Volgens Azizkoemar Gajadien, fractieleider van de VHP, staat één zaak buiten kijf: “Dat de rechterlijke macht beter moest verdienen, is een voldongen feit. Een onafhankelijke en sterke rechtsstaat vraagt om eerlijke waardering.”
Tegelijkertijd benadrukt Gajadien dat deze discussie niet los kan worden gezien van bredere maatschappelijke ongelijkheid.
“Laten we eerlijk zijn: ook onze leerkrachten, verpleegkundigen, politieambtenaren en vele andere hardwerkende professionals verdienen betere salarissen. Zij dragen dagelijks onze samenleving.”
Volgens de VHP-fractieleider is daarom een begin gemaakt met de synchronisatie van het beloningssysteem van de staatsmachten. Dat noemt hij “een stap in de juiste richting”. Hij erkent echter dat het systeem nog niet perfect is.
“Er zijn onderdelen die verbetering behoeven en zaken die over het hoofd zijn gezien. Daarvoor liggen inmiddels concrete voorstellen op tafel.”
Gajadien roept zowel het parlement als de regering op om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen.
“Dit is het moment om constructief samen te werken aan rechtvaardige en duurzame oplossingen. Alleen samen bouwen we aan een eerlijker Suriname.”
Essed: parlement heeft wet onvoldoende onderzocht
Advocaat Serena Essed uit stevige kritiek op de totstandkoming van de wet die de financiële positie van de drie staatsmachten heeft gesynchroniseerd.
Volgens haar toont de maatschappelijke ophef over de hoge salarissen aan dat het parlement zijn werk onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan.
Zij stelt dat wetten in De Nationale Assemblee niet altijd diepgaand genoeg worden voorbereid en onderzocht voordat zij worden aangenomen.
“Die beloning heeft een wettelijke basis. En dat betekent dat het parlement hier de volledige verantwoordelijkheid voor draagt,” aldus Essed.
Financiële implicaties onvoldoende in kaart gebracht
Volgens de advocaat heeft het parlement te weinig oog gehad voor de concrete financiële gevolgen van de wet. Zij verwijst naar vragen die tijdens de behandeling zijn gesteld, zoals het verzoek om inzicht in de financiële doorrekeningen.
“Kennelijk is dat niet of onvoldoende gekomen, en is er toch voor de wet gestemd onder het mom van synchronisatie van de verschillende machten,” zei Essed in het programma Welingelichte Kringen op ABC.
Zij noemt de beloning van procureur-generaal Garcia Paragsingh — ruim boven de één miljoen SRD per maand — “buiten proporties” en kijkt kritisch naar de stappen die het parlement nu zal nemen.
Risico op herhaling bij nieuwe wetgeving
Essed waarschuwt dat hetzelfde patroon zichtbaar is in lopende discussies over de instelling van een derde hoogste rechtsinstantie en een college van procureur-generaals.
“Alles wordt gebracht onder het mom van versterking, maar wat zijn de praktische en financiële gevolgen? Zijn die vooraf goed onderzocht? In onvoldoende mate,” stelt zij.
Volgens haar ligt hier een belangrijke les voor het parlement: wetgeving vereist diepgaand onderzoek, realistische scenario’s en eigen initiatief wanneer antwoorden vanuit de regering uitblijven.
“Als vragen niet bevredigend worden beantwoord, moeten parlementariërs zelf op onderzoek uitgaan,” benadrukt Essed.
Noodzaak tot structurele verbetering
De discussie rond de salarissynchronisatie maakt volgens Essed duidelijk dat het wetgevingsproces in Suriname structureel versterkt moet worden. Niet alleen om maatschappelijke onrust te voorkomen, maar ook om het vertrouwen in de rechtsstaat en het parlement te behouden.







