Na het tragische incident in Suriname, waarbij een echtpaar om het leven kwam na inname van een verdelgingsmiddel, stromen de reacties binnen. “Hoe konden ze dit doen?” “Dachten ze niet aan de kinderen?” “Het zijn de kinderen die nu het meest zullen lijden.”
De pijn en verontwaardiging zijn begrijpelijk. Wanneer ouders overlijden onder zulke omstandigheden, laat dat diepe sporen na – vooral bij de kinderen.
Toch roept deze tragedie niet alleen verdriet op, maar ook een bredere vraag: begrijpen wij voldoende wat ernstige mentale nood met een mens kan doen?
Wat gebeurt er bij ernstige mentale problemen?
Wereldwijd wijst onderzoek uit dat suïcide en zelfbeschadiging vaak samenhangen met onbehandelde depressie, angststoornissen, traumatische ervaringen, relationele problemen of financiële stress.
Volgens de World Health Organization (WHO) is suïcide een groot volksgezondheidsprobleem en gaat het in veel gevallen om mensen die zich gevangen, hopeloos of overweldigd voelen.
De WHO benadrukt dat suïcidaal gedrag zelden het gevolg is van één enkele factor. Het is meestal een combinatie van psychische kwetsbaarheid, sociale druk, schaamte, stigma en een gebrek aan tijdige hulp.
Ook de Pan American Health Organization (PAHO) wijst erop dat stigma rond mentale gezondheid een belangrijke drempel vormt om hulp te zoeken, vooral in Caribische samenlevingen waar schaamte en sociale druk een grote rol kunnen spelen.
Schuldvraag of systeemvraag?
In tijden van schok is het menselijk om naar een schuldige te zoeken. Maar bij mentale ontwrichting werkt schuldtoewijzing vaak averechts.
Psychologen benadrukken dat mensen in een ernstige depressieve of suïcidale toestand vaak niet helder of rationeel denken.
Hun beoordelingsvermogen kan verstoord zijn. Wat voor buitenstaanders onbegrijpelijk lijkt, kan voor de betrokkene voelen als een uitweg uit ondraaglijke innerlijke pijn.
Dat betekent niet dat het leed van de achterblijvende kinderen minder zwaar is. Integendeel. Maar het vraagt ons als samenleving om verder te kijken dan alleen veroordeling.
Hoe pak je mentale problemen aan?
Internationale richtlijnen, onder meer van de WHO, noemen enkele kernpunten in de aanpak van mentale problematiek:
Vroegtijdige signalering – Familie, vrienden, collega’s en religieuze gemeenschappen spelen een sleutelrol in het herkennen van signalen zoals terugtrekking, hopeloosheid of extreme wanhoop.
Toegankelijke hulpverlening – Betaalbare en laagdrempelige psychologische en psychiatrische zorg.
Doorbreken van stigma – Open gesprekken over mentale gezondheid verminderen schaamte.
Beperken van toegang tot dodelijke middelen – Onderzoek toont aan dat strengere regulering van giftige stoffen het aantal suïcides kan verminderen.
Wat kan Suriname concreet doen?
Voor Suriname ligt hier een gezamenlijke opdracht. Enkele mogelijke stappen:
Nationale bewustwordingscampagnes over depressie, stress en suïcidepreventie.
Integratie van mentale gezondheidszorg in de eerstelijnszorg, zodat huisartsen sneller kunnen doorverwijzen.
Schoolprogramma’s die jongeren leren omgaan met emoties, stress en conflicten.
Training van religieuze en gemeenschapsleiders, zodat zij signalen beter herkennen en correct kunnen doorverwijzen.
Striktere regulering en controle op de verkoop van gevaarlijke verdelgingsmiddelen.
Volgens de WHO kan elke dollar geïnvesteerd in behandeling van depressie en angststoornissen leiden tot een viervoudig maatschappelijk rendement door verbeterde gezondheid en productiviteit. Investeren in mentale gezondheid is dus geen luxe, maar noodzaak.
Hulp zoeken is geen zwakte
Een veelgehoorde reactie na dit incident is: “Mensen moeten hulp zoeken en zich niet schamen.” Dat is waar, maar hulp zoeken vraagt moed, én een omgeving die veilig genoeg voelt om die stap te zetten.
Mentale gezondheid is net zo belangrijk als fysieke gezondheid. Niemand zegt tegen iemand met een gebroken been: “Los het zelf op.” Toch verwachten we dat vaak van mensen met een gebroken geest.
Van oordeel naar verantwoordelijkheid
De kinderen die achterblijven verdienen bescherming, begeleiding en steun. Maar als samenleving dragen wij ook verantwoordelijkheid om tragedies te voorkomen.
In plaats van alleen te vragen: “Hoe konden ze dit doen?”, moeten we misschien ook vragen:
Wie zag hun worsteling?
Wie luisterde echt?
Waar konden zij terecht?
Tragedies zoals deze confronteren ons met een pijnlijke realiteit: mentale nood is vaak onzichtbaar – tot het te laat is.
Laten we daarom bouwen aan een Suriname waarin praten over mentale gezondheid normaal is, waarin hulp bereikbaar is en waarin niemand zich schaamt om te zeggen: “Ik red het niet alleen.”







