Districtscommissaris van Saramacca, Aniel Ramautar, heeft samen met de ressortleiders van het district een kennismakings- en oriëntatiebezoek gebracht aan Food and Agriculture Industries N.V. (FAI) Estate Jarikaba.
Het bezoek stond in het teken van kennismaking, de activiteiten van FAI en de ontwikkelingen binnen Jarikaba. Ramautar sprak daarbij ook over zijn persoonlijke verbondenheid met het gebied.
Hij gaf aan dat hij zelf werkervaring heeft opgedaan bij het voormalige bacovenbedrijf in Jarikaba en afkomstig is uit de omgeving.
De kennismaking met FAI krijgt echter een bredere betekenis tegen de achtergrond van de problemen waarmee het staatsbedrijf al jaren kampt.
FAI van belangrijk landbouwbedrijf naar zorgenkind
FAI is sinds november 2020 volledig eigendom van de Staat Suriname. De Staat nam destijds de aandelen over nadat de buitenlandse aandeelhouder zich had teruggetrokken.
FAI bleef daarbij met aanzienlijke schulden achter. Uit de jaarrekening blijkt dat het bedrijf na het vertrek van de buitenlandse aandeelhouder niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen.
De overheid heeft sindsdien grote bedragen in het bedrijf moeten steken om de productie en werkgelegenheid in stand te houden.
De Rekenkamer constateerde eerder dat FAI in 2021 en 2022 jaarlijks ruim SRD 34 miljoen aan subsidie van LVV ontving. Daarnaast verstrekte het ministerie in 2021 een lening van ruim SRD 31,2 miljoen en nog eens ruim SRD 5 miljoen aan aanvullende subsidie.
De Rekenkamer stelde daarbij vast dat de extra middelen grote gevolgen hadden voor de financiële ruimte van LVV voor andere exportbevorderingsmaatregelen.
Ook in de begroting voor 2026 werd opnieuw SRD 35,235 miljoen opgenomen voor FAI. Het bedrag was bedoeld om de productie voort te zetten en de salarissen van het personeel te garanderen.
Productie en areaal sterk teruggelopen
De financiële problemen staan niet los van de ontwikkeling van de productie.
Volgens het Financieel Jaarplan 2026 daalde het totale beplante bacovenareaal in Suriname van 1.073 hectare in 2020 naar naar schatting 264 hectare in 2024. De totale bacovenproductie daalde in dezelfde periode van 6.241 ton naar ongeveer 2.446 ton.
Ook Jarikaba zag de productie sterk teruglopen. Waar in 2020 nog 1.641 ton bacoven werd geproduceerd, bedroeg de productie in 2024 naar schatting 1.034 ton.
FAI is weliswaar nog steeds de grootste bacovenproducent van Suriname en vertegenwoordigt volgens het ministerie ongeveer 80 tot 95 procent van de nationale productie. Maar die positie moet worden gezien tegen een sector die zelf sterk is gekrompen.
Ziekten, waaronder de Moko-ziekte, klimaatverandering, een afgenomen afzetmarkt en een gebrek aan kapitaal voor investeringen hebben volgens de overheid en FAI bijgedragen aan de terugval. Ook zijn niet-productieve gebieden uit productie genomen.
Van herstelplannen naar opnieuw financiële problemen
De problemen bij FAI zijn bepaald niet nieuw.
Al in 2021 werd gesproken over zware financiële uitdagingen, de bestrijding van de Moko-ziekte en de noodzaak om activiteiten uit te breiden en te diversifiëren.
Er werd toen een rehabilitatieplan gepresenteerd met ambitieuze doelstellingen voor uitbreiding van het areaal, productie en werkgelegenheid.
In 2023 werd opnieuw gesproken over groei. FAI presenteerde toen plannen om de grote schuldenpositie aan te pakken. Volgens berichtgeving was het bedrijf destijds overgenomen met een schuld van ruim USD 20 miljoen.
Ook werd toen gemeld dat de export was gestegen van ongeveer twee naar tien containers per week en dat FAI moest toewerken naar een situatie waarin het bedrijf zonder structurele overheidssubsidie zou kunnen functioneren.
De daaropvolgende jaren laten echter zien dat de structurele problemen daarmee niet waren opgelost.
Eind 2025 opnieuw alarm
In november 2025 waarschuwde de FAI-directie dat de continuïteit van het bedrijf ernstig in gevaar was.
Volgens de directie dreigden onder meer de export naar Trinidad en Barbados, de betaling van landbouwinputs en de luchtbespuiting tegen de Sigatoka-bladvlekkenziekte in de problemen te komen. Ook de betaling van salarissen stond onder druk.
De Bacoven Arbeidersbond Nickerie sprak destijds van een zeer ernstige situatie. Volgens de vakbond was het productieareaal sterk gekrompen en stonden er vruchten op het veld die niet konden worden geoogst vanwege betalingsproblemen met transporteurs. Daarbij kwamen ongeveer 550 arbeidsplaatsen in gevaar.
Het ging daarmee niet alleen om de financiële positie van een staatsbedrijf. Ook de werkgelegenheid en de continuïteit van de bacovenexport stonden op het spel.
Financieel wanbeheer opnieuw centraal
In december 2025 stelde toenmalig LVV-minister Mike Noersalim dat financieel wanbeheer een belangrijke oorzaak was van de problemen bij FAI.
Volgens de minister had het bedrijf structureel voorschotten nodig om salarissen te betalen. De Staat zou op dat moment maandelijks SRD 2,6 miljoen aan subsidie verstrekken. Volgens Noersalim was in vijf jaar tijd ruim SRD 200 miljoen aan subsidies in FAI gestoken.
De minister kondigde een doorlichting aan en stelde dat de financiële bedrijfsvoering fundamenteel moest worden verbeterd. Ook werd een nieuwe Raad van Commissarissen ingesteld en werden twee directieleden op non-actief gesteld.
De regering heeft daarmee zelf erkend dat het probleem verder gaat dan alleen een tekort aan geld.
Het gaat ook om de manier waarop het bedrijf wordt bestuurd.
Herstructurering moet meer zijn dan een plan op papier
Ook op het ministerie van Financiën en Planning werd de financiële situatie van FAI besproken. In januari 2026 werd aangegeven dat een herstructureringsplan moest worden ontwikkeld om de bedrijfsvoering fundamenteel te verbeteren.
Daarnaast werd gekeken naar mogelijkheden voor publiek-private samenwerking en joint ventures.
Dat is relevant, omdat FAI al meerdere keren plannen heeft gepresenteerd voor herstel, uitbreiding en diversificatie.
De centrale vraag is daarom niet meer óf FAI een toekomst moet hebben.
De vraag is welke toekomst financieel en bedrijfseconomisch houdbaar is.
Bezoek van Ramautar biedt gelegenheid voor bredere samenwerking
Tegen deze achtergrond is het bezoek van districtscommissaris Ramautar aan FAI meer dan een formele kennismaking.
FAI is een belangrijke economische factor binnen Jarikaba en Saramacca. De activiteiten van het bedrijf raken niet alleen de landbouw, maar ook werkgelegenheid, export, transport, infrastructuur en de ontwikkeling van de lokale gemeenschap.
Voor Ramautar biedt het bezoek de mogelijkheid om rechtstreeks kennis te nemen van de activiteiten en de uitdagingen waarmee het bedrijf wordt geconfronteerd.
Zijn persoonlijke geschiedenis met Jarikaba geeft het bezoek bovendien een bijzondere dimensie. De districtscommissaris kent het gebied niet alleen vanuit zijn huidige bestuurlijke functie, maar heeft er zelf gewerkt.
Van bacovenbedrijf naar duurzaam agrarisch bedrijf
De toekomst van FAI wordt al langer breder gezien dan alleen de productie van verse bacoven.
De regering heeft eerder aangegeven FAI te willen ontwikkelen tot een moderner agrarisch bedrijf dat naast bacoven ook andere producten en eindproducten kan produceren en exporteren. Daarbij werd onder meer gesproken over verwerking van bacoven tot bijvoorbeeld meel of drank.
Dat kan kansen bieden voor meer toegevoegde waarde.
Maar daarvoor zijn investeringen, goed management, betrouwbare infrastructuur, afzetmarkten en financiële discipline noodzakelijk.
Zonder die voorwaarden dreigt diversificatie slechts een nieuw hoofdstuk te worden in een lange reeks plannen.
Jarikaba heeft meer nodig dan een kennismakingsbezoek
Het bezoek van het districtsbestuur aan FAI is daarom een goed moment om niet alleen naar de huidige activiteiten te kijken, maar ook naar de toekomst van Jarikaba.
De vraag is hoe FAI opnieuw een duurzaam economisch bedrijf kan worden. Een bedrijf dat werkgelegenheid biedt, exportinkomsten genereert en minder afhankelijk is van structurele overheidssteun.
Daarbij zullen niet alleen FAI en LVV een rol spelen. Ook het districtsbestuur, werknemers, ondernemers en andere betrokkenen in Saramacca hebben belang bij een duurzame oplossing.
De kennismaking tussen het districtsbestuur en FAI kan daarmee een eerste stap zijn naar een intensievere samenwerking.
Maar de echte toets ligt uiteindelijk niet in het aantal bezoeken of nieuwe plannen.
De echte toets is of FAI erin slaagt om van een bedrijf dat jarenlang financiële steun nodig had, opnieuw een financieel gezond en duurzaam agrarisch bedrijf te worden.






