De onderwijsbonden roepen ouders op om hun kinderen donderdag thuis te houden, omdat er nog altijd geen akkoord is bereikt met de regering over de aanpassing van de lonen.
Daarmee wordt een loonconflict tussen werknemers en de overheid opnieuw een probleem dat rechtstreeks op het bord van ouders en kinderen terechtkomt.
Loonstrijd is legitiem, maar het middel verdient discussie
Dat onderwijsgevenden betere arbeidsvoorwaarden en een loon dat aansluit bij de economische realiteit verlangen, is begrijpelijk.
Onderwijs is geen vrijblijvende sector en wie dagelijks verantwoordelijkheid draagt voor de ontwikkeling van kinderen, moet daar ook naar behoren voor worden gewaardeerd.
Maar de vraag is of kinderen thuis houden telkens het juiste drukmiddel is. Kinderen hebben geen invloed op cao-onderhandelingen, loonafspraken of begrotingskeuzes. Toch zijn zij degenen die uiteindelijk een schooldag missen.
Dat maakt deze oproep problematisch. Een arbeidsconflict hoort niet structureel te worden uitgevochten over de rug van degenen die het minst invloed hebben op de uitkomst.
Regering moet ook verantwoordelijkheid nemen
Tegelijkertijd kan de regering zich niet verschuilen achter het belang van continu onderwijs. Als onderhandelingen over lonen telkens vastlopen, moet ook worden gekeken naar de manier waarop de overheid met haar onderwijsgevenden omgaat.
Wie onderwijs belangrijk noemt, moet dat niet alleen in toespraken zeggen, maar ook laten blijken in beleid, begrotingen en onderhandelingen. Langdurige onzekerheid over arbeidsvoorwaarden draagt evenmin bij aan een stabiel onderwijssysteem.
De regering en de onderwijsbonden hebben daarom allebei een verantwoordelijkheid om het conflict niet verder te laten escaleren.
Ouders zitten klem
Voor ouders betekent een oproep om kinderen thuis te houden opnieuw onzekerheid. Vooral ouders die moeten werken, hebben niet altijd de mogelijkheid om op korte termijn opvang te regelen. Bovendien wordt van hen verwacht dat zij voortdurend meebewegen met stakingen, acties en gewijzigde schoolroosters.
De samenleving kan niet iedere keer opnieuw worden geconfronteerd met dezelfde vraag: wie vangt de kinderen op wanneer volwassenen er aan de onderhandelingstafel niet uitkomen?
Het kind moet uiteindelijk centraal staan
Een onderwijsconflict kan noodzakelijk zijn om verandering af te dwingen. Maar wanneer acties zich opstapelen, moet ook worden gekeken naar de maatschappelijke prijs ervan.
De kernvraag zou daarom niet alleen moeten zijn hoeveel loon een onderwijsgevende krijgt of hoeveel de regering kan betalen. De vraag moet óók zijn hoeveel onderwijs een kind inmiddels mist en hoeveel verdere verstoring verantwoord is.
Onderwijsbonden en regering moeten terug naar de onderhandelingstafel. Niet om elkaar te laten winnen of verliezen, maar om een oplossing te bereiken waarbij werknemers recht wordt gedaan zonder dat kinderen telkens de rekening betalen.
Want uiteindelijk gaat het bij onderwijs niet alleen om de belangen van volwassenen. Het gaat om kinderen die recht hebben op onderwijs.
H. Smeltz
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







