Vorige week brachten de directeur-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Arne van Hout, en de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Araya Sumter, een officieel werkbezoek aan Suriname.
Het bezoek stond in het teken van de doorwerking van het slavernijverleden en de verdere invulling van het traject na de excuses die door de Nederlandse regering zijn aangeboden voor het slavernijverleden.
Werkbezoek aan Commewijne
In het kader van het programma brachten de directeuren-generaal een werkbezoek aan Commewijne, waar zij zich ter plaatse lieten informeren over lokale perspectieven, historische context en maatschappelijke gevolgen die nog steeds voelbaar zijn binnen gemeenschappen.
Tijdens hun verblijf voerden Van Hout en Sumter gesprekken met vertegenwoordigers van de Surinaamse overheid en diverse organisaties uit het maatschappelijk middenveld.
Deze gesprekken waren gericht op het uitwisselen van inzichten, ervaringen en verwachtingen rondom erkenning, herstel en toekomstgericht beleid.
Inzet voor beleids- en maatschappelijke initiatieven
De kennis en inzichten die tijdens het bezoek zijn opgedaan, zullen worden meegenomen in de verdere uitwerking van het fonds voor beleidsinitiatieven en de regeling voor maatschappelijke initiatieven die specifiek zijn bestemd voor Suriname.
Deze instrumenten maken deel uit van het bredere vervolgproces dat voortvloeit uit de excuses voor het slavernijverleden.
Het bezoek onderstreept het belang van blijvende dialoog en samenwerking tussen Nederland en Suriname bij het vormgeven van duurzame en inclusieve initiatieven met oog voor het gedeelde verleden en de gezamenlijke toekomst.







