De discussie over een boek en een mogelijk standbeeld voor Desi Bouterse is opnieuw opgelaaid.
Zijn weduwe Ingrid Bouterse-Waldring heeft aangegeven dat zij wil werken aan een boek over het leven en de nalatenschap van haar overleden echtgenoot en dat er plannen zijn voor een standbeeld.
Dat is op zichzelf een recht dat binnen een democratische samenleving bestaat. Maar zodra iemand wordt vereeuwigd in een boek of standbeeld, ontstaat ook een andere vraag: welk deel van de geschiedenis wordt verteld en welk deel wordt verzwegen?
Was het alleen de echtgenoot, vader en opa?
Een boek waarin Desi Bouterse uitsluitend wordt beschreven als echtgenoot, vader, opa, partijvoorzitter of president, kan nooit het volledige historische beeld geven.
Want dezelfde man stond ook centraal in een van de donkerste perioden van de moderne Surinaamse geschiedenis.
In december 1982 werden vijftien Surinamers, critici van het militaire bewind, zonder proces om het leven gebracht. De gebeurtenissen vonden plaats in de nachten van 7, 8 en 9 december.
Op 20 december 2023 sprak het Hof van Justitie zijn definitieve oordeel uit in de Decemberstrafzaak. Bouterse werd veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens het medeplegen van moord.
Dat is geen voetnoot in zijn levensverhaal. Dat is onderdeel van zijn historische nalatenschap.
En hoe kijken we naar de binnenlandse oorlog?
Daarmee houdt het verhaal niet op.
De jaren tachtig en de Binnenlandse Oorlog hebben diepe sporen nagelaten in Suriname. Dorpen werden getroffen, mensen kwamen om het leven, gezinnen raakten ontwricht en velen werden gedwongen hun woonomgeving te verlaten.
De gebeurtenissen in Moiwana in 1986 zijn daar een schrijnend voorbeeld van. Volgens de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens kwamen daar 39 mensen om het leven.
Wie dus een boek over Bouterse wil schrijven, kan niet volstaan met de vraag hoe hij als privépersoon werd ervaren. De andere vraag moet eveneens worden gesteld:
Wat betekende zijn politieke en militaire rol voor de mensen die onder het geweld en de gevolgen daarvan hebben geleden?
Een standbeeld is geen geschiedenisboek
Een boek kan verschillende kanten van een persoon beschrijven. Een standbeeld is iets anders.
Een standbeeld is een vorm van publieke herinnering. Het vertelt toekomstige generaties wie een samenleving ervoor kiest te vereeuwigen.
Daarom is de vraag niet alleen: Was Bouterse belangrijk voor Suriname?
Dat staat nauwelijks ter discussie.
De vraag is: wat willen wij met een standbeeld overbrengen?
Willen wij jongeren leren dat een politieke leider belangrijk was? Dan kan dat in een museum, geschiedenisboek of tentoonstelling.
Maar als een standbeeld bedoeld is als eerbetoon, moeten wij ook durven vragen wat dat eerbetoon betekent voor de vijftien families die hun geliefden verloren.
Misschien moet het standbeeld juist andersom
Als er ooit een monument komt dat verband houdt met Bouterse, waarom zou dat dan niet een plek kunnen zijn waar Surinamers juist oog in oog komen te staan met de geschiedenis?
Fort Zeelandia draagt al de herinnering aan de gebeurtenissen van december 1982. Het monument Bastion Veere werd in 2009 opgericht ter nagedachtenis aan de vijftien slachtoffers.
Misschien is dát de geschiedenis die wij sterker moeten maken.
Niet één man op een voetstuk.
Maar de slachtoffers centraal.
Niet het romantiseren van een tijdperk.
Maar het confronteren van jongeren met wat politieke macht, geweld en het ontbreken van rechtsstatelijke bescherming kunnen veroorzaken.
Wij mogen niet vergeten
Suriname hoeft Bouterse niet uit zijn geschiedenis te verwijderen. Integendeel.
Wij moeten hem juist volledig in onze geschiedenis opnemen.
De militaire coup. De militaire periode. December 1982. De Binnenlandse Oorlog. De politieke terugkeer. Het presidentschap. De rechtszaak. De veroordeling.
Alles hoort erbij.
Want geschiedenis is niet bedoeld om ons comfortabel te laten voelen. Geschiedenis is bedoeld om ons te leren.
En daarom moet iedere poging om de nalatenschap van Desi Bouterse vorm te geven, ook ruimte maken voor de mensen die zijn tijd niet hebben overleefd.
Vijftien mensen kwamen niet meer thuis.
Hun namen mogen nooit verdwijnen achter de naam van degene die voor hun dood door de rechter werd veroordeeld.
Als Suriname een monument opricht, laat het dan vooral een monument zijn dat ons eraan herinnert wat nooit meer mag gebeuren.
Want een land dat zijn geschiedenis vergeet, loopt het risico haar opnieuw verkeerd te begrijpen.
En misschien is dát de belangrijkste vraag van allemaal:
Wat vertellen wij onze kinderen over wie wij waren – en vooral over wie wij nooit meer mogen worden?
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







