De Surinaamse drijfkieuwnetvisserij mag opnieuw vis exporteren naar de Verenigde Staten.
Daarmee wordt een belangrijke exportmarkt heropend voor de Surinaamse visserijsector, nadat de toegang begin 2026 werd opgeschort vanwege het niet voldoen aan bepaalde Amerikaanse eisen op het gebied van de bescherming van zeezoogdieren.
De heropening van de markt betekent een belangrijke impuls voor vissers, visverwerkers, exporteurs en andere schakels binnen de Surinaamse grondvisketen.
Exportverbod na onvoldoende naleving van Amerikaanse regelgeving
Sinds 1 januari 2026 mochten verschillende vissoorten uit de Surinaamse drijfkieuwnetvisserij niet langer naar de Verenigde Staten worden geëxporteerd.
Het ging onder meer om de commercieel belangrijke acoupa (Cynoscion acoupa) en groene korvina (Cynoscion virescens).
De maatregel volgde nadat was vastgesteld dat de visserij niet volledig voldeed aan de eisen van de Amerikaanse Marine Mammal Protection Act (MMPA).
Deze wet verplicht landen die vis exporteren naar de Verenigde Staten aan te tonen dat zij zeezoogdieren tijdens de visserij op een vergelijkbare wijze beschermen als in de Amerikaanse visserij.
Nieuwe maatregelen verbeteren bescherming van zeezoogdieren
Na een negatieve beoordeling in 2025 heeft de Surinaamse Dienst Visserij, met ondersteuning van het REBYC-III CLME+-project, verschillende maatregelen ingevoerd om de bescherming van zeezoogdieren en andere kwetsbare diersoorten te versterken.
De nieuwe voorschriften zijn opgenomen in het Besluit Vergunningsvoorwaarden Visserij 2026 en richten zich op het verminderen van ongewenste bijvangst, betere registratie van incidenten en het veilig vrijlaten van dieren die onbedoeld in de netten terechtkomen.
Verplichte pingers en kortere visnetten
In een geactualiseerd beoordelingsrapport heeft de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) de inspanningen van Suriname positief beoordeeld. Volgens de Amerikaanse autoriteit zijn belangrijke stappen gezet om de bijvangst van zeezoogdieren terug te dringen.
Tot de nieuwe maatregelen behoren de verplichte inzet van akoestische afschrikmiddelen, ook wel pingers genoemd, die dolfijnen en andere zeezoogdieren op afstand houden van visnetten. Daarnaast is de maximale lengte van drijfkieuwnetten teruggebracht tot 1,8 kilometer.
Ook zijn vissers voortaan verplicht om bijvangst van beschermde diersoorten te melden en gelden nieuwe procedures voor het veilig behandelen en vrijlaten van onder meer schildpadden en dolfijnen.
Volgens NOAA vormen deze maatregelen een steviger regelgevend kader dat zowel de bescherming van zeezoogdieren als de internationale concurrentiepositie van de Surinaamse visserij versterkt.
Elektronische monitoring volgende stap
Hoewel de heropening van de Amerikaanse markt als een belangrijke mijlpaal wordt beschouwd, benadrukken de betrokken organisaties dat verdere inspanningen noodzakelijk blijven.
REBYC-III CLME+ zal de Surinaamse Dienst Visserij blijven ondersteunen bij de invoering van elektronische monitoring binnen de drijfkieuwnetvisserij.
Daarmee moet de controle op bijvangst verder worden verbeterd en kan Suriname ook in de toekomst blijven voldoen aan de internationale exportvoorwaarden.
Belangrijke impuls voor de visserijsector
De hernieuwde toegang tot de Amerikaanse markt betekent volgens de betrokken organisaties een belangrijke opluchting voor alle partijen binnen de visserijketen.
Tegelijkertijd laat het resultaat zien dat technische ondersteuning, strengere regelgeving, verbeterde visserijpraktijken en effectievere monitoring kunnen bijdragen aan een duurzamere visserij én behoud van toegang tot internationale afzetmarkten.
REBYC-III CLME+ wordt gefinancierd door de Global Environment Facility (GEF), uitgevoerd door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en geïmplementeerd door de Faculteit Voeding en Landbouw van de University of the West Indies (UWI), St. Augustine.







