.
Als een maatregel vooral kosten en onzekerheid creëert, moet zij worden herzien. Als een maatregel aantoonbaar fraude bestrijdt en meer inkomsten oplevert zonder onnodige economische schade, kan zij worden verdedigd.
Dat is de zakelijke toets die bij een serieuze hervorming hoort.
Eerst de cijfers, dan de sancties
De minister staat voor een wezenlijke keuze: een belastingbeleid dat vooral de macht van de staat uitbreidt, of een inkomstenstrategie die begint met transparante cijfers, gerichte controles en een realistische beoordeling van de economische gevolgen.
Die keuze moet niet worden versimpeld tot de tegenstelling tussen streng en soepel. Een overheid kan streng optreden tegen fraude én zorgvuldig omgaan met mensen die werkelijk niet kunnen betalen.
Juist dat onderscheid bepaalt of belastingheffing wordt gezien als een rechtvaardige bijdrage aan de samenleving of als een onvoorspelbare dreiging.
De opdracht aan Wijnerman is daarom helder. Maak eerst inzichtelijk hoe groot het begrotingstekort is. Bepaal vervolgens welk deel daarvan realistisch kan worden gedicht door betere inning, het terugdringen van aantoonbare ontduiking en het controleren van grote geldstromen.
Publiceer de opbrengsten en kosten van die maatregelen. Controleer of de staat haar contractuele rechten in de goudsector volledig benut. Zorg er bovendien voor dat invorderingsmaatregelen in verhouding staan tot de schuld, de omstandigheden en het gedrag van de belastingplichtige.
Conclusie: haal het geld waar het zit
Een regering die haar begroting niet op orde krijgt, mag haar eigen onvermogen niet afwentelen op de ondernemer die al worstelt om het hoofd boven water te houden.
De overheid moet belastingen innen, maar zij moet dat doen met verstand, transparantie en gevoel voor economische realiteit.
Een boete die een bedrijf failliet maakt, levert misschien op papier een bedrag op, maar geen structurele belastinginkomsten als de onderneming niet langer bestaat.
Wijnerman, begin dus met rekenen voordat u gaat dreigen. Haal het geld waar het zit, niet waar het het gemakkelijkst te halen is.
De maatstaf voor goed fiscaal beleid is niet hoe hard de overheid kan straffen, maar hoeveel inkomsten zij duurzaam kan innen zonder de economische basis onder haar eigen belastingstelsel weg te slaan.
Suriname heeft geen belastingbeleid nodig dat angst produceert. Het land heeft een staat nodig die haar inkomstenrechten kent, haar cijfers openbaar maakt en de economie niet verstikt in een poging de eigen begrotingsproblemen op te lossen.
Zolang de Surinaamse regering het geld niet bij de goudsector gaat halen, zal er een begrotingstekort blijven bestaan. Chan heeft het geprobeerd, Simons durft het niet, en zo zal het blijven.
Suriname heeft honderd jaar bauxietwinning gekend. Peh a moni deh? Newmont heeft volgens de aangehaalde cijfers meer dan US$ 4 miljard aan de staat betaald. Peh a moni deh? Staatsolie betaalt volgens de auteur jaarlijks US$ 500 tot 600 miljoen. Peh a moni deh?
Dr. Ashwin Ramcharan
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







