Bestuurskundige Eugene van der San heeft in een ingezonden opiniestuk aan GFC Nieuws harde eisen gesteld naar aanleiding van het mishandelingsincident waarbij hij betrokken raakte in een vestiging van De Surinaamsche Bank in het noorden van Paramaribo.
Van der San schrijft dat volgens hem niemand het recht heeft “aan een daar vertoevende cliënt zijn lijf te gaan met zijn smerige handen.”
Hij stelt verder dat ook een bewaker van de bank die bevoegdheid niet heeft. Omdat volgens hem verschillende lezingen bestaan over het voorval, eist hij dat de camerabeelden van het incident openbaar worden gemaakt.
Ontslag als minimale straf
In zijn stuk benadrukt Van der San dat Suriname een democratische rechtsstaat is en dat volgens hem geen enkele burger “onder welke omstandigheden dan ook” uit een gebouw mag worden getrapt.
Hij schrijft dat hij niet anders behandeld wil worden dan andere burgers en dat hij rechtvaardigheid verlangt op basis van de rechtsstatelijke principes van het land.
De bestuurskundige stelt dat de bank verantwoordelijk is voor het welzijn van cliënten tijdens hun aanwezigheid in het gebouw en ook verantwoordelijk is voor de handelingen van het personeel tegenover klanten.
Daarom eist hij dat de betrokken beveiligers disciplinair worden aangepakt. In zijn ingezonden stuk schrijft hij letterlijk dat hij verlangt dat “de bewakers die zich op een zodanige wijze hebben misdragen t.o.v. ondergetekende als cliënt, een minimale disciplinaire straf wordt opgelegd van ontslag.”
Mogelijke rechtszaak tegen bank
De voormalige directeur van het kabinet van de president waarschuwt daarnaast dat indien de bank volgens hem niet in staat is passende maatregelen te treffen, hij de instelling civielrechtelijk aansprakelijk zal stellen.
Hij schrijft dat dan “een civiel rechterlijke proces aanhangig gemaakt” zal worden tegen de bank als eindverantwoordelijke partij.







