Minister van Financiën en Planning, Adelien Wijnerman, heeft toelichting gegeven op de uitgifte van twee staatsobligaties door de regering van Suriname. De obligaties hebben verschillende looptijden en maken deel uit van de financieringsstrategie van de overheid.
Volgens de minister betreft het twee obligaties met een verschillende looptijd. De eerste obligatie heeft een looptijd van vijf jaar en vervalt in 2030. Vanaf dat moment zal de aflossing van deze obligatie aanvangen.
De tweede obligatie heeft een looptijd van tien jaar en loopt tot en met 2035. De aflossingen voor deze obligatie zullen eveneens in dat jaar beginnen.
Halfjaarlijkse rentebetalingen
Een belangrijke voorwaarde van de obligaties is dat er halfjaarlijkse rentebetalingen plaatsvinden. Minister Wijnerman benadrukte dat deze rentebetalingen reeds zijn opgenomen in het totaalbedrag van de uitgegeven obligaties.
De benodigde middelen voor deze renteverplichtingen zijn volgens haar gereserveerd op een aparte rekening.
Door deze constructie hoeft Suriname gedurende de eerste tweeënhalf jaar geen rente uit de reguliere staatsmiddelen te betalen. De rentebetalingen worden in deze periode voldaan uit de reeds gereserveerde middelen.
De eerste rentebetalingen staan gepland voor mei 2026 en zullen worden betaald vanuit de gereserveerde middelen op de speciale rekening.
Aanvullende uitgifte in februari 2026
Daarnaast maakte minister Wijnerman bekend dat op 26 februari 2026 een aanvullende uitgifte heeft plaatsgevonden op de tienjarige obligatie die loopt tot en met 2035.
Met deze aanvullende uitgifte wordt de financiering verder aangevuld binnen het bestaande obligatieprogramma.


![[Aggregator] Downloaded image for imported item #431952](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/03/Beurs-8-maart-8-1024x576-1.jpg)




