Minister Levens wisselt van gedachten met schoolleiders en leerkrachten

GFC NIEUWSREDACTIE- Minister Marie Levens van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur heeft de afgelopen dagen werkbesprekingen met leerkrachten en schoolleiders voortgezet.

Levens heeft werkbezoeken afgelegd en heeft van gedachten gewisseld met schoolleiders over de aankomende vernieuwingen binnen het onderwijs. Zij bezocht op vrijdag 26 maart OS 1 Meerzorg en sprak met schoolleiders van de cluster Commewijne en op dinsdag 30 maart bracht zij een bezoek aan OS Garnizoenspad en sprak aldaar met de schoolleiders van de cluster Kwatta en omgeving (Kwaschom).

Samen met haar team vroeg zij de aanwezige schoolleiders hoe zij denken over vraagstukken zoals:

Niet meer uit het hoofd leren maar zinvol leren, waarbij het kind leert om de verkregen kennis toe te passen in het dagelijks leven en beter onthoudt.

Het cijfer. Het cijfer vertelt te weinig. Het cijfer zegt nog niet welk onderdeel van het vak het kind wel of niet goed begrijpt. Daarom wordt voorgesteld te werken met een voortgangsrapport. In het voortgangsrapport kan worden aangegeven welke onderdelen van het vak voldoende begrepen worden en welke onderdelen meer aandacht nodig hebben.

De leerkrachten kennen het observatieschrift al. Het voortgangsrapport is iets uitgebreider dan het observatieschrift dat ze voor elke leerling al hebben. Geen drastische wijziging dus. De onderdelen waarin het kind zwak is, worden genoteerd zodat elke leerkracht weet hoe het kind te helpen die gap weg te werken.

De traditionele 6e klasse toets zoals we die kennen is er niet meer. Die toets selecteerde kinderen uit op een klein momentje in hun leven. Nu kiezen we voor meerdere testen per jaar. Testen die ons vertellen waar het kind meer hulp bij nodig heeft. Als we vaker testen in elk leerjaar, dan kunnen we op tijd hulp bieden zodat het kind verder kan. Die testen, zeg maar repetities nieuwe stijl, worden door het examenbureau afgenomen.

Het Examenbureau is nu bezig met het ontwerpen van de standaard testverslagen, zogenaamde rubrics. Het Examenbureau zal meehelpen om de leerkrachten van alvast leerjaar 8 (6e klas) te trainen.

Geen zitten blijven. Niet stilstaan. Dat is geen optie meer. We werken met voortgangsrapporten. Dat wil zeggen elk kind moet vooruitgaan en niet achteruit. Niet terug naar een vorige klas of stil blijven staan in dezelfde klas.

Elk kind moet voortgaan, doorgaan binnen zijn eigen niveau en eigen tempo, eigen capaciteiten en eigen talenten. De ontwikkeling/vordering van het kind wordt vastgelegd in een voortgangsdocument. Sommige kinderen zullen daardoor de lagere school iets sneller afmaken en anderen iets langzamer, maar ze gaan voort.

Geen drop-outs meer. Houd geen kinderen achter laat ze doorgaan. Kinderen laten blijven zitten jaar in jaar uit brengt kinderen van 14 en 15 jaar samen in een klas met kinderen van 9 jaar. Dat is niet gezond. Het is pedagogisch en psychologisch niet verantwoord. Op de leeftijd van 12 jaar moet elk kind al van de huidige lagere school weg zijn. Laten we nadrukkelijk zoeken naar hun hun talenten, laten we hun talenten ontdekken. Laten wij deze talentvolle kinderen laten groeien.

Het oude traditionele 6e klasexamen bepaalt waar het kind naar toe moet. Met cijfers van een moment, cijfers die niet voldoende vertellen wat het kind wel of niet kan. Met die cijfers dirigeren wij de kinderen terug naar de 6e klas, naar LBO of Mulo. Waarom moeten wij bepalen waar het kind naar toe moet, terwijl het kind op dat moment niet eens beseft wat er om hem heen gebeurt?

De 6e klasuitslag is wel bepalend voor de rest van het kind zijn leven. Daarom is het voorstel het kind de kans te geven in 2 brugjaren na de 6e klas (leerjaar 8) zich te oriënteren. Laat het kind groeien in die 2 jaren en kennis maken met verschillende mogelijkheden.

Mogelijkheden zoals Mulo A (profiel handelswetenschappen), Mulo B (wis en Natuurkunde) Mulo C (ICT en talen, want de 3-jarige Havo kent dat en IOL, PTC etc hebben die studierichtingen) en Mulo D (profielkunst, muziek en cultuur want er zijn zelfs studierichtingen op onder andere AHKCO in die richtingen helpen nu profiel Mulo D vorm te geven). Maar ook heel bewust voor bouwkunde, electro, en vele andere technische beroepen.

Twee jaar na de 6e klas kiezen de kinderen bewuster. Ze zijn dan al 13 of 14. Beroepenoriëntatie bestaat al op het LBO. Gun het de kinderen die geslaagd zijn voor het Mulo ook. Laat alle kinderen genieten van die 2 brugjaren en een degelijke beroepenoriëntatie.

Geen grote klassen van 48 leerlingen meer. Dat verdwijnt definitief. Maximaal 24 leerlingen per leerkracht per klas zal worden toegestaan. Bij hele grote scholen zal het 3 dagen school blijven. En tijdens de veldbezoeken werd medegedeeld dat de kwaliteit verbetert nu de leerkrachten met minder kinderen in de klas mogen werken, ook al zijn het maar 3 dagen per week.

Moedertalen in het begin toegestaan op school. Nederlands zal worden aangeboden als 2e taal en als vreemde taal. Om alle kinderen een eerlijke kans op groei en succes te geven wordt over de hele linie rekening gehouden met de enorm grote sociaaleconomische en culturele verschillen in het land.

De schoolleiders waren zeer blij dat ze uit de eerste hand deze info mochten ontvangen. De vernieuwing is niet drastisch. De schoolleiders gaven aan veel te herkennen. De vernieuwing sluit naadloos aan bij wat nu al gebeurt op hun scholen. De schoolleiders spraken hun waardering uit voor het feit dat de minister en haar team hun inspraak blijven geven en vooral blijven luisteren naar hun ervaring.

Zij zegden de minister alle steun toe. De bewindsvrouw en haar team zullen de schoolleiders en leerkrachten van stad, district en binnenland blijven betrekken. Er zijn grote verschillen maar deze vernieuwing geeft elk kind een eerlijke kans.

De eerstvolgende werkvergadering van minister Levens en haar team is met schoolleiders en leerkrachten in het binnenland. Deze zal direct na de Paasvakantie plaatsvinden.

Overige berichten