Ik vraag mij weleens af hoe het straatbeeld van Suriname er over pakweg tien jaar uitziet.
Zien wij dan nog voornamelijk Japanse auto’s rijden, zoals wij dat al decennialang gewend zijn, of is de straat dan gevuld met Chinese elektrische auto’s?
Ik zou een dergelijke omwenteling eigenlijk toejuichen.
China maakt van elektrische auto’s een machtsproduct
Wie kijkt naar wat Chinese autofabrikanten tegenwoordig produceren, kan moeilijk volhouden dat het slechts goedkope alternatieven zijn.
De Chinezen bouwen elektrische auto’s met enorme vermogens, grote actieradiussen en technologie die tot voor kort vooral in peperdure Europese auto’s te vinden was.
Sommige modellen leveren meer dan duizend pk en hebben volgens Chinese CLTC-metingen een theoretische actieradius van meer dan duizend kilometer. Andere beschikken over razendsnel laden of zelfs batterijwisselsystemen.
Natuurlijk moeten wij voorzichtig zijn met dergelijke fabriekscijfers.
Chinese CLTC-bereiken zijn niet één op één vergelijkbaar met Europese of Amerikaanse meetmethoden. Maar de technologische ontwikkeling is onmiskenbaar indrukwekkend.
Suriname kan niet eeuwig benzine blijven verbranden
En juist hier ligt voor mij de interessantste vraag. Suriname is relatief klein. Wij hoeven niet allemaal morgen onze benzineauto weg te doen.
Daarvoor zijn elektrische auto’s nog te duur voor veel huishoudens en hebben wij bovendien een infrastructuur nodig met voldoende betrouwbare laadmogelijkheden.
Maar als elektrische auto’s de komende tien tot vijftien jaar betaalbaarder en praktischer worden, waarom zouden wij dan niet overstappen?
Minder benzineverbruik betekent uiteindelijk ook minder uitstoot.
Ik zie het daarom niet als een strijd tussen Japanse en Chinese auto’s. Het gaat mij om iets anders. Misschien moeten wij eindelijk durven nadenken over een Suriname waarin elektrisch rijden normaal wordt.
Wie weet lachen wij over vijftien jaar om het idee dat vrijwel iedere auto in Suriname ooit nog een benzinemotor nodig had.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






