Sommige verhalen blijven je een leven lang bij. Niet omdat ze grappig zijn, maar omdat ze pijnlijk zijn.
Een oudere tante vertelde mij ooit over haar vele reizen tussen Nederland en Suriname. Wat zij vertelde, ben ik nooit meer vergeten.
Volgens haar begon de schaamte vaak al op Schiphol. Daar stond bij de gate van de SLM-vlucht jarenlang een groot gebouwde Surinaamse man met een megafoon.
Alleen al dat beeld vond zij opmerkelijk. Op andere internationale vluchten zag zij dat niet. Maar bij de Suriname-vlucht leek het bijna standaard te zijn geworden.
De reden was volgens haar even simpel als beschamend. Veel passagiers hielden zich niet aan de instructies voor het instappen.
Terwijl luchthavenpersoneel duidelijk aangaf welke rijen stoelen aan de beurt waren om naar binnen te gaan, probeerden grote groepen mensen toch alvast naar voren te dringen.
Een chaos die steeds terugkwam
Het gevolg liet zich raden. Mensen die nog helemaal niet mochten boarden, stonden al bij de ingang van de tunnel naar het vliegtuig.
De man met de megafoon moest daarom voortdurend dezelfde boodschap op grove toon in de Surinaamse taal herhalen. Wachten. Luisteren. Pas naar voren komen wanneer jouw stoelgroep wordt opgeroepen.
Voor miljoenen reizigers wereldwijd is dat de normaalste zaak van de wereld. Maar volgens mijn tante leek dat op deze route soms een bijna onmogelijke opdracht.
Een vernederend beeld
Wat haar vooral raakte, was de toon die daardoor ontstond. Regelmatig moest de man passagiers streng toespreken. Soms sprak hij alsof hij een groep schoolkinderen corrigeerde. Vaker klonk er zelfs enorme ergernis of minachting door in zijn stem.
Dat vond zij vernederend. Niet voor zichzelf, maar voor alle Surinamers die zich wél netjes gedroegen. Want uiteindelijk ontstond het beeld dat een groep volwassen mensen voortdurend moest worden uitgelegd hoe zij in een rij moesten staan en hoe zij moesten wachten op hun beurt.
Misschien klinkt dat als een klein detail. Maar juist zulke kleine dingen bepalen hoe anderen naar ons volk kijken. Een land wordt niet alleen vertegenwoordigd door ministers, ondernemers of diplomaten. Het wordt ook vertegenwoordigd door gewone burgers bij een gate op een luchthaven.
Mijn tante zei ooit iets wat ik nooit ben vergeten: “Het ergste was niet die man met die megafoon. Het ergste was dat hij blijkbaar nodig was.”
En misschien zit daarin precies de pijnlijke les van dit verhaal.
Want als volwassenen zich gedragen alsof regels niet voor hen gelden of dat velen zoiets simpels niet begrepen, moet iemand uiteindelijk met een megafoon komen uitleggen wat eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn.
Dat is zeer beschamend.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







