Het Openbaar Ministerie (OM) heeft naar aanleiding van recente berichtgeving en de publieke discussie over een informatieverzoek aan de procureur-generaal (PG) een nadere toelichting gegeven.
Volgens het OM heeft de PG het verzoek beoordeeld, maar bij brief van 28 oktober 2026 meegedeeld daaraan op dat moment geen gevolg te geven.
Bij die beslissing is mede rekening gehouden met het lopende strafrechtelijke onderzoek tegen de verzoeker.
Voormalig minister in staat van beschuldiging gesteld
Het OM wijst in dit verband op de gewezen minister van Binnenlandse Zaken, die op 4 juni 2026 door De Nationale Assemblée in staat van beschuldiging is gesteld.
Dit gebeurde op basis van een vordering van de PG, overeenkomstig de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA).
Het strafrechtelijk onderzoek richt zich op vermoedelijke financiële onregelmatigheden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken gedurende de ambtsperiode van de voormalige minister.
Aan het onderzoek liggen onder meer bevindingen uit een rapport van de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) ten grondslag.
Vordering voor gerechtelijk vooronderzoek in voorbereiding
Het OM werkt momenteel aan de vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek (GVO). De conceptvordering is reeds opgesteld en wordt verder uitgewerkt.
Het OM verwacht deze op korte termijn bij de rechter-commissaris in te dienen.
Informatieverzoeken worden binnen wettelijke kaders beoordeeld
Het OM onderkent het belang van transparantie, publieke verantwoording en de controlerende taak van De Nationale Assemblée. Het recht om informatie op te vragen, betekent volgens het OM echter niet dat alle gevraagde gegevens zonder meer verstrekt moeten worden.
Bij de beoordeling van dergelijke verzoeken moet rekening worden gehouden met de aard en beschikbaarheid van de informatie, de omstandigheden van het verzoek en de toepasselijke wettelijke kaders.
Besluit betekent geen algemene weigering tot informatieverstrekking
Het OM benadrukt dat de beslissing van de PG uitsluitend betrekking heeft op het voorliggende informatieverzoek. Daaruit mag volgens de organisatie niet worden afgeleid dat zij in algemene zin weigert informatie over haar vervolgingsbeleid te verstrekken.
Het OM wijst erop dat het via onder meer zijn jaarverslagen reeds informatie over zijn werkzaamheden en de afhandeling van strafzaken openbaar maakt.
Tot slot stelt het OM dat het zijn wettelijke taken onafhankelijk, onpartijdig en zorgvuldig uitvoert. De organisatie hecht eraan dat de publieke discussie over haar functioneren wordt gevoerd op basis van juiste en volledige informatie.






