In het kader van de discussie over de geldelijke voorzieningen van de leden van de rechterlijke macht in Suriname in het bijzonder tot de wet Rechtspositie Rechterlijke Macht (S.B. 2024 no. 158).
Nu de wet Rechtspositie Rechterlijke Macht (hoewel met vormgebreken) door De Nationale Assemblee is goedgekeurd en door de president is bekrachtigd en afgekondigd heeft het rechtsgevolgen die wij inmiddels binnen de samenleving hebben gemerkt.
Door de rechtsgevolgen van deze wet is er een constitutioneel-spanning of conflict ontstaan tussen de uitvoerende macht en de Rechterlijke macht niet de facto maar de jure.
Aangezien bekend is dat dit ontwerp wet daar is geconcipieerd en aangeboden aan de twee initiatiefnemers, zal de rechterlijke macht een mea culpa houding moeten aannemen, om dit probleem te kunnen oplossen.
Maar zij zijn niet alleen aansprakelijk ook de toenmalige executieve door de wet te bekrachtigen en af te kondigen. De grootste verantwoordelijke in deze is De Nationale Assemblee door hun goedkeuring aan die wet te verlenen.
Los van de financiële consequenties voor de staatskas is de wet principieel in strijd met de grondwet door artikel 133 van de grondwet te hanteren in stede van artikel 141 lid 3 van de grondwet.
Daartoe onbevoegd de zittende magistratuur en de staande magistratuur in een wet onder de zelfde voorwaarden samen te brengen.
Het gaat hier niet om rationalisering geldelijke voorzieningen rechterlijke macht maar om het recht trekken van de strijdigheid van een wet met de grondwet. In de rechtsterminologie is er sprake van nietigheid of vernietigbaarheid.
Vandaar dat de Assembleevoorzitter niet in de positie verkeert om onze constitutie niet in acht te nemen.
Links om of rechtsom zal de wet moeten worden ingetrokken en hopen dat de leden van de rechterlijke macht het niet ingewikkelder zullen maken, om zich te beroepen op verworven rechten.
Daarna kunnen twee afzonderlijke wetten worden goedgekeurd met behoud van alle wetmatige voorzieningen benoemd in de vigerende wet “Rechtspositie Rechterlijke Macht”.
Deze wetten kunnen met minimaal 26 stemmen worden aangenomen, tenzij weer bepalingen in de grondwet worden gewijzigd die bestemd zijn voor de grondwetgever dan met tenminste 34 stemmen.
En ten slotte geldt voor de ‘sterke man’, de vorige president Santokhi “Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa”.
Eugene van der San
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








