President Jennifer Simons heeft zich uitgesproken over de paspoortkwestie rond spelers in de nationale voetbalselecties.
Tijdens het radioprogramma Welingelichte Kringen op zondag gaf het staatshoofd aan voorstander te zijn van een beleid waarbij zowel diaspora als lokaal talent aandacht krijgt.
Volgens de president heeft de regering ondersteuning geboden aan het proces waarbij spelers uit de diaspora voor Suriname uitkomen. Tegelijkertijd gaf zij aan dat er in het verleden al is gewezen op mogelijke gevolgen van deze aanpak.
Balans tussen diaspora en lokaal talent
Simons stelt dat het belangrijk is om een evenwicht te bewaren. Hoewel zij geen bezwaar heeft tegen het betrekken van diaspora spelers, mag dit niet ten koste gaan van lokaal talent. Volgens haar moet er blijvend worden geïnvesteerd in jonge spelers binnen Suriname.
Zij gaf aan het jammer te vinden dat betrokkenen door onjuist advies in problemen zijn gekomen, maar benadrukte dat er nu gekeken moet worden naar duurzame oplossingen.
Wetgeving en uitdagingen
De president wees erop dat er binnen de Surinaamse wetgeving mogelijkheden bestaan om nationaliteit toe te kennen, zelfs zonder dat dit expliciet is aangevraagd. Tegelijkertijd vormen buitenlandse regels, met name vanuit Nederland, een complicerende factor in het proces.
Een werkgroep houdt zich momenteel bezig met de kwestie en onderzoekt mogelijke stappen.
Grenzen aan beleid
Simons gaf aan dat het geen optie is om een systeem toe te passen waarbij personen met Surinaamse afkomst automatisch de nationaliteit krijgen, ongeacht waar zij wonen. Volgens haar moet er onderscheid blijven tussen inwoners en personen in het buitenland, om de structuur van de staat te waarborgen.
Bron: gov.sr







