Voor twintig inwoners van het ressort Blauwgrond is op 14 juli officieel de vaktraining Textiele Werkvormen van start gegaan.
De opleiding wordt verzorgd door de Stichting Arbeidsmobilisatie en Ontwikkeling (SAO) in het kader van het landelijke overheidsproject Wroko Fu Mek Moni en wordt volledig door de regering gefinancierd.
De vier maanden durende vaktraining is erop gericht deelnemers praktische vaardigheden bij te brengen waarmee zij zelfstandig een inkomen kunnen verdienen. Onder de deelnemers bevinden zich achttien vrouwen en twee mannen.
Regering investeert in vakmanschap en economische zelfredzaamheid
De officiële opening werd verricht door Ingrid Bouterse, die namens president Jennifer Geerlings-Simons aanwezig was.
In haar toespraak benadrukte zij dat de regering bewust investeert in kosteloze vakopleidingen om mensen meer kansen te bieden op economische zelfstandigheid.
Volgens haar is het de wens van de president dat zoveel mogelijk burgers beschikken over een vak waarmee zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
Zij riep de deelnemers op de opleiding serieus te volgen en de opgedane kennis na afloop daadwerkelijk in de praktijk te brengen.
“Leer een vak om je eigen geld te verdienen. Dan hoef je geen hand op te houden bij familie, vrienden of de overheid,” hield zij de deelnemers voor.
Vakopleidingen moeten armoede en afhankelijkheid terugdringen
Ook onderminister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid, Raj Jadnanansing, ging tijdens de opening in op de achterliggende visie van het project Wroko Fu Mek Moni.
Volgens de onderminister wil de regering voorkomen dat mensen door financiële beperkingen verstoken blijven van onderwijs en vakopleiding.
Door de trainingen kosteloos aan te bieden, krijgen ook kwetsbare groepen de mogelijkheid een beroep te leren en hun sociaaleconomische positie te verbeteren.
Hij benadrukte dat vakmanschap niet alleen leidt tot een eigen inkomen, maar ook bijdraagt aan meer bestaanszekerheid, minder financiële stress binnen gezinnen en een sterkere economie.
Meer aandacht voor regionale en traditionele vaardigheden
Tijdens zijn toespraak deed Jadnanansing tevens een oproep aan districtscommissarissen om actief te inventariseren aan welke vakken en vaardigheden in hun districten behoefte bestaat.
Volgens hem hoeft het opleidingsaanbod zich niet uitsluitend te beperken tot reguliere beroepen. Ook traditionele ambachten die kenmerkend zijn voor bepaalde regio’s verdienen volgens de onderminister bescherming en verdere ontwikkeling.
Als voorbeeld noemde hij de bouw van korjalen in het binnenland. Dergelijke ambachtelijke kennis maakt volgens hem deel uit van het cultureel erfgoed van Suriname en moet worden doorgegeven aan toekomstige generaties.
Certificaat moet deuren openen naar ondernemerschap
Districtscommissaris van Paramaribo-Noord Marlon Budike, SAO-directeur Joyce Lapar en vertegenwoordiger van de Raad van Bestuur van de SAO, de heer Hill, spraken de deelnemers eveneens toe.
Zij benadrukten dat het succesvol afronden van de opleiding niet alleen de kansen op de arbeidsmarkt vergroot, maar ook een stevige basis vormt voor zelfstandig ondernemerschap en financiële onafhankelijkheid.
Volgens de sprekers biedt de vaktraining deelnemers de mogelijkheid om na afronding een eigen onderneming op te bouwen en actief bij te dragen aan de economische ontwikkeling van hun gemeenschap.
Bron: gov.sr







