Geld dat elke maand uit Nederland naar Suriname wordt gestuurd doet meer met ons dan we vaak beseffen. Het helpt gezinnen, betaalt rekeningen en zorgt voor rust in huis.
Maar het verandert ook langzaam hoe mensen met elkaar omgaan.
In veel families is het normaal geworden dat iemand in Nederland maandelijks geld stuurt. Wie dat geld krijgt, leeft net iets anders. Boodschappen doen gaat makkelijker. Prijsstijgingen doen minder pijn. En dat verschil valt op.
Verschillen binnen families
Soms is het duidelijk. De ene familie kan alles betalen, de andere moet elke SRD omdraaien. Dat zorgt voor spanning. Soms voor jaloezie, soms voor stille frustratie. Mensen gaan elkaar anders bekijken. “Die heeft euro’s, die redt het wel,” hoor je vaak.
Binnen huishoudens ontstaan ook scheve verhoudingen. Wie geld stuurt, krijgt onbewust meer invloed. Wie ontvangt, raakt gewend aan die hulp. Het is niet altijd slecht bedoeld, maar het verandert wel de rollen. Hulp wordt normaal, stoppen voelt dan als straf.
Gevolgen voor het hele land
Op landelijk niveau zie je het deels ook terug in de prijzen. Omdat een deel van de mensen koopkracht heeft in euro’s, kunnen prijzen stijgen. Winkeliers passen zich daaraan aan. Maar mensen zonder eurosteun blijven achter. Hun salaris groeit niet mee.
Eurogeld is geen vloek. Het heeft velen geholpen om moeilijke tijden door te komen. Maar als een land te veel leunt op geld van buiten, raakt het uit balans.
Suriname moet oppassen dat hulp uit liefde niet verandert in een stille bron van ongelijkheid. Dat gesprek moeten we durven voeren.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







