De recente vissterfte in de bovenloop van de Saramaccarivier roept bij inheemse organisaties opnieuw vragen op over de bescherming van rivieren en ecosystemen tegen mogelijke verontreiniging vanuit de goudsector.
Hoewel het onderzoek naar de precieze oorzaak van de vissterfte nog niet is afgerond, en de eerste bekendgemaakte meetresultaten volgens de autoriteiten onder de gehanteerde normen lagen, wijzen betrokken organisaties op een bredere historische ontwikkeling.
Volgens hen is het belangrijk om de gebeurtenissen van de afgelopen twintig jaar naast elkaar te leggen. Niet om te stellen dat eerdere incidenten rechtstreeks verband houden met de recente vissterfte, maar om de vraag te stellen welke lessen Suriname in die periode heeft getrokken.
2004: incident bij de Pieterskreek
In 2004 vond op de Rosebel-goudconcessie bij de Pieterskreek een incident plaats na een breuk in een pijpleiding tijdens de ingebruikname van de goudfabriek. In de berichtgeving werd gesproken over een lekkage waarbij cyanide een rol speelde.
Volgens het betrokken bedrijf was er destijds geen sprake van noemenswaardige milieuschade. Het incident vormde echter wel een vroeg signaal over de risico’s die het gebruik en de opslag van chemische stoffen in de goudindustrie met zich kunnen meebrengen.
2005 en 2006: zorgen over cyanideopslag
Een jaar later, in 2005, raakte volgens latere berichtgeving een opslagvoorziening bij Rosebel lek.
In 2006 namen de zorgen opnieuw toe. Na aanhoudende zware regenval maakte de regering zich zorgen over de opslag van cyanide.
Er werd gevreesd dat bassins met chemisch materiaal konden overlopen en dat omliggende kreken en rivieren daardoor vervuild zouden kunnen raken.
De gebeurtenissen maakten duidelijk dat niet alleen het gebruik van chemicaliën, maar ook de opslag, infrastructuur, controle en weersomstandigheden bepalende factoren zijn bij het voorkomen van milieuschade.
2023: waarschuwing voor cyanide en kwik
Bijna twintig jaar na het incident bij de Pieterskreek waarschuwde de Surinaamse regering in 2023 opnieuw voor het onverantwoord gebruik en de opslag van cyanide en kwik binnen de goudsector. Daarbij werden maatregelen aangekondigd om de risico’s van deze stoffen te beperken.
De terugkeer van cyanide en kwik in het publieke debat laat volgens de inheemse organisaties zien dat de problematiek niet uitsluitend een technisch vraagstuk is.
Het gaat ook om toezicht, handhaving, milieubescherming en de vraag hoe economische activiteiten zich verhouden tot de draagkracht van kwetsbare ecosystemen.
Juni 2026: opnieuw vissterfte in de Saramaccarivier
In juni 2026 werd Suriname opnieuw geconfronteerd met ernstige vissterfte in de bovenloop van de Saramaccarivier. In het kader van het onderzoek werden onder meer cyanide en kwik aangetroffen.
De eerste gemeten waarden lagen volgens de bekendgemaakte onderzoeksresultaten onder de gehanteerde normen. Tegelijkertijd is de definitieve oorzaak van de vissterfte nog onderwerp van verder onderzoek.
Daarmee staat op dit moment niet vast dat cyanide of kwik de oorzaak van de vissterfte zijn. Juist daarom vinden de betrokken organisaties het van belang dat het onderzoek zorgvuldig, transparant en onafhankelijk wordt uitgevoerd en dat niet alleen naar afzonderlijke meetwaarden wordt gekeken, maar naar het volledige ecologische systeem.
De vraag achter de vraag
Voor de inheemse organisaties gaat het daarom om meer dan de vraag wat precies de oorzaak van de recente vissterfte is.
De bredere vraag luidt volgens hen: wat heeft Suriname in twintig jaar geleerd?
Want tussen 2004 en 2026 keren verschillende elementen terug in het maatschappelijke debat: goudwinning, het gebruik van chemische stoffen, mogelijke risico’s voor rivieren, zorgen over toezicht en de vraag hoe de economische waarde van natuurlijke hulpbronnen zich verhoudt tot de bescherming van het milieu.
Dat betekent niet dat de gebeurtenissen van 2004, 2005, 2006, 2023 en 2026 één en dezelfde oorzaak hebben. Daarvoor is nader wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk.
Wel laten de verschillende momenten zien dat de bescherming van water en ecosystemen een terugkerend bestuurlijk vraagstuk blijft.
Wie bewaakt de ecologische grens?
De ontwikkelingen roepen daarom fundamentele vragen op. Wie bewaakt de ecologische grenzen wanneer economische activiteiten plaatsvinden in kwetsbare gebieden?
Wie grijpt in wanneer risico’s zich voordoen? Welke verantwoordelijkheid dragen bedrijven, toezichthouders en de overheid? En wat gebeurt er wanneer schade aan een rivier of ecosysteem daadwerkelijk wordt vastgesteld?
Voor gemeenschappen die afhankelijk zijn van rivieren voor voedsel, transport, cultuur en hun dagelijks bestaan, zijn dit geen abstracte beleidsvragen. De gezondheid van een rivier raakt rechtstreeks aan hun leefomgeving en bestaanszekerheid.
Daarom vragen de organisaties om blijvende aandacht voor monitoring, transparante onderzoeksresultaten, effectieve handhaving en een structurele aanpak van milieuproblemen in gebieden waar mijnbouwactiviteiten plaatsvinden.
Twintig jaar aan lessen
De tijdlijn 2004 → 2005 → 2006 → 2023 → 2026 hoeft niet te betekenen dat de geschiedenis zich letterlijk herhaalt.
Maar zij kan wel duidelijk maken dat bepaalde vragen steeds opnieuw op tafel komen.
De Saramaccarivier vertelt daarmee mogelijk niet alleen het verhaal van wat vandaag wordt onderzocht. Zij confronteert Suriname ook met de keuzes die de afgelopen twintig jaar zijn gemaakt over grondstoffen, economische ontwikkeling, ecologische grenzen en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
De belangrijkste vraag is dan ook niet alleen wat de vissterfte van 2026 heeft veroorzaakt.






