Men weet niet meer of men moet lachen of huilen in Suriname. Terwijl Dino Bouterse volgens de berichtgeving nog altijd zijn gevangenisstraf uitzit en zijn dagen in detentie doorbrengt, dromen velen in Suriname alweer van hem als president.
Wat moet er met zo’n volk en zo’n land?
‘Justitia, Pietas, Fides’ binnenkort vervangen door ‘Neks no fout’.
Justitia, Pietas, Fides betekent vrij vertaald: gerechtigheid, vroomheid of toewijding en trouw/geloof. Ook over de betekenis van deze drie begrippen lijkt in Suriname inmiddels discussie te ontstaan.
Een wapen dat niet meer lijkt te passen bij de werkelijkheid
Het wapen van Suriname werd op 25 november 1975, bij de onafhankelijkheid, als nationaal symbool vastgesteld. Het toont twee inheemse mannen die een ovaal schild vasthouden.
Onder het schild bevindt zich een wimpel met de spreuk Justitia, Pietas, Fides. Op het schild staan onder meer een zeilschip, een koningspalm en een groene ruit met een gele vijfpuntige ster.
Maar misschien is het wapen inmiddels aan vervanging en herontwerp toe.
Want wat betekenen die woorden nog wanneer gerechtigheid zoek lijkt, wanneer vertrouwen in bestuur en politiek voortdurend wordt beschadigd en wanneer de rechten en belangen van inheemse gemeenschappen nog altijd onderwerp van strijd zijn?
Justitia lijkt zoek. Pietas lijkt in de politieke werkelijkheid ver te zoeken. En Fides — geloof of trouw — is misschien het enige begrip dat nog overeind staat, althans als het gaat om het geloof in politieke sprookjes.
Zoals jaarredes van Surinaamse presidenten.
Misschien is een herontwerp van het nationale wapen daarom symbolisch nog niet zo’n gek idee.
Een foto van Hitler op het Presidentieel Paleis?
Als er morgen een foto van Hitler wordt opgehangen in het Presidentieel Paleis in Suriname, zou dat volgens sommigen misschien nauwelijks nog verbazing wekken. Zo diep lijkt het politieke normbesef te zijn gezonken.
Wanneer de zoon van een veroordeelde oud-president opnieuw wordt genoemd als mogelijke leider van een politieke beweging, moeten wij misschien niet alleen naar Dino Bouterse kijken.
We moeten vooral kijken naar een samenleving die na decennia van politieke abnormaliteit niet meer precies lijkt te weten waar de grens tussen normaal en abnormaal ligt.
Misschien is de kiezer inmiddels de belangrijkste verdachte in dit verhaal.
Val niet van je stoel en houd je broek vast
Er zijn politieke berichten die je leest en vervolgens nog een keer leest omdat je denkt dat je iets verkeerd hebt begrepen.
Het bericht dat Dino Bouterse en Romano Meriba mogelijk een eigen politieke partij willen oprichten, behoort wat mij betreft tot die categorie.
Niet omdat het juridisch onmogelijk zou zijn dat iemand met een strafrechtelijk verleden politiek actief wordt. Wel omdat de combinatie van persoon, familiegeschiedenis en politieke context ons confronteert met een veel groter probleem dat Suriname al decennialang probeert te ontwijken.
Volgens recente berichtgeving zou binnen kringen rond de NDP worden gewerkt aan een nieuwe politieke beweging rond Dino Bouterse en Romano Meriba.
Bennie Miranda zou daarbij hebben verklaard dat beiden een eigen partij zouden gaan oprichten. De ontwikkeling wordt in de berichtgeving in verband gebracht met mogelijke nieuwe politieke ontwikkelingen en een verdere verschuiving binnen het politieke landschap.
Laten wij voor de goede orde eerst één ding rechtzetten: Dino Bouterse is geen president van Suriname. Dat is een feit.
Suriname heeft in de afgelopen decennia beschikt over bauxiet, goud, olie, hout, visserij, rijst en andere natuurlijke hulpbronnen. Toch is de brede welvaart niet meegegroeid met die rijkdom.
Dat is geen reden om te stoppen met dromen. Dromen van een welvarend Suriname is goed.
Maar sommige dromen kunnen ook een nachtmerrie worden.
De abnormaliteit van politieke verering
De titel van dit artikel is bewust gekozen. Niet om een heel volk als ziek te bestempelen, maar om een vorm van politieke abnormaliteit aan de kaak te stellen die zo lang kan worden herhaald dat zij uiteindelijk normaal begint te lijken.
Er gebeurt iets bijna surrealistisch wanneer de zoon van een veroordeelde oud-president opnieuw als potentiële politieke leider wordt besproken.
Dino Bouterse werd in de Verenigde Staten veroordeeld nadat hij schuldig had gepleit aan ernstige strafbare feiten, waaronder het verlenen van materiële steun aan Hezbollah, een cocaïne-importsamenzwering en een vuurwapendelict. Hij werd veroordeeld tot 195 maanden gevangenisstraf.
Zijn vader, Desi Bouterse, werd in Suriname definitief veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor zijn rol in de Decemberstrafzaak.
Dat zijn geen politieke kwalificaties. Het zijn feiten uit rechterlijke procedures.
En toch staat de naam Bouterse opnieuw in een politieke context.
Welkom in Suriname, waar het verleden opnieuw kandidaat wordt
De gemakkelijkste reactie zou zijn om verontwaardigd naar Dino Bouterse te wijzen en te zeggen: dit kan toch niet?
Maar daarmee maken wij het onszelf te gemakkelijk.
Een democratische samenleving mag iemand niet verantwoordelijk houden voor de daden van zijn vader. Schuld is persoonlijk. Politieke rechten worden niet automatisch van generatie op generatie afgenomen.
Als Dino Bouterse aan alle wettelijke voorwaarden voldoet om politiek actief te zijn, heeft hij dat recht.
Daarover hoort geen discussie te bestaan.
Maar een kiezer heeft vervolgens óók het recht om te vragen wat iemand zelf heeft bewezen. Welke politieke waarden vertegenwoordigt hij? Welke mensen staan achter hem?
Welke lessen heeft hij uit zijn verleden getrokken? Welke integriteitsnormen stelt hij zichzelf? En vooral: waarom zou hij geschikt zijn om een land te besturen dat al tientallen jaren worstelt met precies die politieke cultuur waarvan zijn familiegeschiedenis zo nadrukkelijk onderdeel is?
Daar zit de werkelijke ironie.
Wij hoeven Dino Bouterse niet te verbieden politiek actief te worden. Wij moeten onszelf afvragen waarom een politieke beweging rond zo’n naam überhaupt opnieuw aantrekkelijk kan worden — en wie haar aantrekkelijk maakt.
Het antwoord ligt niet alleen bij Dino.
Het antwoord ligt ook bij ons.
Bij het volk van Suriname.
51 jaar abnormaliteit wordt uiteindelijk normaal
Suriname leeft inmiddels 51 jaar in een politieke werkelijkheid waarin wat aanvankelijk uitzonderlijk was, langzaam onderdeel van het normale leven is geworden.
Iedere generatie krijgt opnieuw te maken met politieke beloften, economische teleurstellingen, corruptieschandalen, patronage, politieke benoemingen, ontsporende staatsfinanciën, nieuwe leningen en regeringen die bij hun aantreden vertellen hoe slecht hun voorgangers het hebben gedaan.
Vervolgens ontdekken ook zij dat besturen aanzienlijk moeilijker is dan campagne voeren.
Het probleem is dat mensen zich aanpassen aan hun omgeving.
Wanneer een volk iedere vijf jaar opnieuw wordt geconfronteerd met beloften die niet worden waargemaakt, ontstaat teleurstelling. Wanneer onzekerheid jarenlang voortduurt, wordt onzekerheid normaal.
Wanneer politieke patronage decennialang blijft bestaan, wordt patronage onderdeel van de politieke folklore. Wanneer corruptieschandalen zich blijven opstapelen, wordt het volgende schandaal slechts het volgende onderwerp van de dag.
En wanneer politieke families decennialang een prominente plaats blijven innemen, vraagt men uiteindelijk niet meer waarom dat gebeurt, maar hoeveel zetels zij bij de volgende verkiezingen kunnen behalen.
Dat is het moment waarop een samenleving haar gevoel voor normaliteit begint te verliezen.
Wij zijn niet alleen geld kwijtgeraakt, maar ook onze verwachtingen
Het voortdurende gesprek over corruptie gaat meestal over geld. Maar volgens mij is dat slechts een deel van het probleem.
Suriname beschikt over goud, olie, bos, landbouwgrond, water, een strategische geografische ligging en een grote diaspora waarin kennis en kapitaal aanwezig zijn.
Toch worstelt een groot deel van de bevolking met koopkracht, werkgelegenheid, betaalbare voorzieningen en een geloofwaardig perspectief op vooruitgang.
Dat is de situatie die wij na 51 jaar eigenlijk niet meer zouden mogen accepteren.
Een land kan rijk zijn aan grondstoffen en tegelijkertijd arm worden door de manier waarop het wordt bestuurd.
De grootste schade is misschien daarom niet alleen het geld dat verloren gaat, maar ook het vertrouwen dat verdwijnt.
En uiteindelijk de verwachting dat het ooit beter kan worden.
Wat leert het Surinaamse kind?
Wanneer een kind vandaag opgroeit in Suriname en over tien, twintig of dertig jaar nog steeds dezelfde verhalen hoort over verkeerde leiders, hoge schulden, koopkrachtverlies, veroordeelde politici, veroordeelde presidenten, rijkdom die eraan komt, loze beloften en economische doorbraken die deze keer écht zullen plaatsvinden, dan is dat kind niet alleen slachtoffer van economische achterstand.
Het is ook slachtoffer van een politiek systeem dat zijn verwachtingen voortdurend uitstelt.
En misschien is dat de grootste vorm van armoede:
niet meer geloven dat het beter kan worden.
De politieke erfopvolging van Suriname
Daarom is de mogelijke politieke terugkeer van Dino Bouterse zo interessant.
Niet omdat een familielid automatisch verantwoordelijk is voor het verleden van zijn vader, maar omdat Suriname een merkwaardige vorm van politieke erfopvolging lijkt te kennen waarin namen, netwerken en politieke loyaliteiten soms langer meegaan dan de resultaten die politieke families hebben voortgebracht.
De vraag zou daarom niet moeten zijn of Dino Bouterse de zoon van Desi Bouterse is.
De vraag moet zijn:
Wat heeft hij zélf te bieden?
Welke visie heeft hij op de economie? Welke lessen trekt hij uit zijn eigen verleden? Welke integriteitsnormen stelt hij aan zichzelf en zijn politieke organisatie? Hoe wil hij voorkomen dat politiek opnieuw een instrument wordt voor persoonlijke of groepsbelangen?
En misschien wel de belangrijkste vraag:
Waarom zou de Surinaamse kiezer hem — of welke andere politicus dan ook — opnieuw vertrouwen met publieke macht?
Een achternaam is geen curriculum vitae.
Een politieke erfenis is geen economische strategie.
En een bekende familienaam is geen bewijs van bestuurlijke competentie.
De verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk ook bij de kiezer
Suriname heeft in het verleden laten zien dat een strafrechtelijk verleden niet automatisch een politieke carrière uitsluit.
De mogelijke nieuwe beweging rond Dino Bouterse en Romano Meriba komt daarom niet uit het niets. Zij past binnen een bredere politieke werkelijkheid waarin de grens tussen politieke populariteit, bestuurlijke geschiktheid en integriteit soms opvallend ruim wordt getrokken.
Daarom is het te gemakkelijk om uitsluitend politici de schuld te geven.
Politici kunnen alleen terugkomen wanneer kiezers bereid zijn hen opnieuw een podium te geven.
Politieke partijen kunnen alleen blijven bestaan wanneer mensen bereid zijn hun verhalen te geloven.
En politieke dynastieën kunnen alleen opnieuw betekenis krijgen wanneer een samenleving bereid is haar politieke geheugen te vervangen door politieke nostalgie.
Dat is de ongemakkelijke conclusie die ik liever trek dan opnieuw alleen naar politici te wijzen.
Na 51 jaar moeten wij erkennen dat Suriname de weg kwijt is
Na 51 jaar moeten wij misschien eindelijk erkennen dat het niet normaal is wanneer een land rijk is aan grondstoffen maar arm aan perspectief.
Het is niet normaal wanneer jongeren vertrekken omdat zij elders meer toekomst zien.
Het is niet normaal wanneer iedere regering opnieuw moet uitleggen waarom haar voorganger de problemen heeft veroorzaakt.
Het is niet normaal wanneer iedere verkiezing opnieuw wordt verkocht als het moment waarop Suriname eindelijk aan zijn echte ontwikkeling zal beginnen.
En het is al helemaal niet normaal wanneer het verleden iedere keer opnieuw als oplossing voor de toekomst wordt gepresenteerd.
Hoe kan het anders?
Misschien moeten wij daarom stoppen met het zoeken naar de volgende sterke man, de volgende grote naam of de volgende politieke familie die ons uit de problemen zal halen.
Misschien moeten wij eindelijk een politieke cultuur ontwikkelen waarin iedere kandidaat, ongeacht achternaam, partij of afkomst, dezelfde eenvoudige maar genadeloze vragen krijgt:
Wat gaat u doen?
Wat kost het?
Hoe gaat u het betalen?
Wanneer is het klaar?
Wie controleert u?
En wat gebeurt er wanneer u niet levert?
Dat zou pas een politieke revolutie zijn.
Niet Dino Bouterse als nieuwe politieke leider.
Niet een nieuwe partij.
Niet opnieuw een nieuwe dynastie.
Maar een Surinaamse kiezer die na 51 jaar eindelijk heeft geleerd dat hij geen politieke dromen hoeft te kopen zonder eerst naar de rekening te vragen.
Want misschien is de grootste tragedie van Suriname niet dat een veroordeelde vader ooit president kon worden en dat zijn zoon nu opnieuw politiek wordt besproken.
De grootste tragedie is dat een volk dat 51 jaar in abnormaliteit heeft geleefd, op een gegeven moment niet meer weet dat het recht heeft op normaliteit.
En zolang wij dat vergeten, kan het verleden iedere keer opnieuw kandidaat worden voor de toekomst.
Vooralsnog ben ik blij dat Hitler niet meer leeft. Want als hij vandaag met de Goslar in Suriname zou aankomen, vraag ik mij af hoe lang het zou duren voordat ook voor hem vergeving, politieke rehabilitatie en een nieuwe kans zouden worden bepleit.
Dat is geen serieuze vergelijking tussen historische personen. Het is een spiegel.
Een spiegel voor een samenleving die zich moet afvragen hoe ver politieke vergeving kan gaan voordat vergeving verandert in het uitwissen van het verleden.
En misschien is dat precies waarom de woorden op ons nationale wapen opnieuw betekenis moeten krijgen:
Justitia. Pietas. Fides.
Gerechtigheid. Toewijding. Trouw.
Of moeten wij ze inderdaad vervangen door:
NEKS NO FOUT.
Dr. Ashwin Ramcharan
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







