De begroting voor het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OW&C) zou volgens onderwijsminister Dirk Currie structureel tussen de 20% en 25% van de nationale begroting van Suriname moeten bedragen.
Dit percentage sluit volgens de bewindsman aan bij internationaal gehanteerde richtlijnen voor investeringen in onderwijs.
Minister Currie wil een brede nationale discussie op gang brengen om te komen tot een wettelijk vastgelegd percentage van de staatsbegroting dat jaarlijks aan onderwijs wordt toegewezen.
Volgens hem is onderwijs een belangrijke pijler voor de ontwikkeling van het land en verdient de sector daarom een structurele financiële basis.
Huidige onderwijsbegroting onder gewenste niveau
Hoewel internationale richtlijnen hogere investeringen in onderwijs aanbevelen, kent Suriname momenteel geen wettelijke norm voor het aandeel van de begroting dat aan onderwijs moet worden besteed.
Volgens minister Currie is bij de meest recent goedgekeurde begroting in De Nationale Assemblée ruim 9,7% van de totale staatsbegroting gereserveerd voor onderwijs.
De bewindsman vindt dat een bredere maatschappelijke discussie noodzakelijk is om te bepalen welke plaats onderwijs structureel moet innemen binnen het nationale beleid.
“Onderwijs is niet alleen een kostenpost, maar een investering in de toekomst van het land. Daarom moeten wij als samenleving bepalen welke prioriteit wij hieraan geven,” aldus de minister.
Investeringen in schoolinfrastructuur
Naast de reguliere begrotingsmiddelen zijn er ook externe middelen beschikbaar gesteld voor verbetering van de onderwijsinfrastructuur.
Voor specifieke werkzaamheden aan schoolgebouwen heeft de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) 42,5 miljoen Amerikaanse dollar beschikbaar gesteld.
De middelen bevinden zich momenteel bij het ministerie van Financiën en Planning en zullen worden ingezet voor projecten gericht op de verbetering van schoolfaciliteiten.
Onderwijs als fundament voor ontwikkeling
Minister Currie benadrukt dat voldoende financiering noodzakelijk is om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, schoolgebouwen te moderniseren en betere omstandigheden te creëren voor leerlingen en leerkrachten.
Met de aangekondigde nationale discussie wil de minister bereiken dat onderwijs niet afhankelijk blijft van jaarlijkse begrotingskeuzes, maar een vaste en duurzame positie krijgt binnen het ontwikkelingsbeleid van Suriname.







