De Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) heeft in samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) een technische missie uitgevoerd in Suriname in het kader van het project Gender-responsive Climate-smart Agriculture and Food Systems in the Caribbean (GCAF).
De missie, die van 27 tot en met 31 juli plaatsvond, stond in het teken van klimaatslimme landbouw, kassenteelt en praktische technische ondersteuning aan landbouwers en lokale organisaties.
Praktische kennis voor klimaatslimme landbouw
De technische missie werd begeleid door Jervis Rowe, FAO Protected Agriculture Specialist. Samen met het GCAF-team in Suriname en technische medewerkers van LVV werden activiteiten uitgevoerd in Wanica, Brokopondo, Powakka en Nickerie.
Centraal stond het versterken van de kennis en vaardigheden van landbouwers en andere betrokkenen op het gebied van beschermde groenteteelt.
Daarbij werd gekeken naar technieken die niet alleen technisch effectief zijn, maar ook aansluiten bij de Surinaamse omstandigheden en lokaal beschikbare materialen.
Tijdens de trainingen kwamen onder meer kasconstructie, ventilatie, insectengaas, geschikte afdekmaterialen, gewasbescherming, onderhoud en eenvoudige technologieën voor klimaatbeheersing aan de orde.
Meer dan 130 deelnemers bereikt
De missie bereikte ruim 130 deelnemers en stakeholders, onder wie landbouwers, vrouwen, jongeren, LVV-medewerkers, regionale medewerkers, voorlichters, coöperaties, producenten en vertegenwoordigers van lokale gemeenschappen.
Opvallend is de sterke deelname van vrouwen en jongeren. Ongeveer 58 procent van de deelnemers was vrouw, terwijl circa 21 procent uit jongeren bestond.
Daarmee sluit de missie aan bij de doelstelling van het GCAF-project om vrouwen en jongeren nadrukkelijker te betrekken bij de ontwikkeling van een weerbare en toekomstgerichte landbouwsector.
Technische beoordeling van bestaande kassen
Naast de trainingen werden in Wanica en Brokopondo technische beoordelingen uitgevoerd bij geselecteerde kaslocaties.
Daarbij werd onderzocht welke verbeteringen nodig zijn om bestaande structuren efficiënter en beter bestand te maken tegen klimatologische omstandigheden.
Er werd onder meer gekeken naar ventilatie, afdekking, insectengaas en mogelijkheden voor een betere klimaatbeheersing.
De technische beoordelingen moeten helpen om toekomstige investeringen en aanpassingen beter af te stemmen op de daadwerkelijke behoeften van landbouwers.
Aandacht voor Powakka
In Powakka vonden een overleg en een locatiebezoek plaats met de dorpsleiding en een betrokken vrouwengroep. Daarbij werd gekeken naar de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een toekomstige kas- en nursery-opzet.
Onderwerpen als de beschikbaarheid van water, bereikbaarheid, infrastructuur, de geschiktheid van de locatie en de technische haalbaarheid werden daarbij meegenomen.
De verdere ontwikkeling van een dergelijke voorziening kan vooral voor lokale vrouwen en producenten nieuwe mogelijkheden bieden voor productie en inkomensgeneratie.
Digitale technologie voor landbouw in Nickerie
In Nickerie werd ondersteuning geboden bij de installatie en het testen van een digitale sensor bij de KVGP Coöperatie. Dergelijke technologie kan worden ingezet om omstandigheden in een kas beter te monitoren.
Door gegevens over bijvoorbeeld het klimaat in de kas beschikbaar te maken, kunnen landbouwers beter onderbouwde beslissingen nemen over hun teelt.
Daarmee wordt een stap gezet richting een meer datagedreven vorm van landbouw waarin technologie wordt ingezet om productie en efficiëntie te verbeteren.
Lokale beschikbaarheid van materialen onderzocht
De technische missie richtte zich niet uitsluitend op training. Ook werd gekeken naar de praktische beschikbaarheid van materialen en landbouwinputs op de Surinaamse markt.
Verschillende leveranciers en andere marktpartijen werden bezocht om inzicht te krijgen in welke materialen lokaal beschikbaar zijn.
Dit is van belang omdat technische aanbevelingen alleen duurzaam kunnen worden toegepast wanneer landbouwers toegang hebben tot betaalbare en geschikte materialen, onderdelen en andere noodzakelijke inputs.
Van training naar daadwerkelijke toepassing
De missie laat volgens het GCAF-team zien dat er in Suriname mogelijkheden bestaan om beschermde groenteteelt en klimaatslimme landbouw verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd maakt de technische beoordeling duidelijk dat training alleen niet voldoende is.
De uitdaging ligt vooral in de vertaling van kennis naar daadwerkelijke toepassing. Landbouwers hebben niet alleen technische kennis nodig, maar ook toegang tot geschikte infrastructuur, betaalbare materialen, technologie, financiering en adequate begeleiding.
De bevindingen van de missie worden daarom verwerkt in de technische rapportage en de verdere planning van het GCAF-project.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar vervolgstappen voor de verbetering van bestaande kassen, aanvullende trainingen, ondersteuning van het initiatief in Powakka en verdere opvolging van de digitale sensortoepassing in Nickerie.
Investeren in vrouwen en jongeren
Een belangrijk onderdeel van het project is de nadruk op gendergelijkheid en de positie van jongeren binnen de landbouw. De deelnamecijfers van de missie laten zien dat vrouwen een belangrijke groep vormen binnen de doelgroep.
Voor Suriname biedt dit kansen om landbouwontwikkeling nadrukkelijker te verbinden aan economische zelfstandigheid, ondernemerschap en voedselzekerheid.
Vooral wanneer vrouwen en jongeren niet alleen worden getraind, maar ook toegang krijgen tot productiemiddelen, markten, financiering en technologie, kan klimaatslimme landbouw bijdragen aan bredere sociaaleconomische ontwikkeling.
Internationale samenwerking voor een weerbaarder voedselsysteem
Het GCAF-project wordt gefinancierd door de regering van Canada via Global Affairs Canada en uitgevoerd door FAO in de Caribische regio.
Het project ondersteunt landen bij het versterken van klimaatslimme landbouw, gendergelijkheid en weerbare voedselsystemen.
Met de technische missie in Suriname wordt daarmee niet alleen geïnvesteerd in betere kassenteelt, maar ook in kennis, lokale capaciteit en de verdere ontwikkeling van een landbouwsector die beter kan inspelen op de gevolgen van klimaatverandering.
De komende fase moet uitwijzen in hoeverre de aanbevelingen uit de missie daadwerkelijk worden vertaald naar concrete investeringen en ondersteuning voor landbouwers.
Juist die opvolging zal bepalend zijn voor de vraag of de technische kennis uit de missie leidt tot duurzame verbeteringen op het veld.
Bron: gov.sr






