Een ogenschijnlijk alledaagse ochtendwandeling in de Amethietstraat in het noorden van Paramaribo liep donderdagmorgen uit op een opmerkelijke woordenwisseling.
Rond half tien werd een Nederlandse wandelaar geconfronteerd met een tuinman die op een perceel vuil en gras aan het verbranden was.
De wandelaar liep volgens zijn verklaring door een dikke rookwolk en moest de giftige rook noodgedwongen inademen.
De hoeveelheid rook veroorzaakte bij hem zoveel ergernis dat hij de tuinman aansprak op het verbranden van het materiaal en de overlast die daardoor voor voorbijgangers ontstond.
De reactie die daarop volgde verbaasde hem naar eigen zeggen volledig. De tuinman zou hem luidkeels hebben toegeschreeuwd dat hij zich niet met de situatie moest bemoeien omdat hij in Suriname was.
“In Nederland mag jij je mond open doen, maar niet hier in Suriname”, zou de man hem hebben toegeroepen.
KIVC spreekt van ronduit asociaal gedrag
Het KIVC noemt de reactie van de tuinman in gesprek met GFC Nieuws een voorbeeld van gedrag waarbij de rollen volgens het instituut volledig worden omgedraaid.
Niet degene die door de rook wordt getroffen, maar degene die de rook veroorzaakt zou volgens het KIVC ter verantwoording moeten worden geroepen.
Het instituut waarschuwt bovendien dat rook van verbranding beslist niet als onschuldig moet worden beschouwd.
In rook kunnen fijnstof en andere schadelijke verbrandingsproducten aanwezig zijn. Vooral zeer kleine deeltjes kunnen diep in de longen terechtkomen en de luchtwegen en longen belasten.
Wie door een dichte rookpluim loopt, krijgt die stoffen rechtstreeks binnen met mogelijk verschillende negatieve gevolgen.
Volgens het KIVC is het daarom volkomen begrijpelijk dat de wandelaar bezwaar maakte. Het kenniscentrum vindt dat iemand die dergelijke rook veroorzaakt, rekening behoort te houden met de mensen die in de omgeving wonen of langslopen.
“Pas in Holland mag je je mond opendoen”
Het meest opmerkelijke onderdeel van de confrontatie is volgens het KIVC de suggestie dat Nederlanders zich in Suriname niet zouden mogen uitspreken over overlast.
“Dat iemand zegt dat je in Holland wel je mond mag opendoen, maar hier in Suriname niet, zegt vooral iets over de houding waarmee naar kritiek wordt gekeken”, stelt het instituut.
Volgens het KIVC is er geen enkele reden waarom een Nederlander die in Suriname loopt zijn mond zou moeten houden wanneer hij rechtstreeks wordt geconfronteerd met giftige rook. Hetzelfde zou gelden voor iedere Surinamer of andere voorbijganger.
Onwetendheid bij sommige personen in Suriname
Het instituut vermoedt dat onwetendheid over de gezondheidsrisico’s van rook een belangrijke voedingsbodem kan zijn voor dergelijk gedrag.
Wie niet beseft dat rook daadwerkelijk schadelijke stoffen kan bevatten, kan een terechte klacht gemakkelijk afdoen als gezeur of bemoeizucht.
De boodschap van het KIVC is dan ook duidelijk. Ook hier in Suriname hoort rekening te worden gehouden met de gezondheid en het leefcomfort van anderen.
In dit geval vindt het KIVC dat de wandelaar een gerechtvaardigd punt had en dat niet zijn afkomst, maar de veroorzaakte rookoverlast centraal had moeten staan.






