De discussie over vis die vanuit China tijdelijk naar Suriname zou zijn ingevoerd en vervolgens naar andere landen in het Caribisch gebied zou zijn uitgevoerd, lijkt op het eerste gezicht een technische douanekwestie.
Dat is het niet.
Achter de vraag “Waar komt deze vis vandaan?” zitten veel grotere vragen over douanecontrole, handelsregels, belastingheffing, toezicht, economische belangen en de geloofwaardigheid van Suriname als handelspartner.
Volgens de Douane is het nationale onderzoek naar de vermeende onregelmatigheden inmiddels afgerond. Tegelijkertijd loopt internationaal nog een controle om na te gaan of bij de uitvoer mogelijk onjuiste informatie over de oorsprong van de vis is gebruikt.
En juist dat laatste zou ons als samenleving zeer alert moeten maken.
Het probleem is groter dan één lading vis
De discussie begon nadat een douanier publiekelijk melding maakte van mogelijke onregelmatigheden rond de invoer van vis uit China en de daaropvolgende uitvoer naar andere Caribische landen.
Daarbij werd de mogelijkheid genoemd dat vis die oorspronkelijk uit China afkomstig was, vervolgens als Surinaans product zou zijn uitgevoerd.
Dat is een ernstige bewering.
Maar het is belangrijk om ook hier zorgvuldig te blijven: een bewering is nog geen bewezen feit. De internationale controle moet juist duidelijk maken wat er daadwerkelijk is gebeurd.
De Douane heeft bovendien aangegeven dat zij niet zelf de oorspronkelijke herkomst van vis vaststelt, maar onder meer de aangeboden documenten controleert.
Toch blijft de kernvraag overeind:
Hoe kan een systeem voorkomen dat de oorsprong van goederen verkeerd wordt voorgesteld?
Tijdelijke invoer is niet hetzelfde als productie in Suriname
Een belangrijk onderdeel van deze kwestie lijkt in het publieke debat onvoldoende aandacht te krijgen.
Dat goederen Suriname binnenkomen, betekent niet automatisch dat deze goederen daardoor Surinaamse oorsprong krijgen.
Volgens de Douane kan vis tijdelijk worden ingevoerd onder een bepaalde douaneprocedure en vervolgens weer worden uitgevoerd. Daarbij blijven voorwaarden, documenten en controlemechanismen van toepassing.
Dat onderscheid is essentieel.
Suriname kan immers een logistieke schakel zijn zonder dat een product daarmee automatisch een Surinaaks product wordt.
Daarom moet bij wederuitvoer heel precies worden vastgesteld:
Waar is het product geproduceerd?
Welke bewerking heeft in Suriname plaatsgevonden?
Is die bewerking voldoende om de oorsprong juridisch te wijzigen?
Welke documenten ondersteunen die claim?
Welke instantie controleert die informatie?
En welk land accepteert uiteindelijk die oorsprongsverklaring?
Dat zijn geen administratieve details.
Dat zijn vragen die rechtstreeks raken aan de geloofwaardigheid van onze handel.
Wie bepaalt eigenlijk de oorsprong?
Een opmerkelijk onderdeel van de uitleg van de Douane is dat de dienst benadrukt dat zij de oorsprong van vis niet zelfstandig vaststelt.
De Douane controleert de documenten die bij invoer en uitvoer worden aangeboden en moet optreden wanneer gegevens niet juist blijken te zijn.
Bij de controles zijn ook andere instanties betrokken, waaronder de Visserijdienst en het Viskeuringsinstituut. Voor het internationale traject zijn contacten gelegd met CARICOM en de Europese Unie.
Maar juist hier ontstaat een fundamentele bestuurlijke vraag:
Als meerdere instanties ieder een deel van de keten controleren, wie bewaakt dan het geheel?
Want het risico ontstaat juist wanneer informatie versnipperd raakt.
De Douane kijkt naar douanedocumenten.
De visserijautoriteiten kijken naar de visserijsector.
Het Viskeuringsinstituut kijkt naar kwaliteit en voedselveiligheid.
Andere instanties kunnen kijken naar handelsdocumenten of vergunningen.
Maar uiteindelijk moet iemand kunnen vaststellen of alle puzzelstukken samen een betrouwbaar beeld geven.
De reputatie van Suriname staat op het spel
Suriname heeft economisch belang bij een betrouwbare visserijsector.
Volgens de overheid is de visserij de grootste sector binnen de agrarische sector, goed voor ruim 35 procent van de productiewaarde en ongeveer 35 tot 40 procent van de totale export. In de sector werken volgens de overheid meer dan 5.000 mensen.
Dat betekent dat eventuele twijfel over de betrouwbaarheid van oorsprongsdocumenten niet alleen een douaneprobleem is.
Het kan gevolgen hebben voor bedrijven die wél volgens de regels werken.
Het kan gevolgen hebben voor exportmarkten.
Het kan gevolgen hebben voor handelsrelaties.
En uiteindelijk kan het gevolgen hebben voor de reputatie van Suriname als leverancier van visserijproducten.
Een land dat bekendstaat als een betrouwbare handelspartner heeft niets te winnen bij onduidelijkheid over de oorsprong van geëxporteerde producten.
Maar wie controleert de controleur?
Misschien is dit wel de belangrijkste vraag die uit deze kwestie naar voren komt.
We praten vaak over controle alsof controle automatisch betekent dat alles correct verloopt.
Maar een controlesysteem is slechts zo sterk als zijn controlemechanismen, onafhankelijkheid, gegevensuitwisseling en mogelijkheid om fouten of misbruik daadwerkelijk te detecteren.
Daarom zou Suriname zichzelf ook de volgende vragen moeten stellen:
Wie controleert de documenten?
Wie controleert de controle van die documenten?
Wie verifieert de informatie bij het land van oorsprong?
Wie controleert of de fysieke goederen overeenkomen met de administratieve gegevens?
Wie controleert of een product daadwerkelijk de bewerking heeft ondergaan die nodig is om een andere oorsprong te verkrijgen?
En wie is verantwoordelijk wanneer verschillende systemen elkaar tegenspreken?
Dit zijn geen beschuldigingen aan het adres van individuele ambtenaren.
Het zijn vragen over institutionele controle.
De visserijsector mag niet de dupe worden
Er moet tegelijkertijd voor worden gewaakt dat deze kwestie leidt tot algemene verdachtmaking van de Surinaamse visserijsector.
De sector bestaat uit ondernemers, vissers, werknemers en exporteurs die afhankelijk zijn van een goed functionerend systeem.
Wanneer enkele partijen regels zouden overtreden, mag dat niet automatisch de hele sector worden aangerekend.
Integendeel.
Een streng en transparant controlesysteem beschermt juist de ondernemers die zich aan de regels houden.
Een eerlijke ondernemer moet niet hoeven concurreren met iemand die door verkeerde oorsprongsverklaringen mogelijk toegang krijgt tot andere handelsvoorwaarden of voordelen.
Waar blijft de uitkomst van het nationale onderzoek?
Een ander punt verdient volgens deze kwestie nadrukkelijk aandacht.
De Douane zegt dat het nationale onderzoek is afgerond. Tegelijkertijd is publiekelijk nog niet volledig duidelijk gemaakt wat het onderzoek precies heeft vastgesteld.
Dat betekent niet dat alle onderzoeksinformatie onmiddellijk openbaar moet worden gemaakt. Lopende internationale controles, privacy, bedrijfsgevoelige informatie en eventuele strafrechtelijke trajecten kunnen openbaarmaking beperken.
Maar de samenleving heeft wel recht op een duidelijke bestuurlijke conclusie.
Wat is onderzocht?
Wat is vastgesteld?
Wat is niet vastgesteld?
Welke procedures bleken kwetsbaar?
Welke verbeteringen zijn aangebracht?
Zijn er overtredingen geconstateerd?
Zijn er vervolgonderzoeken nodig?
En als er niets strafbaars is vastgesteld, kan ook dat helder worden gecommuniceerd.
Transparantie betekent niet dat alles openbaar moet worden gemaakt. Transparantie betekent dat de overheid uitlegt wat zij wél en niet kan zeggen en waarom.
Dit is ook een kwestie van voedselveiligheid
De discussie mag bovendien niet uitsluitend over handelsdocumenten gaan.
Vis is een voedingsproduct.
Het Viskeuringsinstituut is in Suriname de bevoegde autoriteit voor de controle op de naleving van de wettelijke eisen met betrekking tot visserijproducten en het waarborgen van de kwaliteit daarvan.
Daarmee komen verschillende publieke belangen bij elkaar:
oorsprong, kwaliteit, voedselveiligheid, traceerbaarheid en handelsintegriteit.
Hoe beter de traceerbaarheid, hoe beter Suriname kan reageren wanneer er bijvoorbeeld problemen ontstaan met een bepaalde zending.
Een goed controlesysteem moet daarom niet alleen kunnen zeggen:
“Deze vis is geëxporteerd.”
Het moet kunnen aantonen:
“Deze vis kwam daar vandaan, is op die manier behandeld, is op dat moment gecontroleerd en is onder deze voorwaarden uitgevoerd.”
Suriname moet van deze kwestie leren
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste opbrengst die deze kwestie kan hebben.
Niet het aanwijzen van schuldigen voordat het onderzoek is afgerond.
Niet het beschadigen van de reputatie van een hele sector.
Maar het verbeteren van het systeem.
De evaluatie van entrepots, het aanscherpen van procedures en de ontwikkeling van digitale controles zijn stappen in die richting.
Suriname heeft behoefte aan een volledig traceerbaar systeem voor goederen die tijdelijk worden ingevoerd en vervolgens worden wederuitgevoerd, zeker wanneer aan de oorsprong van die goederen handelsvoordelen of andere juridische gevolgen zijn verbonden.
De overheid moet kunnen aantonen dat het systeem niet alleen op papier werkt.
Het moet ook in de praktijk werken.
Suriname kan zich geen controlesysteem veroorloven waarin vertrouwen belangrijker is dan verifieerbare informatie.
D. Karamat-Ali
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







