De discussie over de bezoldiging van politieke ambtsdragers laait opnieuw op. Aanleiding is het herziene initiatiefvoorstel van DNA-leden Asiskumar Gajadien en Jerrel Pawiroredjo, waarin het voorgestelde salaris van de president binnen één dag werd teruggebracht van SRD 270.000 naar ruim SRD 130.000.
Op sociale media reageren burgers kritisch. Een van de reacties die breed wordt gedeeld, luidt: “En van DNA moet van SRD 130.000 naar SRD 50.000.”
President naar ruim SRD 130.000
Gajadien en Pawiroredjo willen de automatische koppeling tussen de bezoldiging van de president en die van een departementsdirecteur beëindigen.
In het herziene voorstel wordt SRD 130.000 rechtstreeks als maandelijkse bezoldiging van de president in de wet opgenomen. De vicepresident zou, volgens de bestaande verhouding van 75 procent, uitkomen op SRD 97.500.
Het eerdere voorstel van 21 september, waarin een presidentssalaris van SRD 270.000 was opgenomen, is ingetrokken en vervangen door het nieuwe ontwerp. Het voorstel moet nog door De Nationale Assemblée worden behandeld en heeft dus nog geen kracht van wet.
Volgens het nieuwe voorstel zou het salaris van de president in de toekomst niet automatisch stijgen wanneer het salaris van een departementsdirecteur wordt verhoogd.
Bij een periodieke beoordeling zouden onder meer koopkracht, prijsontwikkeling, de algemene salarisontwikkeling binnen de publieke sector en de financiële positie van de Staat worden meegenomen. Voor een daadwerkelijke wijziging blijft een wetswijziging noodzakelijk.
Maar wat verdient een DNA-lid eigenlijk?
Juist daar ligt een belangrijk deel van de maatschappelijke kritiek.
Volgens een gepubliceerd bezoldigingsoverzicht bedroeg het bruto maandinkomen van een DNA-lid begin 2026 SRD 132.139. Na inhoudingen bleef daarvan SRD 94.876,96 netto over. Daarbij komen verschillende aanvullende voorzieningen.
DNA-lid Rabin Parmessar heeft eerder een ander bedrag benadrukt. Hij stelde dat zijn salaris ongeveer SRD 60.000 bedraagt en dat de rest uit toelagen bestaat.
Dat verschil in terminologie — basissalaris, bezoldiging, toelagen en totale vergoeding — voedt bij een deel van de samenleving juist de behoefte aan volledige transparantie.
‘Waarom president wel, maar DNA niet?’
Onder kritische burgers ontstaat inmiddels een bredere vraag. Als de discussie nu gaat over het vaststellen van een redelijk en beheersbaar salaris voor de president, waarom zou dezelfde discussie dan niet opnieuw gevoerd worden over de bezoldiging van parlementariërs?
Die vraag is niet nieuw.
Al eerder ontstond maatschappelijke kritiek op de verhoging van de financiële voorzieningen van DNA-leden. NPS-parlementariër Poetini Atompai stelde in januari dat hij een wetsvoorstel wilde indienen om de verhoging terug te draaien. Hij wees daarbij op het verschil tussen de vergoeding van parlementariërs en de inkomens van onder meer leerkrachten.
Atompai maakte bovendien bekend maandelijks SRD 50.000 van zijn eigen vergoeding opzij te zetten voor sociale projecten. Andere NPS-DNA-leden sloten zich daarbij aan, waardoor maandelijks SRD 120.000 voor dergelijke projecten wordt gereserveerd.
Ook buiten het parlement is het bedrag van ongeveer SRD 130.000 onderwerp van kritiek geweest. Stephano ‘Pakittow’ Biervliet pleitte onlangs publiekelijk voor een verlaging van de vergoeding van DNA-leden naar SRD 60.000 of SRD 50.000.
Kritiek van burgers: ‘Het volk moet ook worden meegenomen’
Op sociale media klinkt de kritiek vooral vanuit de vraag naar verhouding. Burgers vragen zich af hoe een salaris van rond SRD 130.000 voor volksvertegenwoordigers zich verhoudt tot de inkomens van werknemers die dagelijks met stijgende kosten van levensonderhoud worden geconfronteerd.
De vraag die daarbij steeds terugkomt, is niet uitsluitend hoeveel een president, vicepresident of DNA-lid mag verdienen.
Het gaat volgens kritische burgers ook om de verhouding tussen politieke beloning, publieke verantwoordelijkheid en de financiële werkelijkheid van gewone huishoudens.
“Als de president naar SRD 130.000 moet, dan moet DNA ook terug naar SRD 50.000,” is in essentie de boodschap van een deel van de reacties.






