Binnen regeringsgezinde en politiek betrokken kringen lopen de meningen uiteen over de recente discussie rond kabinetstoelagen voor personeel verbonden aan het Kabinet van de President.
Diverse actoren hebben zich uitgesproken over de rechtvaardiging, omvang en prioritering van deze toelagen.
Raoul Hellings: begrip voor werkdruk, vragen bij hoogte toelagen
Hellings van de NPS stelt dat kabinetten van presidenten een essentiële rol vervullen in de continuïteit van het landsbestuur. Volgens hem staat buiten kijf dat kabinetspersoneel vaak lange en onregelmatige uren maakt.
Tegelijkertijd plaatst hij kanttekeningen bij het gebruik van hoge toelagen als structurele oplossing. Hoewel dit volgens hem mogelijk minder belastend is voor de staatskas dan het uitbetalen van overuren, blijft het een aanzienlijke kostenpost voor een land met beperkte financiële ruimte.
Hellings pleit voor een HR-gerichte benadering, waaronder het invoeren van een ploegensysteem. Dit zou volgens hem stagnatie van werkzaamheden en buitensporige overuren kunnen voorkomen, mits goed uitgewerkt en ondersteund door duidelijke communicatie en werkafspraken.
Marcel Oostburg: kabinetstoelage is geen nieuw fenomeen
Marcel Oostburg, bekend als Spitsschutter en gelieerd aan de NDP, wijst erop dat de kabinetstoelage geen recente ontwikkeling is, maar al bestaat sinds eerdere regeringsperiodes.
Volgens hem ontvangen ambtenaren op het Kabinet deze toelage in plaats van overuren, vanwege ongeregelde werkzaamheden.
Oostburg stelt dat het uitbetalen van daadwerkelijke overuren in veel gevallen duurder zou uitvallen dan de huidige toelages van 20, 40 of 60 procent.
Ter vergelijking verwijst hij naar leerkrachten die in het binnenland werken en in bepaalde gevallen een toelage tot 75 procent ontvangen, waaronder de Sipaliwini- en Ontwikkelingspremietoelage.
Hij benadrukt dat zowel bij het Kabinet als in het onderwijs sprake is van een beperkte groep die in aanmerking komt voor dergelijke toelagen en zegt dat hij niemand het zwijgen wil opleggen, maar spreekt vanuit wat hij aanduidt als feiten.
Reactie Syndicaat voor Onderwijsgevenden: vergelijking gaat mank
Het Syndicaat voor Onderwijsgevenden (SO) reageert kritisch op de vergelijking die wordt gemaakt tussen kabinetstoelagen en toelagen voor leerkrachten in het binnenland.
Volgens het Syndicaat is het intellectueel oneerlijk om leerkrachten de mond te snoeren door te wijzen op de Sipaliwinitoelage.
Het Syndicaat benadrukt dat deze toelage slechts geldt voor een kleine groep die onder zware en uitzonderlijke omstandigheden in het binnenland werkt. Het betreft geen algemeen voordeel en geen structurele inkomensverhoging.
De meerderheid van de leerkrachten ontvangt volgens het Syndicaat geen enkele toelage voor extra werk, onregelmatige uren of toenemende administratieve lasten.
Volgens het Syndicaat draait de kritiek op kabinetstoelagen niet om jaloezie, maar om prioriteiten, transparantie en rechtvaardigheid. Het structureel achterblijven van het onderwijs wordt daarbij als kernprobleem benoemd.







