De discussie over het openbaar vervoer mag volgens volksvertegenwoordiger Jeffrey Lau niet beperkt blijven tot vergunningen, routes en de vraag welke bus wel of niet mag rijden.
Volgens Lau moet vooral worden gekeken naar de burger die dagelijks afhankelijk is van het openbaar vervoer en de kosten daarvan moet kunnen dragen.
“Want wat heb je aan een bus die rijdt, als een gezin met drie of vier kinderen de kosten van het busvervoer nauwelijks kan opbrengen?”, vraagt de parlementariër zich af.
Openbaar vervoer noodzakelijk voor gezinnen
Voor veel gezinnen is openbaar vervoer geen luxe, maar een noodzakelijke voorziening. Het wordt gebruikt om kinderen naar school te brengen, naar het werk te gaan, boodschappen te doen en familie te bezoeken.
Wanneer vervoerskosten een steeds groter deel van het gezinsbudget opeisen, heeft dat volgens Lau rechtstreeks gevolgen voor de financiële ruimte van huishoudens.
Meer dan vergunningen en controles
Lau vindt daarom dat het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) verder moet kijken dan vergunningverlening en controle op de naleving van regels.
Volgens hem is een duidelijk, eerlijk en duurzaam openbaar-vervoerssysteem nodig waarin zowel de belangen van bushouders als die van passagiers worden meegenomen.
TCT zou volgens de parlementariër samen met de bushouders moeten kijken naar betaalbare tarieven, duidelijke afspraken over routes en betere controle. Daarnaast noemt hij mogelijkheden om gezinnen die zwaar worden getroffen door vervoerskosten tegemoet te komen.
Belangen van passagier én bushouder
Een duurzaam openbaar-vervoerssysteem vraagt volgens Lau om een balans tussen de kosten waarmee vervoerders worden geconfronteerd en de betaalbaarheid voor passagiers.
Daarbij staat voor hem de maatschappelijke functie van het openbaar vervoer centraal. “Het openbaar vervoer is er niet alleen voor de busondernemer. Het is er in de eerste plaats voor de samenleving”, aldus Lau.






