Het valt me weleens op wanneer ik uit eten ga in Paramaribo. Of het nu gaat om een eenvoudige lunchzaak, een warung of een chiquer restaurant. Veel gerechten lijken te verdrinken in suiker en zout.
Alsof overvloedig strooien met deze smaakmakers dé manier is geworden om eten aantrekkelijk te maken. De balans ontbreekt. En erger nog: bijna niemand lijkt zich echt bewust van wat hij dagelijks binnenkrijgt.
Zelfs groenten zwaar gekruid
Wat het extra verraderlijk maakt, is dat het vaak niet eens extreem zoet of overdreven zout smaakt. Juist daardoor glijdt het ongemerkt naar binnen. Sausjes, marinades, rijstgerechten, vlees, zelfs soepen en groenten zijn vaak zwaarder gekruid dan nodig.
Het gevolg is dat mensen denken normaal te eten, terwijl hun lichaam structureel te veel suiker en zout te verwerken krijgt. Dat heeft gevolgen die we als samenleving al beginnen te voelen.
WHO
De Wereldgezondheidsorganisatie(WHO) adviseert volwassenen om niet meer dan vijf gram zout per dag te gebruiken. Dat is ongeveer één theelepel.
Voor toegevoegde suikers ligt de aanbevolen maximale hoeveelheid rond de 25 gram per dag. Wie regelmatig buitenshuis eet, zit daar al snel ruim boven.
Te veel zout verhoogt het risico op hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. Overmatige suikerinname draagt bij aan overgewicht, diabetes type 2 en tandproblemen.
Dit zijn geen verre theorieën, maar realiteit in steeds meer Surinaamse huishoudens.
Verantwoordelijkheid restaurants
Wat mij stoort, is dat de verantwoordelijkheid vaak eenzijdig bij de consument wordt gelegd. Maar restaurants spelen hierin een grote rol.
Zij bepalen wat er op het bord ligt. Smaak hoeft niet te betekenen dat alles zoeter en zouter moet. Kruiden, verse ingrediënten en kooktechniek doen minstens zoveel.
Misschien wordt het tijd dat we kritischer worden, niet alleen als eter maar ook als aanbieder. Gezond eten hoeft niet saai te zijn. Maar het begint wel met bewust koken en bewust kiezen.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







