De Commissie van Rapporteurs (CvR) van De Nationale Assemblée heeft overleg gevoerd met drie ministers en hun technische staf over de ontwerp-Levensmiddelenwet 2026.
Tijdens de bespreking kwamen onduidelijkheden over bevoegdheden, overlappingen tussen instanties en praktische uitvoeringsproblemen naar voren.
De bespreking vond plaats ter voorbereiding op de plenaire openbare behandeling van het wetsontwerp.
Aan het overleg namen minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid, minister Mike Noersaliem van Landbouw, Veeteelt en Visserij en minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie deel.
Wet moet veiligheid van levensmiddelen waarborgen
De ontwerpwet heeft tot doel regels vast te stellen om de veiligheid, kwaliteit en het beheer van levensmiddelen verder te waarborgen.
Volgens de tijdens het overleg besproken punten moeten verschillende onderdelen van het wetsontwerp echter nader worden verduidelijkt voordat de wet in de praktijk goed kan worden uitgevoerd.
Bij de opening van de commissievergadering gaf voorzitter Raymond Sapoen een samenvatting van de feedback die betrokken actoren de afgelopen jaren hebben verstrekt.
De commissie besprak vervolgens de belangrijkste knelpunten met de aanwezige ministers en hun technische medewerkers.
Onduidelijkheid over bevoegdheden en inspecties
Minister Baasaron wees onder meer op onduidelijkheid over de verdeling van bevoegdheden tussen overheidsinstanties.
Volgens het wetsontwerp zouden technische voorschriften voor de etikettering van levensmiddelen onder de verantwoordelijkheid van het voorgestelde Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid (NIVS) vallen. Het Surinaams Standaarden Bureau (SSB) beschikt momenteel echter ook over bevoegdheden op dit terrein.
Daarnaast werd de voorgestelde overheveling van milieu-inspecteurs naar het NIVS besproken. Minister Misiekaba gaf aan dat het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) deze inspecteurs niet uitsluitend voor inspecties inzet, maar ook voor andere werkzaamheden.
Een overheveling zou volgens hem kunnen leiden tot personeelstekorten bij het BOG en daarmee gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van andere taken.
Misiekaba plaatste bovendien vraagtekens bij de formulering van de doelstelling en de taken van het voorgestelde overlegorgaan. Deze zouden volgens hem te ruim en onvoldoende duidelijk zijn omschreven.
Rol particuliere sector en samenwerking ministeries
Ook de invloed van de particuliere sector binnen de voorgestelde raad kwam aan de orde. Commissieleden mr. Cheryl Dijksteel en Silvana Afonsoewa brachten dit onderwerp ter sprake.
Commissielid drs. Ronny Asabina stelde onder meer vragen over de samenwerking en coördinatie tussen de drie betrokken ministeries.
Het wetsontwerp voorziet in overleg tussen de ministers, maar volgens de tijdens de vergadering besproken informatie heeft een dergelijke bijeenkomst niet plaatsgevonden.
De discussie richtte zich daarmee niet alleen op de inhoud van de voorgestelde regels, maar ook op de manier waarop de betrokken instanties hun verantwoordelijkheden op elkaar moeten afstemmen.
Voorbereiding op plenaire behandeling
Naast voorzitter Sapoen en de commissieleden Dijksteel, Afonsoewa en Asabina waren ook Wedprekash Joeloemsingh en Mohamed Fatemahomed aanwezig. Ingrid Karta-Bink, Ameerani Jarbandhan en Ebu Jones woonden de vergadering als toehoorder bij.
De commissie besprak hoe de geconstateerde onduidelijkheden, bevoegdheidsoverlappingen en uitvoeringsproblemen kunnen worden aangepakt voordat het wetsontwerp plenair wordt behandeld.
De verdere behandeling moet duidelijkheid bieden over de voorgestelde verantwoordelijkheden en de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe regels voor de veiligheid en kwaliteit van levensmiddelen.






