Het Hof van Justitie heeft op op 2 oktober het nieuwe zittingsjaar 2026-2027 formeel geopend. Tijdens de buitengewone openbare zitting in het gerechtsgebouw aan het Onafhankelijkheidsplein stond de versterking en modernisering van de rechterlijke macht centraal.
Hofpresident Iwan Rasoelbaks benadrukte in zijn openingsrede het belang van een onafhankelijke, onpartijdige en professionele rechtspraak.
Hij wees daarbij op de recente beëdiging van vijftien nieuwe rechters en de noodzaak om ook de komende jaren te blijven investeren in de capaciteit en inrichting van de rechterlijke macht.
Vijftien nieuwe rechters versterken het Hof
Volgens Rasoelbaks vormt de beëdiging van vijftien nieuwe rechters een belangrijke versterking van de rechterlijke macht.
Met de uitbreiding beschikt het Hof in het nieuwe zittingsjaar over in totaal 45 rechters. Hierdoor moet volgens de Hofpresident meer ruimte ontstaan om te werken aan tijdige en toegankelijke rechtspraak.
Ook ziet hij mogelijkheden om de rechtspraak verder te decentraliseren en naar meerdere delen van Suriname te brengen.
Daarnaast kan, indien de voorstellen van het Hof door de wetgevende macht worden goedgekeurd, worden overgegaan tot meervoudige rechtspraak in eerste aanleg bij complexe civiele en strafzaken. Ook de belastingrechtspraak kan volgens de voorstellen verder worden ingericht.
Nog steeds tekort aan rechters
Hoewel de uitbreiding een belangrijke stap is, waarschuwde Rasoelbaks dat de rechterlijke macht nog steeds met een capaciteitstekort kampt.
Volgens de door hem aangehaalde internationale norm zou bij een goed functionerende rechtspraak moeten worden uitgegaan van ongeveer één rechter per 10.000 inwoners. Op basis daarvan zou Suriname, onder gelijkblijvende omstandigheden, nog ongeveer vijftien rechters tekortkomen.
Daar komt volgens de Hofpresident de komende jaren de uitstroom door pensionering bij.
Als de pensioengerechtigde leeftijd van rechters wordt vastgesteld op 65 jaar, zouden volgens zijn berekening tien rechters op korte termijn met pensioen gaan, tenzij een overgangsregeling wordt getroffen.
Bij handhaving van de huidige pensioengerechtigde leeftijd van 70 jaar zouden binnen vijf jaar twaalf rechters uit de bezetting verdwijnen.
Nieuwe rechterlijke opleiding in 2027
Om te voorkomen dat de rechterlijke capaciteit opnieuw terugloopt, kondigde Rasoelbaks aan dat in 2027 opnieuw een vierjarige rechterlijke opleiding van start zal moeten gaan.
Het Hof hoopt dat minimaal tien juristen voor de opleiding kunnen worden geselecteerd.
Daarmee wordt volgens de Hofpresident niet alleen gewerkt aan de huidige capaciteit, maar ook aan de continuïteit van de rechtspraak op langere termijn.
De uitbreiding met vijftien rechters is volgens die redenering dan ook geen eindpunt. Zonder voortdurende instroom van nieuwe rechters kan de capaciteitswinst in de komende jaren opnieuw gedeeltelijk verdwijnen.
Oproep tot overleg tussen de staatsmachten
Een belangrijk deel van de openingsrede stond in het teken van de verhouding tussen de drie staatsmachten.
Rasoelbaks sprak over het belang van gezonde institutionele spanningen tussen de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht.
Volgens hem kunnen dergelijke spanningen bijdragen aan het bewaken van de constitutionele verhoudingen en de zogenoemde checks and balances.
Tegelijkertijd riep hij op tot constructief overleg over de verdere modernisering en versterking van de rechterlijke macht.
Volgens de Hofpresident bestaan er nog verschillende vraagstukken over de randvoorwaarden en de inrichting van de rechterlijke organisatie.
Zolang daarover onvoldoende duidelijkheid bestaat, blijft het volgens hem moeilijk om nieuwe beleidsvoornemens voor de rechterlijke macht op een structurele manier vorm te geven.
Derde rechtsprekende instantie
Rasoelbaks ging in zijn rede ook uitgebreid in op de mogelijke inrichting van een derde rechtsprekende instantie.
Hij benadrukte dat volgens het Hof duidelijke constitutionele waarborgen nodig zijn voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van een dergelijke instantie.
Daarbij wees hij onder meer op de benoeming en ontslagpositie van rechters, de vereiste rechterlijke ervaring en de noodzaak van voldoende institutionele onafhankelijkheid.
Ook het cassatieberoep in het belang der wet kwam aan de orde. Volgens de Hofpresident moet worden voorkomen dat juridische en maatschappelijke spanningen rond rechterlijke beslissingen zich onbeheersbaar opstapelen.
Meervoudige rechtspraak en bedrijfsvoering
Naast de rechtsprekende taken pleitte de Hofpresident voor een verdere versterking van de interne organisatie van de rechterlijke macht.
Hij noemde daarbij onder meer de instelling van een zelfstandig bedrijfsbureau en een Bestuur van de Rechterlijke Macht.
Volgens hem zijn dergelijke organisatorische voorzieningen nodig om de rechterlijke macht minder afhankelijk te maken en het ondersteunend beleid efficiënter uit te voeren.
Ook de mogelijkheid van meerdere vicepresidenten binnen het Hof en meerdere advocaten-generaal binnen het Openbaar Ministerie werd genoemd als onderdeel van de voorgestelde organisatorische versterking.
De verschillende voorstellen moeten volgens Rasoelbaks wel als één samenhangend geheel worden bekeken. Wetgeving, grondwettelijke bepalingen en overgangsregelingen moeten volgens hem op elkaar aansluiten om te voorkomen dat de beoogde modernisering in de praktijk tot stagnatie leidt.
Ook onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie besproken
In zijn toespraak stond Rasoelbaks eveneens stil bij de positie van het Openbaar Ministerie.
Hij wees onder meer op de benoeming en positie van advocaten-generaal en de voorgestelde Raad voor het Openbaar Ministerie.
Volgens de Hofpresident moeten de wettelijke regelingen zodanig worden ingericht dat het vervolgingsinstituut zijn taak onafhankelijk en effectief kan uitvoeren.
De advocaat-generaal, Astrid Niamat, die tijdens de zitting waarnam voor procureur-generaal Garcia Paragsingh, benadrukte eveneens het belang van professionaliteit, integriteit en deskundigheid binnen het Openbaar Ministerie.
Zij stelde dat de uitdagingen voor het vervolgingsinstituut aanzienlijk zijn en dat de verwachtingen vanuit de samenleving hoog liggen. Tegelijkertijd benadrukte zij dat het OM zijn verantwoordelijkheid zal blijven nemen.
Advocatuur vraagt aandacht voor rechtsbijstand
Ook de Surinaamse Orde van Advocaten leverde tijdens de zitting een bijdrage.
Deken Elleson Fraenk riep de ketenpartners op om advocaat-stagiairs voldoende ondersteuning te blijven bieden. Daarnaast vroeg zij opnieuw aandacht voor de beperkte groep advocaten die kosteloze rechtsbijstand verleent.
Ook het Constitutioneel Hof kwam in haar bijdrage aan de orde. Volgens Fraenk kan dit instituut tot nu toe niet functioneren.
Als positieve ontwikkeling binnen de advocatuur noemde zij onder meer de instelling van het Advocaten Tuchtcollege.
Rechtsstaat vraagt om structurele versterking
De verschillende bijdragen tijdens de opening van het zittingsjaar wijzen op een gemeenschappelijk vraagstuk: de rechtsstaat kan niet alleen worden versterkt door meer rechters te benoemen.
Ook de wetgeving, organisatie, financiële en administratieve ondersteuning, opleiding, rechtsbijstand en institutionele onafhankelijkheid moeten op orde zijn.
De recente uitbreiding van het aantal rechters biedt daarvoor extra capaciteit. De uitdaging ligt nu in het creëren van de voorwaarden waaronder die capaciteit ook daadwerkelijk kan worden benut.
De Hofpresident sloot zijn rede af met de toezegging dat het Hof ook in het nieuwe zittingsjaar zal blijven streven naar onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit, deskundigheid, professionaliteit, snelheid, toegankelijkheid en vertrouwen.






