Een Surinaamse vrouw die al een korting van 8 procent op haar AOW heeft, krijgt ook geen eenmalige tegemoetkoming van €5000.
De rechtbank Den Haag oordeelde op 7 september dat zij niet voldoet aan de voorwaarden van de speciale regeling voor ouderen van Surinaamse herkomst.
Doorslaggevend is dat zij bij haar eerste komst naar Nederland in 1965 nog geen 18 jaar oud was.
Als 16-jarige naar Nederland
De vrouw werd in 1948 geboren en kwam volgens het dossier in 1965 als 16-jarige naar Nederland. Zij stelde dat zij destijds was geworven om in de zorg te werken en een opleiding te volgen.
Volgens haar was die eerste periode tijdelijk. Zij voerde aan dat zij pas in 1968, toen zij 19 jaar was, bewust besloot zich duurzaam in Nederland te vestigen. Daarom vond zij dat 1968 als beslissend moment moest gelden.
De rechtbank ging daar niet in mee. Uit de uitspraak blijkt dat haar eerste komst naar Nederland in 1965 bepalend is voor de toepassing van de regeling.
Leeftijdsgrens van 18 jaar blijft staan
De tegemoetkoming van €5000 is bedoeld als een gebaar van erkenning voor een specifieke groep ouderen van Surinaamse herkomst die vóór de onafhankelijkheid naar Nederland verhuisde en geen volledige AOW heeft opgebouwd.
Volgens het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst moet iemand bij de verhuizing naar Nederland minimaal 18 jaar oud zijn geweest.
De regering koos voor die grens omdat sprake moest zijn van een bewuste en zelfstandige keuze om zich in Nederland te vestigen.
De Centrale Raad van Beroep heeft in 2026 al geoordeeld dat deze leeftijdsgrens in beginsel juridisch is toegestaan.
Zelfs iemand die slechts enkele weken vóór de achttiende verjaardag naar Nederland kwam, viel buiten de regeling.
Wel 8 procent minder AOW
De zaak is opvallend omdat de vrouw wel degelijk een AOW-gat heeft. Volgens de rechtbank ontvangt zij sinds 2023 een AOW die met 8 procent is gekort vanwege perioden waarin zij in Suriname woonde en geen Nederlandse AOW opbouwde.
Toch geeft dat op zichzelf geen recht op de €5000. De regeling is volgens de overheid geen exacte compensatie voor gemiste AOW, maar een afzonderlijk gebaar van erkenning voor een afgebakende groep.
De vrouw voerde ook aan dat de leeftijdsgrens discriminerend uitpakt. De rechtbank wees dat argument af en verklaarde haar beroep ongegrond.
Zij kan nog binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.






