De Nationale Assemblee (DNA) heeft zojuist ingestemd met de vorderingen van de procureur-generaal (pg) om drie voormalige bewindspersonen in staat van beschuldiging te stellen.
Het gaat om oud-minister van Openbare Werken Riad Nurmohamed, voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad en oud-minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo.
Aan de stemming ging een uitvoerig en soms gespannen debat vooraf. Na een huishoudelijke vergadering werd besloten de behandeling van de vorderingen in het openbaar voort te zetten.
Discussie over informatievoorziening door Openbaar Ministerie
Een belangrijk discussiepunt tijdens de vergadering betrof de mate waarin de procureur-generaal het parlement had geïnformeerd.
Commissievoorzitter Rabin Parmessar stelde dat aanvullende toelichting noodzakelijk was om tot een zorgvuldig oordeel te komen. Volgens hem had de pg, ondanks een uitnodiging, ervoor gekozen uitsluitend schriftelijk te reageren.
Parmessar gaf aan dat de commissie hierdoor onvoldoende informatie had ontvangen om de vorderingen volledig te kunnen beoordelen.
Hij sprak zijn zorgen uit over de werkwijze van het Openbaar Ministerie en stelde dat de rol van de procureur-generaal kritisch geëvalueerd zou moeten worden.
Coalitie en oppositie verdeeld over aanpak
Verschillende fracties benadrukten dat de behandeling niet draaide om de vraag of de voormalige ministers schuldig zijn, maar uitsluitend om de vraag of er voldoende grond bestaat om de zaken aan de rechter voor te leggen.
VHP-fractieleider Asis Gajadien stelde dat het uiteindelijk de onafhankelijke rechter is die over schuld of onschuld beslist. Volgens hem heeft het Openbaar Ministerie aangegeven voldoende aanwijzingen te zien om vervolging mogelijk te maken.
Ook de NPS benadrukte dat een verdenking niet gelijkstaat aan een veroordeling. Fractieleider Jerrel Pawiroredjo wees erop dat de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (WIPA) juist bedoeld is om politieke vervolging te voorkomen en een zorgvuldige procedure te waarborgen.
De BEP sprak eveneens steun uit voor de behandeling van de vorderingen en benadrukte dat niemand boven de wet staat. Fractieleider Ronny Asabina stelde dat iedere burger, inclusief politici, aan dezelfde wettelijke normen moet worden gehouden.
Kritische geluiden vanuit coalitie
Vanuit de coalitie werden vraagtekens geplaatst bij de selectie van de verdachten en de onderbouwing van de vorderingen.
Parmessar vroeg zich onder meer af waarom in de zaak van Nurmohamed niet ook andere betrokkenen onderwerp van onderzoek zijn geworden.
Daarnaast stelde hij vragen over de omschrijving van de vermeende voordelen die Bronto Somohardjo zou hebben genoten en over de verschillen in de gevraagde maatregelen tegen de drie voormalige ministers.
Ook overige leden van de NDP uitten kritiek op de gevolgde procedure en de beperkte informatie die aan het parlement beschikbaar was gesteld.
Somohardjo roept op tot goedkeuring vordering
Een opvallend moment tijdens de vergadering was de bijdrage van Somohardjo zelf. Hij verklaarde nadrukkelijk geen beroep te willen doen op politieke bescherming.
“Maak geen uitzondering voor mij. Ik roep op om vóór te stemmen. Ik zoek geen bescherming,” verklaarde de voormalige minister tijdens de behandeling van zijn zaak.
ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk benadrukte eveneens dat het volgens zijn fractie niet ging om een politiek proces, maar om het respecteren van de wettelijke procedure.
Ruime meerderheid stemt voor
Na afronding van het debat werd over de drie vorderingen afzonderlijk gestemd.
De vordering tegen Riad Nurmohamed werd aangenomen met 32 stemmen voor en 2 tegen. De vordering tegen Gillmore Hoefdraad kreeg steun van 29 leden, terwijl 5 leden tegen stemden. De vordering tegen Bronto Somohardjo werd met 32 stemmen aangenomen.
Met de goedkeuring van DNA kunnen de strafrechtelijke procedures tegen de drie voormalige ministers verder hun wettelijke verloop krijgen.







