Wat zich bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) afspeelt, is allang niet meer slechts een meningsverschil tussen een directeur en een Raad van Commissarissen.
Het conflict is uitgegroeid tot een bestuurlijke crisis waarin de bevoegdheid om een publieke organisatie te leiden ter discussie staat, de politie bij een gespannen situatie rond de toegang tot het gebouw aanwezig was en belangrijke vragen over de continuïteit van het bestuur onbeantwoord blijven.
President-commissaris Emanuel Scheek heeft aangekondigd dat hij onder de bestaande omstandigheden zijn ontslag zal indienen als directeur Wendy Jap A Joe aanblijft.
De Raad van Commissarissen (RvC) stelt dat haar vijfjarige benoemingstermijn op 20 oktober eindigt en eist een volledige bestuursoverdracht.
Jap A Joe weigert daaraan gevolg te geven zolang zij geen besluit van president Jennifer Geerlings-Simons heeft afgewacht.
En zo dreigt een overheidsinstantie die juist moet bijdragen aan een ordelijke regulering van de telecommunicatiesector zelf het toneel te worden van bestuurlijke onrust.
De vraag die zich opdringt, is eenvoudig: wanneer houdt dit op, en wie neemt eindelijk de verantwoordelijkheid om deze crisis op te lossen?
Een publieke instelling is geen persoonlijk machtsgebied
De ontwikkelingen bij TAS roepen de indruk op dat de betrokken partijen steeds verder tegenover elkaar komen te staan, terwijl een oplossing uitblijft.
De directeur beroept zich op wettelijke bepalingen en wacht op formele besluitvorming van de president. De Raad van Commissarissen stelt dat haar benoemingstermijn afloopt en dat er daarom een bestuursoverdracht moet plaatsvinden.
Beide partijen kunnen juridische argumenten hebben. Maar een beroep op de wet mag geen excuus worden voor een situatie waarin de leiding van een publieke instelling onduidelijk blijft en de overdracht van verantwoordelijkheden onderwerp wordt van een conflict.
Een organisatie als TAS behoort te functioneren op basis van duidelijke bevoegdheden, controleerbare besluitvorming en continuïteit. Zij mag niet afhankelijk worden van de vraag welke partij het langst voet bij stuk houdt.
Bestuurlijke functies zijn geen persoonlijke eigendommen. Noch een directeur, noch een Raad van Commissarissen kan het belang van de eigen positie boven het functioneren van de instelling stellen.
Wie verantwoordelijkheid draagt binnen een publieke organisatie, moet juist in een conflict laten zien dat het institutionele belang vooropstaat.
Wanneer de betrokkenen dat niet zelfstandig kunnen waarborgen, moet de verantwoordelijke overheid ingrijpen binnen de grenzen van de wet.
De toegang tot het gebouw: een alarmerend dieptepunt
Volgens informatie van TFD werden leden van de Raad van Commissarissen op maandag 19 oktober niet toegelaten tot het TAS-gebouw. De politie was ter plaatse. De precieze omstandigheden rond de geweigerde toegang en de rol van de politie zijn vooralsnog onduidelijk.
Juist daarom is een zorgvuldige uitleg noodzakelijk.
Wie heeft besloten dat de commissarissen geen toegang kregen? Op welke juridische grondslag gebeurde dat? Was sprake van een veiligheidsmaatregel, een instructie vanuit de organisatie of een andere reden? En welke rol speelde de politie precies?
Zonder antwoorden op deze vragen kan niet verantwoord worden vastgesteld wie in deze specifieke situatie juridisch in zijn recht stond.
Maar het feit dat de toegang tot het gebouw onderdeel is geworden van een bestuurlijk conflict, onderstreept hoe ernstig de verhoudingen inmiddels zijn verstoord.
Een publieke instelling behoort niet te functioneren alsof de toegang tot haar gebouwen en de uitoefening van bestuurlijke bevoegdheden inzet zijn van een machtsstrijd.
Wanneer commissarissen en een directeur elkaar niet meer kunnen vinden over de elementaire voorwaarden voor het bestuur, is er sprake van een probleem dat niet langer intern kan worden gebagatelliseerd.
De aanwezigheid van de politie maakt het des te belangrijker dat de feiten worden opgehelderd. Niet om bij voorbaat een schuldige aan te wijzen, maar om te voorkomen dat onduidelijkheid, vermoedens en onderlinge beschuldigingen de situatie verder laten escaleren.
De benoemingstermijn loopt af, maar waar is de bestuurlijke regie?
Volgens de Raad van Commissarissen eindigt de vijfjarige benoemingstermijn van Jap A Joe op 20 oktober 2026. De raad stelt dat zij vanaf dat moment zonder een nieuwe rechtsgeldige benoeming niet langer bevoegd is om namens TAS bestuurlijke besluiten te nemen of de organisatie te vertegenwoordigen.
Jap A Joe wijst de sommatie van Scheek af. Zij stelt dat de benoeming, schorsing en het ontslag van de TAS-directeur volgens de Wet Telecommunicatievoorzieningen bij presidentiële resolutie plaatsvinden. Daarom wil zij eerst de formele besluitvorming of nadere instructies van president Simons afwachten.
Dit is precies het soort juridische en bestuurlijke onzekerheid dat de regering niet op zijn beloop mag laten.
Als de benoemingstermijn daadwerkelijk afloopt, moet duidelijk zijn welke rechtsgevolgen dat heeft, wie bevoegd is om de organisatie tijdelijk te leiden en welke procedure moet worden gevolgd om een rechtsvacuüm te voorkomen.
Als er een geschil bestaat over de interpretatie van de wet, moet dat tijdig en op een juridisch houdbare manier worden opgelost.
De samenleving heeft niets aan een situatie waarin beide partijen hun eigen lezing van de wet presenteren, maar de verantwoordelijke autoriteiten geen definitieve duidelijkheid verschaffen.
De regering moet bovendien voorkomen dat de discussie over de persoon van de directeur de aandacht afleidt van de kernvraag: hoe wordt het bestuur van TAS vanaf 20 oktober rechtsgeldig en ordelijk geregeld?
Documenten, bankbevoegdheden en digitale toegang: dit gaat verder dan een functietitel
De door Scheek verlangde overdracht omvat volgens de sommatie onder meer financiële en personele dossiers, contracten, bank- en tekeningsdocumenten, sleutels en digitale toegangsmiddelen. Ook moeten gegevens over lopende projecten en verplichtingen worden overgedragen.
Banken, leveranciers en andere zakelijke relaties moesten volgens de brief uiterlijk maandag over gewijzigde bevoegdheden worden geïnformeerd.
Dit zijn geen bijzaken. Het gaat om de middelen waarmee een organisatie haar dagelijkse werkzaamheden uitvoert, haar financiële verplichtingen nakomt en haar contractuele relaties beheert.
Wanneer onduidelijk is wie rechtsgeldig bevoegd is om besluiten te nemen of namens TAS op te treden, kunnen praktische en juridische problemen ontstaan.
Denk aan betalingen, contractuele verplichtingen, personeelsbesluiten en de voortgang van projecten. Of dergelijke problemen zich daadwerkelijk hebben voorgedaan, is op basis van de beschikbare informatie niet vast te stellen. Maar de onzekerheid over bevoegdheden maakt een snelle oplossing noodzakelijk.
Een bestuursoverdracht hoort daarom geen geïmproviseerde confrontatie te worden. Zij moet plaatsvinden volgens een duidelijke procedure, met controleerbare vastlegging van documenten, bezittingen, toegangsrechten en lopende verplichtingen.
Als er verschil van mening bestaat over de juridische basis van de overdracht, moet dat verschil worden opgelost zonder dat de continuïteit van de organisatie onnodig in gevaar komt.
De regering kan zich niet blijven verschuilen achter een oproep tot samenwerking
De voorgeschiedenis maakt de huidige crisis extra zorgwekkend. De Raad van Commissarissen heeft de regering eerder gevraagd om Jap A Joe te schorsen of te ontslaan en bezwaren geuit over de financiële verantwoording en de informatievoorziening binnen TAS.
Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme verklaarde eerder dat de Raad van Ministers het verzoek tot schorsing onvoldoende onderbouwd vond. Hij riep beide partijen op hun werkzaamheden voort te zetten en samen te werken.
Maar hoe realistisch is zo’n oproep wanneer de verhouding inmiddels zo ernstig is verslechterd dat er een conflict ontstaat over de toegang tot het gebouw en de overdracht van het bestuur?
Samenwerking is wenselijk, maar geen bestuurlijke strategie op zichzelf. Wanneer een conflict zich verdiept, moet de regering verder gaan dan partijen oproepen om met elkaar om tafel te gaan. Er moet een concreet plan komen dat duidelijk maakt wie bevoegd is, welke stappen worden gezet en binnen welke termijn een oplossing wordt bereikt.
Dat betekent niet dat de regering zonder deugdelijke grondslag partij moet kiezen. Integendeel: juist een onafhankelijke, juridisch onderbouwde en transparante aanpak is noodzakelijk.
Maar het is moeilijk vol te houden dat de situatie uitsluitend een probleem tussen twee partijen is wanneer de rechtsgeldige leiding van een publieke instelling onzeker dreigt te worden.
De regering draagt verantwoordelijkheid voor het waarborgen van een ordelijke bestuurlijke afhandeling. Uitstel zonder duidelijkheid kan het conflict alleen maar verder laten escaleren.
Een verlenging kan de crisis verdiepen in plaats van oplossen
Volgens informatie van TFD is een mogelijke verlenging van de benoeming van Jap A Joe binnen de Raad van Ministers besproken, maar is daarover nog geen definitief besluit genomen.
Een eventuele herbenoeming is bovendien niet los te zien van de positie van Scheek. De president-commissaris heeft immers aangegeven dat hij onder de bestaande omstandigheden niet zal aanblijven als Jap A Joe directeur blijft.
Daarmee dreigt een nieuwe bestuurlijke impasse. Als de directeur wordt herbenoemd, kan de president-commissaris vertrekken.
Als haar benoeming niet wordt verlengd, moet worden vastgesteld hoe de leiding en de overdracht juridisch worden geregeld. En zolang de besluitvorming uitblijft, blijft de organisatie geconfronteerd met onzekerheid.
De regering moet daarom verder kijken dan de vraag wie directeur blijft. Een besluit over de benoeming alleen zal de onderliggende problemen niet automatisch oplossen.
Als de klachten over financiële verantwoording en informatievoorziening niet inhoudelijk worden onderzocht, blijft de kans bestaan dat het conflict zich in een andere vorm voortzet.
Als de samenwerking tussen directeur en commissarissen duurzaam is vastgelopen, moet ook worden gekeken naar de bestuurlijke verhoudingen en de voorwaarden waaronder de instelling effectief kan functioneren.
Een personele beslissing zonder een plan voor herstel van het bestuur dreigt slechts een tijdelijke verschuiving van het probleem te worden.
De rechtsgang mag geen vervanging worden voor bestuurlijke verantwoordelijkheid
Jap A Joe heeft zes commissarissen voor de rechter gedaagd vanwege uitlatingen die volgens haar haar eer en goede naam hebben aangetast. Ook dat juridische conflict maakt deel uit van de gespannen verhouding tussen de betrokkenen.
Iedere partij heeft het recht om haar juridische belangen te verdedigen. Het bestaan van een rechtszaak betekent echter niet dat de dagelijkse bestuurlijke problemen van TAS kunnen blijven voortduren totdat alle onderlinge geschillen zijn beslecht.
De juridische procedures en de bestuurlijke continuïteit moeten zorgvuldig van elkaar worden onderscheiden. De rechter moet oordelen over de zaken die aan hem worden voorgelegd.
De bevoegde overheidsinstanties moeten ondertussen ervoor zorgen dat de organisatie rechtsgeldig wordt bestuurd en haar werkzaamheden kan voortzetten.
Het is evenmin verantwoord om op basis van de wederzijdse beschuldigingen al vast te stellen wie de schuld draagt voor de crisis. Daarvoor is een controleerbare beoordeling van de feiten nodig.
Wat wél vaststaat, is dat de aanhoudende confrontatie geen overtuigend beeld geeft van een organisatie waarin bestuurlijke verhoudingen naar behoren functioneren.
Wie bewaakt het belang van TAS en de samenleving?
In alle discussies over benoemingen, bevoegdheden, ontslag en bestuursoverdracht dreigt één belang naar de achtergrond te verdwijnen: het belang van de instelling zelf en daarmee van de samenleving.
TAS heeft een publieke taak binnen de telecommunicatiesector. De organisatie moet kunnen functioneren met een duidelijk bestuur, betrouwbare interne procedures en voldoende continuïteit.
Een langdurige machtsstrijd kan het vertrouwen in de instelling onder druk zetten, ook wanneer niet kan worden aangetoond dat concrete werkzaamheden al zijn stilgevallen.
Daarom moet de regering niet alleen uitleggen wie formeel de leiding krijgt, maar ook hoe de bestuurlijke stabiliteit wordt hersteld.
Welke afspraken worden gemaakt over informatievoorziening en financiële verantwoording? Hoe worden de onderlinge verhoudingen genormaliseerd? Welke controlemechanismen moeten voorkomen dat soortgelijke conflicten opnieuw escaleren?
Het antwoord kan niet zijn dat partijen het onderling maar moeten uitzoeken. Wanneer een conflict de bestuurlijke continuïteit bedreigt, is het de taak van de verantwoordelijke autoriteiten om binnen hun wettelijke bevoegdheden duidelijkheid te scheppen.
Wanneer houdt dit op?
De TAS-crisis legt een pijnlijk probleem bloot: er lijkt meer energie te worden gestoken in het bepalen wie de leiding heeft dan in het herstellen van de bestuurlijke verhoudingen. De juridische standpunten botsen, de overdracht is inzet van een conflict en een definitieve beslissing over de toekomstige leiding ontbreekt vooralsnog.
Dat is geen houdbare situatie.
De regering moet op korte termijn duidelijkheid verschaffen over de rechtsgeldige leiding van TAS vanaf 20 oktober 2026. Daarbij moeten de toepasselijke wetgeving, de geldigheid van de benoemingstermijn, de bevoegdheden van de Raad van Commissarissen en de procedure voor tijdelijke waarneming zorgvuldig worden beoordeeld.
Vervolgens moet een ordelijke overdracht of andere juridisch houdbare regeling worden uitgevoerd, met volledige vastlegging van de relevante documenten, bevoegdheden en lopende verplichtingen.
Daarnaast verdienen de eerder geuite bezwaren over financiële verantwoording en informatievoorziening een inhoudelijke beoordeling. Niet op basis van persoonlijke tegenstellingen, maar aan de hand van controleerbare feiten en duidelijke normen.
De betrokkenen moeten beseffen dat hun functies geen vrijbrief zijn om een publieke instelling in een slepend conflict te laten belanden. En de regering moet begrijpen dat stilzitten of het herhalen van een algemene oproep tot samenwerking niet voldoende is wanneer de situatie steeds verder escaleert.
Suriname heeft geen behoefte aan een eindeloze strijd om bestuurlijke posities bij een publieke instelling. Het heeft behoefte aan rechtszekerheid, transparantie en verantwoord leiderschap.
De vraag is niet alleen wie bij TAS aan het roer staat, maar vooral of degenen die daarover moeten beslissen eindelijk bereid zijn de crisis op te lossen.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







